artikel

NIBHV VERSUS BHV-PLATFORM, MACHTSSTRIJD OF RITUELE DANS?

Geen categorie

Dit is een verklaring dat de cursist de cursus met goed gevolg heeft afgesloten. Het bestaat uit een schriftelijke kennistoets en een praktische vaardighedentoets.

 

Deze laatste toets wordt beoordeeld door de opleider en is dus niet onafhankelijk. Er zijn immers maar weinig opleiders die een slechtnieuws-gesprek met hun opdrachtgever aandurven wanneer een bhv’er niet competent blijkt. Een certificaat geeft daarmee een schijnzekerheid, ook omdat de RvA (Raad voor de Accreditatie) of de CAR (Centrale Accreditatieraad) dit niet controleren.

 

Aan de andere kant, als de klant de betrekkelijkheid van het certificaat beseft en zijn verantwoordelijkheid neemt om de bhv op de RIE af te stemmen, hoeft dit geen wezenlijk probleem te zijn. Dan is het gewoon een kwestie van goed communiceren.

 

Dit is een teken dat een bedrijf is aangesloten bij het NIBHV. Tot voor kort kon dit zonder inhoudelijke kwaliteitstoetsing. Maar daar lijkt verandering in te zijn gekomen, in elk geval voor de nieuw aangeslotenen. Het probleem hiervan is dat aanbestedende diensten vaak hiernaar verwijzen, omdat ze menen dat hiermee een kwaliteitsniveau gewaarborgd wordt, en omdat de cursisten een certificaat mee naar huis krijgen.

 

Dit is discriminerend ten opzichte van opleiders die bewust buiten de NIBHV wensen te blijven. Het hoeft dus niet te betekenen dat hun kwaliteit minder is.

 

In veel gevallen willen ze met hun eigen kwaliteit niet geassocieerd worden met die van een aantal bij het NIBHV aangesloten bedrijven.

 

Toch is dit het NIBHV niet kwalijk te nemen. Niet zij, maar de aanbesteders verwijzen naar hen. Daarom is het aan de aanbieders om in de voorfase van een aanbesteding aan te geven wat volgens hen belangrijk is, zodat de aanbesteder naar meer genuanceerde criteria verwijst of een ‘gelijkwaardigheid’ toelaat. Ook dat is gewoon een kwestie van goed communiceren.

 

Met andere woorden: de bekende pijnpunten zijn met een goede communicatie niet zo pijnlijk meer. Er is ruimte voor maatwerk, voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de opleidingen. Degene die een echt persoonscertificaat wil voor de bhv’ers of de bhv-organisatie of zelfs het hele bedrijf willaten certificeren, kan dat doen door een combinatie van NEN 4000 en OHSAS 18001. Aanbestedende diensten kunnen bij NEN terecht voor een onafhankelijk advies. Noch het NIBHV, noch het BHV-platform is lid van de normcommissie die NEN 4000 heeft opgesteld en na medio 2007 zal herzien.

 

Nu lijkt samenwerking moeilijk, zelfs ondenkbaar. Het BHV-platform wil ook invloed op criteria bij aanbestedingen. Nu heeft een van de leden van het platform de gunning gekregen om gevangenispersoneel op te leiden tot bhv’ers, maar de oefeningen zijn behoorlijk uitgekleed. Brand mag je niet stichten in een gevangenis en brandsimulatie lijkt ook niet tot de mogelijkheden te behoren. Aan het eind van het traject krijgen de deelnemers toch een NIBHV-certificaat, waarmee de werkgever laat zien dat hij voldoet aan zijn zorgplicht. Of dat voldoende is, is een andere discussie.

