artikel

Moreel beraad

Geen categorie

In de jaren zeventig van de vorige eeuw was ethiek ‘hot’ in arboland en passend in de geest van die tijd. Vooral veiligheidskundigen voerden in dat decennium verhitte discussies over de ethische aspecten van hun vak. In de zakelijke jaren tachtig verdween ethiek van de agenda en daarna is het lange tijd stil geweest rond het onderwerp. Ethische thema’s komen de laatste tijd opnieuw aan de orde op congressen, zij zijn onderwerp van studiedagen en krijgen aandacht binnen de diverse beroepsopleidingen. Geen wonder: in de samenleving bestaat (opnieuw) aandacht voor allerlei ethische dilemma’s en de arbodeskundige is bij uitstek een professional voor wie ethiek van belang is. Daarbij gaat het van oudsher om het spanningsveld tussen werknemersbelangen en de belangen van de organisatie of opdrachtgever. Maar ethiek is breder: het gaat om de botsing van waarden, niet alleen om de botsing van belangen. De meeste (maar niet alle) arbodeskundigen hanteren tegenwoordig een ethische code die daar recht aan doet. Binnen het brede thema ‘veiligheid’ hebben veiligheidskundigen de laatste tijd bovendien veel belangstelling voor aandachtsgebieden buiten arbeidsveiligheid en arbeidsomstandigheden. Voor externe veiligheid, consumentenveiligheid en patientveiligheid, om maar eens wat voorbeelden te noemen. Daarmee doemen nieuwe ethische vraagstukken op.

 

Individuen, bedrijven en samenlevingen maken voortdurend keuzes met kleine en grote gevolgen. Daarom speelt ethiek in de praktijk op verschillende niveaus: individueel, organisatorisch en maatschappelijk. En die niveaus beinvloeden elkaar nadrukkelijk. Zo heeft vrijwel elk individu vanuit diverse rollen regelmatig te maken met ethische dilemma’s: als burger, als werknemer en als professional. Veel mensen worstelen tegenwoordig bijvoorbeeld met de gevolgen van hun handelen op klimaatverandering en ‘het milieu’. En als een werknemer meent dat er binnen zijn of haar bedrijf misstanden zijn die schadelijk kunnen zijn voor de maatschappij, worstelt hij of zij met de vraag: ‘zal ik wel of niet als klokkenluider naar buiten treden?’

 

Ook voor organisaties en bedrijven spelen ethische vraagstukken. Bedrijven worden steeds vaker door hun omgeving (consumenten, omwonenden) aangesproken op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. ‘Responsible care’ en ‘Social accountability’ zijn bij veel grote bedrijven intussen ingeburgerde begrippen. Net zoals bij kwaliteit, milieu en arbo bestaan er zelfs normen voor managementsystemen op het gebied van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Die besteden expliciet aandacht aan thema’s zoals kinderarbeid en discriminatie.

 

Ethiek is systematisch nadenken over goed en fout. Ethiek gaat over dilemma’s, over keuzes en handelingen die gevolgen hebben voor mensen. In de weerbarstige praktijk blijken goed en fout relatieve begrippen.

 

Ethiek is onderdeel van de filosofie. Ethiek is systematische reflectie op de moraal. Onder ‘moraal’ en ‘moraliteit’ verstaat men gewoonlijk het menselijk gedrag in relatie tot een stelsel van normen of cultureel bepaalde gewoonten of opvattingen. Anders gezegd: moraal is het geheel van opvattingen, beslissingen en handelingen waarmee mensen uitdrukken wat zij goed of behoorlijk vinden. Wanneer een reeds gekozen handeling ethisch wordt geanalyseerd, dan liggen hier vaak normen aan ten grondslag en daarachter weer waarden.

 

Moreel Beraad is geschikt om een ethisch dilemma (men staat voor een keuze) te analyseren. De methodiek is geschikt om een casus systematisch te bespreken in bijvoorbeeld intercollegiaal overleg. De methode bestaat uit een stappenplan:

 

1- breng de feiten in kaart;

 

2- benoem de mogelijke alternatieven;

 

3- benoem de relevante belanghebbende partijen;

 

4- bekijk per alternatief en voor de gekozen belanghebbende partijen in hoeverre de verschillende morele waarden worden gesteund of geschonden als dit alternatief zou worden gekozen. Dit gedachte-experiment kan worden gevisualiseerd in een ‘bespreektabel’; een matrix waarin de morele waarden horizontaal en de belanghebbende partijen verticaal worden weergegeven;

 

5- maak een weging welke schending het zwaarste zou wegen;

 

6- maak een keuze voor het beste (of minst slechte) alternatief.

