artikel

Na vallen komt …

Geen categorie

Het is een verrassende wending die volgt op een verrassende campagne. Want de cao-partijen Bouwbedrijf hadden elkaar zo goed gevonden in de campagne 1op6, bedoeld om het bouwplaatspersoneel meer bewust te maken van het valgevaar op en rond de bouwplaats. Tussen mei 2004 en maart 2005 investeerden de cao-partijen gezamenlijk zo’n drie miljoen euro in de grootscheepse campagne. In drie ‘mediamanifestaties’ met radio-en tv-spots, folders en posters, het ontbijt-tv-programma ‘Voor dag en bouw’ en zelfs een carnavalskraker werden bouwvakkers bewust gemaakt van valgevaar. De aansprekende campagne rond het motto 1op6 won zelfs een bronzen Effie. De boodschap aan de bouwvakkers was: ‘Een op de zes bouwvakkers komt tijdens zijn loopbaan ernstig ten val. Werk je in de bouw, blijf dan alert. Als je valt, valt het tegen.’

 

Het was voor het eerst dat een campagne zich nadrukkelijk richtte op de bouwvakkers zelf. ‘Eerdere campagnes waren steeds gericht op werkgevers en het naleven van regels’, vertelt Geert Wijnhoven van Boss en Wijnhoven, het communicatiebureau dat de cao-partijen adviseerde bij de campagne. ‘De vakbonden wilden deze keer de mensen op de werkvloer aanspreken. Het doel was ‘mindsetting’ te beinvloeden. We wilden de campagne bekendmaken en in de hoofden van mensen brengen zodat ze zich bewuster worden van valgevaar.’

 

Het bureau Steijvers-Van der Valk deed tijdens de campagne en een half jaar na afloop (september 2005) onderzoek naar de effecten van 1op6. Volgens het rapport ‘Valgevaar in de tijd’ was 1op6 een ‘buitengewoon succesvolle campagne’. Na de drie campagnerondes kende 96 procent van de bouwwerknemers de campagne en was 90 procent positief over de opzet, aanpak en uitwerking. Een half jaar na afloop van de campagne weet nog 38 procent van de bouwwerknemers dat de kans op een valongeluk 1op6 is. Ruim 60 procent van de bouwvakkers zegt zich bewuster te zijn van valgevaar. Nagenoeg eenzelfde percentage (59 procent) zegt zijn houding veranderd te hebben en 55 procent heeft daadwerkelijk zijn gedrag aangepast. Hoe duurzaam de effecten op lange termijn zijn, is volgens het rapport niet aan te geven.

 

Geert Wijnhoven: ‘Je kunt het effect van de campagne niet afmeten aan het aantal valongevallen per jaar. Daarin spelen te veel verschillende factoren een rol en zijn de aantallen te klein om harde wetenschappelijke verbanden te leggen. Maar een half jaar na de campagne zegt bijna 60 procent veiliger te zijn gaan werken. Dan kun je wel degelijk stellen dat de campagne invloed heeft gehad op mensen.’

 

Volgens cijfers van de Arbeidsinspectie vinden in de bouwsector jaarlijks 20.000 ongevallen plaats, waarvan rond de 25 met dodelijke afloop. Bij ruim de helft van de ongelukken in de bouw is sprake van een val. Vaak ontbreken leuningen langs platte daken, zijn steigers onvoldoende beveiligd of worden gaten in vloeren op hoger gelegen verdiepingen niet afgedekt. Onlangs constateerde de Arbeidsinspectie bij controles in de Nederlands-Duitse grensstreek nog op acht bouwplaatsen valgevaar, vooral door gebreken aan steigers.

 

Volgens Jan Boer, landelijk projectleider Bouw van de Arbeidsinspectie, weet iedereen in de bouw dat vallen een risico is. ‘Daar hoef je bijna niet over te praten’, zegt hij. ‘Mensen weten dat er een leuning om het dak moet. Alleen gebeurt het soms niet. Of er wordt door omstandigheden een deel weggehaald en niet meer teruggezet. Het gaat om het gedrag van werknemers; houden zij zich aan veiligheidsvoorschriften? En houdt een werkgever toezicht dat veiligheidsvoorschriften aanwezig zijn en daadwerkelijk worden gebruikt? Daar gaat het om.’

