artikel

Langzaam kneden voorkomt traanogen

Geen categorie

Enkele jaren geleden had Rodenburg een medewerker die allergisch bleek te zijn voor roggemeel. ‘Die knul liep de hele dag te niezen en had steeds rode traanogen. Dan besef je pas wat dat betekent.’ De problemen traden vooral op bij het maken van ontbijtkoek, want die wordt gemaakt van roggemeel. Rodenburg zocht naar een oplossing en vond die ook. ‘Het normale procede bij het maken van ontbijtkoek is dat je de bloem zeeft, omdat je anders allemaal witte klontjes in de koek krijgt. Bijna iedere bakker doet dat. Maar juist dat zeven geeft veel stofwolken en is dus heel slecht. Nu is er wel stuifvrije roggebloem van Koopmans op de markt, maar die is duur en bakt wat minder. Daar was ik niet tevreden over.’

 

Al experimenterend ontdekte Rodenburg een alternatief. Door de kneedmachine wat langer in de laagste versnelling te laten mengen, bleek het namelijk niet langer nodig om de roggebloem te zeven. ‘Daarmee krijg je ook prachtige ontbijtkoek. Het enige verschil is dat je een beetje vooruit moet denken: als je weet dat je ontbijtkoek wilt gaan bakken, zet je de kneedmachine tien minuutjes van tevoren al aan. Heel simpel.’

 

In bakkerijen zijn twee plekken waar vaak veel meelstof vrijkomt: bij het mengen en kneden van het deeg en bij het verwerken van deegbollen. ‘Om te beginnen storten we het meel rustig in de machine, met beleid. En we kneden hier langzaam’, zegt Rodenburg. ‘Dat helpt, want als je de machine heel hard laat mengen, stuift het meel erg op.’ Nadat het deeg is gekneed, wordt het in de ‘afweger’ in stukken gesneden. Die stukken vallen vervolgens op de kegel van de opbolmachine, die er mooie bollen van maakt. Omdat de deegbollen plakken, hebben veel bakkers een bak meel op de machine staan, die door trilbewegingen steeds wat bloem op de bollen werpt. ‘Dat geeft veel stof’, weet Rodenburg. ‘Om dat te voorkomen, hebben wij een geteflonneerde opbolmachine aangeschaft.’ Door het laagje teflon plakken de deegbollen niet aan de machine en is het gebruik van bloem overbodig. Ook de rijskasten, waar de deegbollen vervolgens in gaan, zijn afgewerkt met een laagje teflon.

 

De maatregelen leveren Rodenburg een flinke besparing op. Vroeger gebruikte hij, puur tegen het plakken van het deeg, dertig kilo meel per week. Nu geen grammetje meer. Daarnaast zijn de schoonmaakkosten nu veel lager omdat de machine en de platen van de rijskasten minder vaak hoeven te worden gereinigd. Bovendien is de blootstelling aan meelstof sterk afgenomen.

 

‘Er wordt vaak gezegd dat arbo alleen maar geld kost, maar met deze methode bespaar ik zo’n 1.500 euro per jaar. Die nieuwe opbolmachine heb ik er in tien jaar uit, terwijl die wel twintig jaar meegaat.’

 

In 1999 liet Rodenburg voor het eerst een RI&E maken door BEON en Arboned. ‘Dat was wel even schrikken, want er moest toen nog aardig wat gebeuren’, zegt Rodenburg. Zo moest er bijvoorbeeld een kast om de koekjesspuitmachine komen om de bewegende delen daarvan af te schermen. ‘Ik heb een goed contact met de dorpssmid. Die heeft een prachtige roestvrijstalen doos om de koekjesspuitmachine heen gebouwd. En op de twee luikjes ervan heeft hij noodstops aangebracht.’