 

Bij een ethisch dilemma worden bij elke keuze die men maakt, bepaalde waarden gesteund en andere geschonden.

 

Vier morele waarden zijn algemeen geaccepteerd in bijvoorbeeld de medische wereld, en heel bruikbaar voor arboprofessionals.

 

Goed doen en niet schaden vormen een continuum aan weerszijden van een spectrum. Aan de ene kant staat het ‘goed doen’, het bijdragen tot het welzijn van anderen en voor dit doel positieve stappen zetten. Aan de andere kant staat het zich onthouden van schadelijke handelingen. Voor arboprofessionals staan veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemer voorop, maar soms kan een klein risico acceptabel zijn, bijvoorbeeld wanneer anders grote schade voor het bedrijf dreigt.

 

Andere mensen mogen niet worden gedwongen om te leven en te handelen zoals wij dat het beste voor hen vinden. Het gaat bijvoorbeeld om respect voor geloofsopvattingen, maar ook voor risicobeleving. Mensen hebben, met name bij vrijwillige risico’s, recht op hun eigen risicobeleving. Veel arbodeskundigen kennen het morele dilemma tussen dit recht van de werknemer en hun eigen wens om via voorlichting risicobeleving te beinvloeden.

 

Dit is het principe van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. Mensen horen gelijk behandeld te worden, voor zover ze als gelijken kunnen worden beschouwd. Er zijn verschillende criteria voor rechtvaardigheid. Bijvoorbeeld: ieder krijgt een gelijk deel; onderscheid naar behoefte; onderscheid naar hoogte van geleverde prestaties; onderscheid naar draagkracht en ordening volgens de vrije markt. Afhankelijk van de context zal men een criterium meer of minder rechtvaardig vinden.

 

Bij ethische reflectie van een casus moet men zich afvragen welke criteria een rol spelen en waarom. De waarde ‘gelijkheid’ kan ook worden gezien als ‘solidariteit’: afhankelijke en kwetsbare mensen hebben er recht op dat in hun essentiele behoeften wordt voorzien. Zo wordt in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) met bijzondere groepen werknemers rekening gehouden. Een keuze is rechtvaardig te noemen, wanneer men in een gelijk geval dezelfde keuze zou maken.

 

Rechtvaardigheid is een deontologische waarde (zie kader). Het gaat immers niet om de uitkomst van de beslissing, maar om het daarbij gehanteerde principe. Is er bij de beslissing gebruikgemaakt van een rechtvaardigheidsprincipe en is dat een terecht principe?

 

Eerlijkheid wil zeggen: men moet de waarheid vertellen.

 

Beslissingen over arbeidsomstandigheden gaan vaak vele actoren en belanghebbende partijen aan. Enkele voorbeelden: werknemer, werkgever, eigenaar, management, omwonenden, consumenten, vakbondsvertegenwoordigers, verzekeringsmaatschappijen en instellingen voor sociale zekerheid, arbo-professionals, gezinsleden van werknemers, belastingbetalers, rechterlijke macht. In de meeste casus zijn werknemer en werkgever belanghebbende partijen. Bij een ethische analyse kiest men welke belanghebbende partijen in dat geval van belang zijn en betrekt men deze bij de analyse.

 

Hoe deze theorie in de praktijk kan worden gebracht, bespreken we in onze volgende bijdrage.

 

ETHIEK: GEVOLGEN, NORMEN OF DEUGDEN?

 

Binnen de ethiek bestaan drie modellen of theorieen.

 

Het consequentialistische model. Men vindt de goede handelwijze door te kijken naar de gevolgen van diverse alternatieve handelwijzen, en beoordeelt die gevolgen met behulp van een (samenhangend) waardenstelsel. De morele waarde hierbij is ‘goed doen en niet schaden’. In de casus gaat het bijvoorbeeld om het niet schaden van de werknemers, omdat zij door een bepaald advies van de ergonoom mogelijk hun baan kwijtraken.

 

De plicht- en verplichting-ethiek, deze heet ook wel deontologische ethiek of beginselenethiek. De daden zijn goed of slecht, los van de dader en ook los van hun gevolgen. Het is ieders morele plicht dat handelingen overeenkomen met normen, bijvoorbeeld: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet’. Of: ‘Gij zult niet doden’. In de casus gaat het bijvoorbeeld om de norm: ‘Een opdrachtgever moet altijd de waarheid spreken’.

 

De deugdenethiek. Het uitgangspunt is hier de goede eigenschap van degene die de handeling uitvoert, zoals moed of verantwoordelijkheid. In de casus zien we bij de ergonoom de waarde ‘moed’ een rol spelen.

 

 

Reageer op dit artikel