artikel

Met de juiste werktijdregeling minder moe

Geen categorie

Langdurige vermoeidheid in de arbeidssituatie komt veel voor, is op korte termijn niet eenvoudig omkeerbaar en beinvloedt het functioneren in werk- en prive-leven. Langdurige vermoeidheid kenmerkt zich onder andere door een vermindering van de activiteit, de concentratie en de motivatie.

 

Eerdere studies tonen aan dat langdurige vermoeidheid kan leiden tot een verhoogd ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. In dit onderzoek is onder meer de relatie tussen het arbeidspatroon en het optreden van langdurige vermoeidheid onderzocht (zie tabel 1). Vervolgens zijn werknemers met eenzelfde beroep, maar werkzaam in een verschillend arbeidspatroon, gedurende 32 maanden gevolgd.

 

In het beloop van vermoeidheid zijn geen substantiele verschillen gevonden tussen werknemers in verschillende arbeidspatronen. Wel werd geconstateerd dat bij werknemers die bij de eerste meting langdurig vermoeid waren, de niveaus van deze vermoeidheid bij vijfploegendienstmedewerkers in de loop der tijd sneller afnamen dan bij vermoeide dagdienstmedewerkers. Ook bleken ploegendienstmedewerkers die overstapten naar werk in dagdienst, voor die verandering aanzienlijk hogere vermoeidheidsniveaus te rapporteren dan werknemers die in ploegendienst bleven werken. Het feit dat geen substantiele verschillen in het beloop van vermoeidheid werden gevonden tussen werknemers in verschillende arbeidspatronen, maakt het aannemelijk dat de verschillen in vermoeidheid die al bij de eerste meting aanwezig waren, zich kort na aanvang van het werken in een ploegendienstbaan hebben ontwikkeld en door de ploegendienst worden onderhouden in de tijd. Vermoeidheid, zo blijkt, kan een belangrijke reden zijn om de ploegendienst te verlaten en over te gaan tot het uitsluitend werken in dagdienst.

 

TABEL 1. LANGDURIGE VERMOEIDHEID BIJ WERKNEMERS IN VERSCHILLENDE ARBEIDSPATRONEN

 

 

Ook het effect van de rotatierichting binnen drieploegendienstschema’s op de herstelbehoefte na het werk, vermoeidheid en werk-thuisconflicten is onderzocht. Er zijn twee rotatierichtingen: voorwaartse (ochtend-avond-nachtdiensten) en achterwaartse rotatie (nacht-avond-ochtenddiensten).

 

In vergelijking met voorwaartse rotatie blijkt een achterwaartse rotatie samen te hangen met een verhoogde herstelbehoefte en een slechtere algemene gezondheid over een follow-up van 32 maanden.

 

Een correctie voor kenmerken uit de werkomgeving, demografische en gezondheidsvariabelen veranderde deze bevindingen nauwelijks. Verder bleek een voorwaarts roterend schema in drieploegendienst samen te hangen met minder werk-thuisconflicten en een betere slaapkwaliteit. Het toepassen van een voorwaarts rotatieschema lijkt dan ook een veelbelovende methode om de negatieve effecten van het werken in ploegendienst te verminderen.

 

Werk-thuisconflicten komen veel voor. Ze hebben te maken met de afstemming tussen de rollen in werk en prive-leven. In de Maastrichtse Cohort Studie rapporteerde 10,8 procent van de werknemers een werk-thuisconflict (9 procent bij vrouwen, 11,1 procent bij mannen). Voorbeelden van werk-thuisconflicten zijn het moeten afzeggen van afspraken met familie of vrienden door frequent overwerk en concentratieproblemen op het werk door zorgen over de thuissituatie.

 

In het onderzoek is gekeken naar uiteenlopende factoren die een rol kunnen spelen in de ontwikkeling van een werk-thuisconflict. Naast een groot aantal werkgerelateerde factoren (zoals lichamelijk inspannend werk of conflicten met collega’s) en kenmerken van de prive-situatie (zoals de zorg voor een chronisch ziek familielid) is ook onderzocht of werktijdregelingen de ontwikkeling van een werkthuisconflict beinvloeden. Hierbij zijn gegevens uit het vragenlijstonderzoek van de Maastrichtse Cohort Studie gebruikt. Bij vrouwen en mannen bleken werktijdregelingen duidelijk gerelateerd aan werk-thuisconflicten. Een verhoogd risico is geconstateerd bij mensen die werken in ploegendienst (in vergelijking met werknemers in dagdienst) en bij fulltime dagdienstmedewerkers (in vergelijking met parttimers).

 

Een follow-up van acht maanden onder fulltimers toonde een verband aan tussen enerzijds frequent overwerk, het aantal uren overwerk, een verandering in arbeidsduur en reistijd naar het werk en anderzijds meer werk-thuisconflicten. Ook zijn kenmerken van werktijdregelingen gevonden die beschermen tegen spanning tussen werk en prive-leven.

 

Vroegtijdig op de hoogte zijn van het werkrooster, compensatie van overwerk en de mogelijkheid indien nodig een dag vrij te nemen, blijken de kans op een werk-thuisconflict aanzienlijk te verminderen.

 

Bij parttimers bleken overwerk en een lange reistijd naar het werk samen te hangen met een grotere kans op een werk-thuisconflict. Compensatie van overwerk, flexibele arbeidstijden en de mogelijkheid indien nodig een dag vrij te nemen, bieden bescherming.

 

Werk-thuisconflicten kunnen veel gevolgen hebben.

 

Zo blijken werknemers die werk en prive niet adequaat kunnen combineren, meer ontevredenheid over het werk te rapporteren. Ook komt burn-out onder hen meer voor en veranderen werknemers eerder van baan als zij werk en prive-leven moeilijk op elkaar kunnen afstemmen.