 

Wat dit wel duidelijk maakt, is dat beide titanen gemeenschappelijke belangen hebben. Ais ook anderen dan het NIBHV mogen aanschuiven bij de voorbereiding van aanbestedingen, wordt het NIBHV niet meer als eenzijdig machtsblok ervaren. Natuurlijk is er veel kennis bij het NIBHV, het NIFV en het Oranje Kruis, maar die kan worden aangevuld door anderen. Wanneer die aan de voorbereidingen voor een aanbesteding deelnemen in verenigingsverband, kunnen de criteria objectief blijven, dus niet toegeschreven naar een bepaalde aanbieder. Daardoor worden de eisen misschien wat strenger dan in het verleden, zodatje meer kwaliteitsconcurrentie krijgt en minder prijsconcurrentie.

 

ENKELE STATEMENTS

 

‘Standaardopleidingen zijn goed voor de kennisopbouw en het begin van de vaardigheden, maar de nadere invulling in de eigen organisatie is altijd maatwerk’.

 

‘Welke opleiding je ook geeft, standaard of maatwerk, je bent toch altijd met de klant bezig. Wat is het verschil?’

 

‘Je begint als je goed bezig bent altijd met een intake, soms zelfs met een adviestraject, en dan kristalliseert de behoefte van de klant zich wel uit’.

 

‘De instructeurs hebben doorgaans dezelfde opleiding en ervaring, al heeft de een meer een brandweerachtergrond en de ander meer een EHBO-achtergrond. Ook het maatwerk blijkt dan vaak redelijk standaard’.

 

 

Dat brengt beide groepen op een ander gezamenlijk belang: de concurrentie door de bijbeunende brandweerlieden. Het komt nog steeds voor dat brandweerlieden in werktijd acquisitie plegen en in hun vrije tijd komen trainen, vaak in nutsgebouwen waardoor de kosten laag zijn. Voor een of twee avonden wordt een kaderinstructeur van het Oranje Kruis aangetrokken voor de EHBO, en alle ingredienten voor een bhv-cursus zijn aanwezig.

 

Gelukkig doen de meeste brandweerlieden dit niet, maar degenen die dit wel doen, vervalsen hiermee wel de markt. Er is geen bindende interne instructie die hen tegenhoudt. Wat kan je dan doen als concurrent die de klant kwijtraakt? Procederen is een theoretische mogelijkheid, maar dat kost veel tijd en geld. Een klacht bij de NMA is ook mogelijk, maar dat brengt de klant nog niet bij de klager, dus die bespaart zich meestal de moeite.

 

Het lijkt mij dan ook in het belang van beide groepen om hier gezamenlijk tegen op te treden, zo mogelijk met andere groepen als stichting CaBo (Calamiteitenbeheersing in Bedrijven en Organisaties), NVB, BedrijfsBrandweren Noord enzovoort.

 

Uiteindelijk is het de bedoeling dat we allemaal weten waar we aan toe zijn. Het ministerie van BZK en de brandweer is niet blij met de veranderde arboregel geving, omdat die in hun ogen te vrijblijvend is. Hoewel het doel ervan is om de verantwoordelijkheid bij de werkgevers en werknemers te leggen, gaat er een verkeerd signaal uit van het schrappen van veiligheidsbepalingen die toch cruciaal zijn om branden als op Schiphol-Oost in de toekomst te voorkomen. Daarvoor zullen de specificaties beter, duidelijker, scherper moeten worden. De volgende herziening van NEN 4000 dient zich aan. Te verwachten is dat de Gids BHV (Kluwer), AI 10, ATC 11 en ATC 14 (SDU) zullen volgen. In elk geval kunnen de risico’s per gebruikersgroep worden vastgelegd in arbocatalogi en de opleidingen kunnen daarop inspelen. Of je die dan indeelt in functionaliteiten als ‘bhv-basis’, ‘bhv-basis plus’, ‘ploegleider’ en hoofd bhv’, of dat je uitgaat van een vrijere vorm waarin ieder werknemer in beginsel bhv-taken kan krijgen, is vooral een vormkwestie. Het gaat erom dat het geheel geborgd is. Wanneer inhoud en proces optimaal op elkaar worden afgestemd, zijn we met ons allen optimaal voorbereid op een noodsituatie.

 

Reageer op dit artikel