artikel

Leer te bewegen

Geen categorie

Als het om werk gaat, staan mensen nauwelijks stil bij hun manier van bewegen, behalve als ze met beperkingen of blessures kampen. De minst belastende houding of beweging kiezen ze niet vanzelf. Ze bewegen gewoon op hun eigen alledaagse manier, die in een werksituatie vaak te belastend is. Het verrichten van fysiek zwaar werk zonder het lichaam over te belasten vergt dan ook een andere manier van bewegen. Een bewust getrainde manier van bewegen, die minder belastend is en minder risico’s oplevert voor blessures. Mensen kunnen voor elke vorm van fysiek werk een passende motoriek ontwikkelen die de belasting aanzienlijk vermindert. Dat is een kwestie van het aanleren van een aantal principes. Hoewel nagenoeg iedereen die kent, passen de meesten ze niet toe bij hun dagelijkse werk:

 

– tweehandig werken, waardoor de armen niet voor het lichaam langs kruisen;

 

– zo veel mogelijk schuiven met lasten;

 

– op twee benen blijven staan bij het pakken en wegzetten van lasten;

 

– op de juiste plek gaan staan (meestal zo dicht mogelijk bij de last);

 

– zo recht mogelijk achter de last gaan staan;

 

– zo min mogelijk draaien met de rug tijdens het pakken en wegzetten van lasten.

 

Het Buro voor Fysieke Arbeid traint de bewegingsvaardigheid van medewerkers in vier stappen:

 

1. voorbereiding;

 

2. trainen van medewerkers in arbeidsmotoriek;

 

3. opleiden van coaches;

 

4. borgen van arbeidsmotoriek.

 

De trainer brengt de verschillende werkzaamheden binnen de organisatie in kaart en beschrijft de fysieke handelingen. Samen met een aantal geselecteerde medewerkers onderzoekt hij welke bewegingstechnieken toepasbaar zijn. Indien nodig ontwikkelt hij samen met hen nieuwe bewegingstechnieken. Zo heeft het Buro de afgelopen twintig jaar een aantal specifieke technieken ontwikkeld voor het in beweging brengen van rolcontainers, het scannen, het ‘handelen’ van kratten, handvatten bij het oppakken van colli, en het op- en afstappen van trucks.

 

In de tweede fase trainen de medewerkers de bewegingstechnieken in hun dagelijkse praktijk. Dit leerproces is vergelijkbaar met het trainen van bewegingstechnieken in de sport. Bijna iedereen heeft een bepaalde manier van bewegen aangeleerd, bijvoorbeeld bij zwemmen of tennissen. Op dezelfde wijze kunnen mensen zich ook een geschoolde arbeidsmotoriek eigen maken. Mensen vinden het vaak leuk om dit te leren en het draagt ook bij aan een positieve beleving van het werk.

 

Bij de overdracht van geschoolde bewegingen speelt coaching een belangrijke rol. Soms coachen externe trainers van het Buro de medewerkers. Maar meestal kiezen organisaties ervoor om eigen medewerkers tot coach op te leiden, om zo te leren hoe ze de bewegingstechnieken aan collega’s kunnen overdragen. In de praktijk betekent dit dat de coach medewerkers opzoekt en hun manier van werken observeert. Daarbij kijkt hij vooral naar de wijze waarop ze de bewegingstechnieken in verschillende situaties uitvoeren en of ze slim werken. Na de observatie vertelt de coach de deelnemers welke technieken ze goed uitvoeren en welke verbetering vergen. De coach geeft onder andere feedback over de plaatsing van de voeten, de symmetrie van de uitgangshouding en de manier waarop de medewerkers hun gewrichten gebruikt. Ook laat de coach de juiste technieken zien en de deelnemers daarin trainen. In het begin zullen ze de technieken langzaam en houterig uitvoeren, maar door training en herhaling gaat dit steeds makkelijker. Op den duur ontstaat een automatisme: medewerkers nemen vanzelf een goede uitgangshouding aan en bewegen vloeiend.

 

Als medewerkers de technieken hebben aangeleerd, is het zaak om deze vorm van bewegen vast te houden. Sommige medewerkers kunnen dat zelf, andere hebben daarbij hulp nodig van de coach. Borging van de arbeidsmotoriek door coaching op de werkvloer is essentieel voor het verminderen van fysieke belasting.

 

Om de fysieke belasting van medewerkers te verminderen en de risico’s van blessures te verkleinen, zetten veel organisaties de scholing van arbeidsmotoriek in als preventief middel. Daarnaast is de scholing in te zetten bij reintegratie van medewerkers met klachten aan het bewegingsapparaat. De geschoolde manier van werken bevordert het herstel, doordat de fysieke belasting er aanzienlijk door vermindert. De aandacht voor motoriek heeft echter nog andere positieve effecten. Zo verbetert deze de productiviteit van de medewerker en de kwaliteit van het werk. Ook heeft die aandacht een positief effect op het imago van het werk. Werk dat training vraagt, is niet langer werk dat ‘iedereen in principe kan doen’. Mogelijk houden medewerkers aan het volgen van de training een verhoogd professionaliteitsgevoel over.

 

Reageer op dit artikel