 

De goede samenwerking met de dorpssmid heeft in de bakkerij nog meer ingenieuze arbomaatregelen opgeleverd. Zoals een beveiliging in het metalen trapje bij de ‘afweger’, die het deeg in stukken snijdt. Plaatst een medewerker ook maar een voet op de bovenste trede van dat trapje, dan valt de snijmachine meteen stil. Ook de lift voor beslagbekkens is een coproductie. ‘In zo’n bekken gaat zestig kilo beslag. Het bekken zelf weegt ook nog eens tien kilo. Dat is te zwaar om handmatig te tillen’, zegt Rodenburg. Vijftien jaar geleden kocht hij een paar liftjes bij Overtoom. De dorpssmid laste er een ring op, waar het beslagbekken precies op past. ‘Dat werkt prima. Er zijn nu ook standaard bekkenliftjes te koop, maar wij hebben ze destijds zelf gemaakt.’

 

Echte Bakker Rodenburg levert aan zeven winkels in de omgeving. Er vindt zodoende heel wat transport van broden, koeken en taarten plaats. De bakkerij heeft daarvoor drie bussen. ‘Grote industriele bakkers werken met laadkleppen. Dat is ook niet alles, want bij slecht weer sta je bij het laden met je broodkratten stil op die klep. Maar het nadeel van busjes was dat je daar alle kratten zelf in moest tillen’, zegt Rodenburg.

 

Op zoek naar een geschikte oplossing kwam hij bij het gehandicaptenvervoer uit. ‘Dat maakt gebruik van inklapbare rolstoelopritten. Die heb ik in al mijn bussen laten monteren. Per bus was ik klaar voor 1.500 euro, inclusief montage.’ Het grote voordeel: chauffeurs lopen nu met de broodkratten, gestapeld op een onderstel met wieltjes, gewoon door tot in de bus. Daardoor kunnen ze sneller werken en wordt hun rug gespaard. Rodenburg: ‘De Arbeidsinspectie vond dat zo’n mooie oplossing dat ze er foto’s van hebben gemaakt voor hun eigen clubblad.’

 

Het verzuim bij de bakkerij is 2,2 procent. ‘Ik ben eigenrisicodrager: in voorkomende gevallen moet ik de eerste 40.000 tot 45.000 euro ziektegeld zelf betalen. Maar die grens is nog nooit bereikt’, zegt Rodenburg. ‘Met de bedrijfsarts heb ik afgesproken dat verzuimende medewerkers zo snel mogelijk terugkeren. Al is het maar een paar uurtjes op therapeutische basis. Want hoe langer iemand weg is, hoe moeilijker het wordt. En er is hier genoeg licht werk te doen: retouren invoeren, stickers plakken, noem maar op. Zolang medewerkers hier zijn, blijven ze betrokken en houden ze contact met collega’s. Dat is wel even puzzelen met het werkrooster, maar ik merk wel dat je het verzuim daarmee echt verkort.’

 

De meeste verzuimgevallen bij het bedrijf hangen samen met klachten aan het bewegingsapparaat. Als een medewerker zich ziek meldt met rugklachten, maakt Rodenburg direct een afspraak bij de rugschool van de Stichting Ergonomie en Preventie (STEP). ‘Daar krijgt zo iemand snel een intake en vervolgens blessurebegeleiding en een aantal trainingssessies, zo nodig met hulpmiddelen. Gemiddeld kost zo’n pakket achthonderd euro, best een hoop geld. Maar het heeft wel veel meer nut dan een medewerker thuis laten zitten, want dat kost ook veel’, meent Rodenburg. ‘Hoe sneller je ingrijpt, hoe eerder je een medewerker terug hebt. Dat is trouwens ook de opdracht van de Wet verbetering poortwachter. Bovendien grijpen medewerkers die een training hebben gevolgd bij STEP, zelf in als klachten terugkeren. Ze corrigeren zelf hun houding en tilwijze en pakken hun oefeningen weer op. Het is echt opvallend: er heeft hier nog nooit iemand voor een tweede keer naar de rugschool gehoeven.’

 

Reageer op dit artikel