 

De campagne 1op6 volgde op een eerder Europees inspectieproject naar valgevaar in de bouw in 2003 en 2004. De Arbeidsinspectie ontwikkelde intussen een nieuwe aanpak. De huidige systeeminspectie sluit volgens landelijk projectleider Boer beter aan op het arbozorgsysteem van werkgevers. Boer: ‘Wij kijken nu op een bouwplaats naar concrete zaken die mis zijn. We vragen eerst de werknemer via open vragen waarom dingen niet gebeuren. Is er misschien te weinig voorlichting of te weinig toezicht? Die informatie bespreken we vervolgens met de voorman of uitvoerder op de bouwplaats. De verschillende onderdelen krijgen een cijfer. Als een systeem onvoldoende scoort, gaan we vervolgens naar de vestigingslocatie en inspecteren we daar het arbozorgsysteem van de werkgever. Onze systeemaanpak wijst niet alleen op de oneffenheden op de bouwlocatie, maar kijkt ook op organisatieniveau. Die methodiek gebruiken we ook in 2006.’ Inmiddels zijn er zo’n duizend systeeminspecties uitgevoerd in de bouw. De voorlopige analyses sluiten aan bij Engels onderzoek waaruit blijkt dat gedrag en veiligheid voor 50 procent worden bepaald door leidinggevenden.

 

Boer: ‘Als een leidinggevende geen aandacht heeft voor veiligheid, heeft een werknemer ook minder interesse voor arbo. Maar als een leidinggevende veel aandacht heeft voor veiligheid, neemt de werknemer dat over. De invloed van een leidinggevende werkt zowel positief als negatief door.’

 

Volgens Boer krijgt valgevaar in april binnen acties in de bouw zeker opnieuw aandacht. ‘Valgevaar is een hoofdgevaar. Dat neem je altijd mee.’ Het onderwerp verdient continu aandacht, vindt hij. ‘Tijdens een campagne als 1op6 weet iedereen ervan en zit het tussen de oren. Maar de kans bestaat dat het wegebt. Het onderwerp moet continu aandacht krijgen vanuit branches, werkgevers en leidinggevenden.’

 

Sectorbestuurder Frans Kokke van FNV Bouw vindt dat er nu onvoldoende gebeurt. Hij gaf vanuit een stuurgroep mede leiding aan de campagne 1op6. Kokke: ‘We wilden een grote klap, een heel grote campagne waarin bewustwording rondom valgevaar echt centraal stond. Het onderzoek toont aan dat 1op6 zeker ook effect heeft gehad. De campagne heeft de bewustwording vergroot. En we zijn heel blij dat die bewustwording resultaat heeft. Er is een toenemende vraag vanuit werknemers naar het verbeteren van veiligheid.’

 

Maar om het te laten beklijven, moet de branche volgens Kokke vervolgstappen zetten. ‘Valgevaar moet in de bouwnijverheid continu op de agenda staan, ingebakken worden in de cultuur op de bouwplaatsen. Ik heb werkgevers uitgenodigd om mee te denken over nieuwe initiatieven, maar die geven tot op heden niet thuis. Bouwend Nederland pretendeert naar buiten toe heel veel te doen. Ze wijzen hun opdrachtgevers nu op de campagne waaraan zij meewerkten, maar dat meewerken moet wel een vervolg krijgen. Wij zijn op dit moment de vragende partij en zij de afwijzende partij. Bouwend Nederland pronkt met 1op6, maar laat het nu afweten. Ze stoppen liever veel geld in een imagocampagne voor de bedrijfstak om werk binnen te halen, maar veronachtzamen wat met de mensen op de bouwplaats te maken heeft.’