 

In deze studie zijn vooral de herstelbehoefte na het werk, langdurige vermoeidheid, ziekteverzuim en het aanpassen van werktijdregelingen ten gevolge van werk-thuisconflicten onderzocht. Hieruit bleek dat werknemers (mannen en vrouwen) die een werk-thuisconflict ervaren, een grotere kans hebben op een verhoogde herstelbehoefte na het werk en langdurige vermoeidheid. Zo’n conflict uitte zich ook in meer ziekteverzuim. Zo lag het gemiddelde aantal verzuimdagen, gemeten over een half jaar, bij vrouwen met een werk-thuisconflict bijna vier dagen hoger dan bij vrouwen zonder. Werknemers die problemen ervaren bij het combineren van werk en prive-leven lijken zich bovendien sneller ziek te melden.

 

Ook de gevolgen van werk-thuisconflicten voor de arbeidsdeelname zijn bestudeerd. Ploegendienstmedewerkers die problemen ervaren in de combinatie van werk en prive, blijken aanzienlijk eerder te stoppen met dat werk dan ploegendienstmedewerkers zonder werk-thuisconflict. Ook gaan fulltimers die moeilijkheden ervaren in het combineren van werk en prive-leven eerder over tot aanpassing van de arbeidsduur binnen een periode van acht maanden follow-up. Op individueel niveau beinvloedt een werk-thuisconflict zodoende direct de arbeidsdeelname.

 

Deze bevinding is sterker voor vrouwen dan voor mannen. Vrouwen met een werk-thuisconflict gingen twee maal zo vaak over tot aanpassing van de arbeidsduur als vrouwen zonder zo’n conflict.

 

Werktijdregelingen hebben een grote invloed op het ontstaan van vermoeidheid en werk-thuisconflicten.

 

Omgekeerd gaat hetzelfde op: werknemers die kampen met vermoeidheid of problemen in de afstemming tussen werk en prive-leven zijn eerder geneigd om hun arbeidsduur aan te passen. Daar werktijdregelingen in principe veranderbaar zijn, vormen ze een belangrijk startpunt voor de preventie en het verminderen van vermoeidheid en/of werkthuisconflicten.

 

Hierin dienen zowel de werknemer en de werkgever als de arbodienst en de overheid hun verantwoordelijkheid te nemen.

 

Het is van belang werknemers controle over hun werktijden te bieden, al is dat maar door hen toe te staan indien nodig een dag vrij te nemen. Ook voorspelbaarheid van het werkrooster is een belangrijke factor bij het verminderen van werkthuisconflicten.

 

Zo bleken werknemers die een maand van tevoren op de hoogte werden gesteld van hun werkrooster, aanzienlijk minder kans te lopen op een werk-thuisconflict.

 

Verlenging van de werkdag (overwerk, langere reistijden) gaat gepaard met meer werk-thuisconflicten.

 

Hoewel de reistijd naar het werk onder de verantwoordelijkheid van de werknemer valt, is er bij overwerk sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid van werknemer en werkgever. Werkgevers dienen de frequentie en duur van overwerk in goede banen te leiden: zij hebben daarin een beschermende rol ten opzichte van de werknemer.

 

Daarnaast kunnen werkgevers de negatieve effecten van het werken in ploegendiensten verminderen door de rotatierichting ervan aan te passen.

 

Ook arbodiensten moeten alert zijn op de invloed van varianten van werktijdregelingen, zoals overwerk en het combineren van werk en prive-leven.

 

Het op het verzoek van de werknemer aanpassen van de arbeidsduur blijkt namelijk in een aantal gevallen te duiden op het anticiperen op of aanpassen aan een werk-thuisconflict. Ten slotte is er ook een rol weggelegd voor de overheid: die kan werknemers (beter) in staat stellen werk en prive-leven adequaat te combineren. Hierbij valt te denken aan wetgeving op het gebied van arbeidstijden en zorgverlof.

 

MEER INFO

 

dr. N. Jansen, Working time arrangements, work-family conflict, and fatigue, Maastricht 2003. Meer informatie: Capaciteitsgroep Epidemiologie, Universiteit Maastricht, Nicole.Jansen@epid.unimaas.nl.

 

SAMENVATTING

 

De werktijd en het tijdstip van werken hebben invloed op het priveleven en kunnen het ontstaan van een werk-thuisconflict bevorderen. Aanleiding voor Nicole Jansen van de capaciteitsgroep Epidemiologie van de Universiteit Maastricht om onderzoek te doen naar de effecten van werktijdregelingen op werkthuisconflicten en vermoeidheid. Ze vond geen substantiele verschillen tussen werknemers in verschillende arbeidspatronen. Wel bleken de niveaus van vermoeidheid bij vijfploegendienstmedewerkers sneller af te nemen dan bij vermoeide dagdienstmedewerkers. Ook bleken ploegendienstmedewerkers die overstapten naar werk in dagdienst, voor die verandering aanzienlijk hogere vermoeidheidsniveaus te rapporteren dan werknemers die in ploegendienst bleven werken. In vergelijking met voorwaartse rotatie (ochtendavond- nachtdiensten) blijkt een achterwaartse rotatie (nachtavond- ochtenddiensten) samen te hangen met een verhoogde herstelbehoefte en een slechtere algemene gezondheid. Het eerste schema geeft minder werk-thuisconflicten en een betere slaapkwaliteit. Het toepassen van een voorwaarts rotatieschema lijkt de negatieve effecten van het werken in ploegendienst te verminderen.

 

 

Reageer op dit artikel