 

Volgens FNV Bouw hielden de werkgevers meteen na de campagne de hand op de knip. Kokke: ‘Toen de resultaten zo gunstig waren, wilden wij doorgaan met de campagne. Maar de werkgevers wilden dat niet. Voor hen had de campagne een beperkte looptijd. Daarmee is ook de website van 1op6 verdwenen. Er was geen bereidheid meer om daar geld voor beschikbaar te stellen.’

 

Kokke nodigt de werkgevers uit om structureel campagne te voeren om bouwplaatspersoneel bewust te maken van onveiligheid. ‘Wat zijn risico’s voor jou als werknemer en hoe kun je die onveiligheid voorkomen? Maak mensen bewust dat het normaal is dat je onveilige dingen gewoon niet doet. Als werkgever moet je zo’n campagne willen voeren. Dat heeft veel meer zin dan steeds weer nieuwe regels te verzinnen en certificaten te verstrekken. Want zo’n certificaat doet denken aan de bekende grap over het betonnen zwemvest. Dat werd geheel volgens de regels gemaakt, maar het bleef toch niet drijven.’

 

‘Bouwend Nederland is wel degelijk nog steeds bezig met veiligheid’, werpt Fenneken Lamakers tegen. ‘Alleen kiezen we voor een andere insteek dan in de campagne 1op6. We willen op dit moment zo’n bewustwordingscampagne niet herhalen. Voor een campagne moet er een goede voedingsbodem zijn bij werkgevers en leidinggevenden in het bedrijf. Daarom gaan we bedrijven via veiligheidsscans duidelijk maken waar bij hen de schoen wringt.’

 

Bouwend Nederland haakt daarvoor aan bij een methode die ontwikkeld is door Stichting Arbouw in samenwerking met Aboma+Keboma en arbodienst ArboDuo. ‘De komende twee jaar willen we in een pilot binnen zeshonderd bedrijven veiligheidsscans uitvoeren. Daarmee kunnen bedrijven de veiligheid binnen hun bedrijf meten. Door de methode komen knelpunten naar boven, zodat bedrijven gericht maatregelen kunnen nemen. Het is dus breder dan valgevaar en bewustwording. Het gaat over veiligheid in brede zin en gaat ook over gedrag. Wat gaat het bedrijf doen om risico’s te verhelpen? De methode richt zich niet alleen op de werknemer op de steiger, maar ook op uitvoerders. Wat kunnen zij bijvoorbeeld doen in de organisatie van hun werk om het veiliger te maken?’

 

Volgens directeur Cees van Vliet van Stichting Arbouw combineert de methode een Fins model en de systeeminspecties van de Arbeidsinspectie. De aanpak functioneert volgens hem op twee niveaus: ‘De veiligheidsscans laten bedrijven exact zien op welke punten ze goed scoren en op welke onderdelen minder. Dat heeft nadrukkelijk de bedoeling om verbeteringen te realiseren. Door de gegevens in te voeren in een benchmark krijgt de bedrijfstak een veel beter inzicht waaraan het schort. Waar binnen de verschillende bedrijfstakonderdelen zit het probleem nou precies?’

 

Volgens Van Vliet is de methode een heel goed vervolg op de bewustwordingscampagne 1op6. ‘Bewustwording is een, maar als dat niet leidt tot ander gedrag, ben je niet veel verder. Je moet vanuit de bewustwording op de bouwplaats werknemers en werkgevers nu vragen wat zij concreet gaan doen om werk veiliger te maken.’

 

Fenneken Lamakers: ‘Ik zie de pilot als een aanvulling op 1op6. We gaan verder met veiligheid. Alleen op een andere manier. We kiezen ditmaal voor een meer instrumentele aanpak in plaats van een hele communicatieve benadering. Maar er gaat net zoveel geld naar veiligheid. Het effect is de som van de delen. Je moet het bij elkaar zien. Je moet niet aldoor dezelfde weg willen bewandelen. We proberen het gewoon op verschillende manieren.’

 

De pilot voor veiligheidsscans in de bouw is nog een voorstel. Werkgevers en werknemers moeten nog beslissen over de uitvoering en de financiering van de pilot.

 

Reageer op dit artikel