artikel

‘Niemand kijkt nog naar de werkplek’

Geen categorie

Paul Ulenbelt. Volgens sommigen ‘een terrier: als ie eenmaal vast heeft, laat ie niet gauw los’.

 

Anderen typeren hem als ‘een ruwe bolster, blanke pit.’ En, zo wordt gezegd: ‘Een groot verlies voor de FNV, een aanwinst voor de SP’.

 

Als beta-jongen uit een welgesteld gezin koos Ulenbelt voor een studie arbeids- en organisatiepsychologie, omdat hij ‘liever met mensen werkte’. Hij ging studeren in Groningen ‘waar je toen nog studiepunten kreeg als je Karl Marx las’. Daar ook stond Ulenbelt samen met werknemers voor het eerst op de barricaden tegen de sluiting van de plaatselijke strookkartonfabrieken.

 

Ruud Vreeman haalde destijds ‘de radicaal’ naar de NVV-jongeren. ‘Een mooie tijd’, blikt Ulenbelt terug. Via de Wetenschapswinkel van de Universiteit van Amsterdam en het Coronel-instituut belandde de inmiddels gepromoveerde Ulenbelt in 1991 bij de Industriebond FNV waar hij de unit Veiligheid, Gezondheid en Welzijn (en Milieu) leidde.

 

Vier jaar geleden nam Ulenbelt de leiding op zich van Bureau Beroepsziekten FNV, destijds opgericht door de Industriebond FNV en FNV Bouw. Aanleiding was een boek waarin de toekomstige risico’s stonden voor verzekeraars door beroepsziekten. ‘Dat ging om flinke bedragen’, herinnert Ulenbelt zich. ‘Ik dacht: wie gaat dat geld ophalen. Op dat moment waren slachtoffers van slechte arbeidsomstandigheden helemaal niet in beeld. We vonden dat er een bureau moest komen om die mensen een gezicht te geven en dat claims kon indienen. Het was een combinatie van individuele belangenbehartiging, beroepsziekten op de kaart zetten en een impuls geven aan betere arbeidsomstandigheden.’

 

Wat begon met drie medewerkers, groeide uit tot een bureau met veertien medewerkers.

 

Bureau Beroepsziekten FNV krijgt inmiddels ondersteuning van vijf advocaten en een extern medisch adviesbureau. Eind vorig jaar had het bureau voor 300 werknemers met een beroepsziekte 284 werkgevers aansprakelijk gesteld. In 61 gevallen kon met een verzekeraar een ‘minnelijke regeling’ worden getroffen, voor in totaal 2,7 miljoen euro. Bureau Beroepsziekten onderzoekt in zo’n 250 zaken of een werkgever aansprakelijk gesteld kan worden. Er liggen nog 731 aanvragen voor zo’n onderzoek op de plank.

 

De eerste zaak hangt in de kast als dossier 001. Ulenbelt: ‘Dat is de zaak van een ex-Philips-werknemer die jarenlang onderdelen heeft ontvet en daardoor het Organisch Psycho Syndroom (OPS) kreeg. Ik ben bij die mensen thuis geweest om hun hele verhaal te horen en bewijsstukken te verzamelen. Dan zie en hoor je zoveel onrecht. Zo iemand zit helemaal klem, terwijl de beroepsziekte nota bene te voorkomen was geweest als het bedrijf had gezorgd voor goede arbeidsomstandigheden. Dat is zo ongelofelijk triest en bijna misdadig. Bureau Beroepsziekten is voor die mensen echt een laatste strohalm waar ze zich aan vastklampen om hun recht te halen. Daar zijn ze ook heel dankbaar voor.’

 

Ulenbelt en de zijnen voeren een felle strijd om het recht te halen.

 

Dat is in nog geen enkel geval helemaal gelukt. In de zaken waar ‘een minnelijke regeling’ getroffen werd, en dus geld over de brug kwam, blijft de erkenning een probleem. Ulenbelt: ‘In die gevallen hebben de bedrijven de claim afgekocht, maar erkennen zij niet de aansprakelijkheid voor de beroepsziekte.’

 

Werkgevers die aansprakelijk zijn gesteld voor een beroepsziekte, staan op de website van Bureau Beroepsziekten FNV met naam en toenaam vermeld. Ook verzekeraars die geen schikking willen treffen, komen op de website op een ‘zwarte lijst van slechtste verzekeraars’. Momenteel voert Centraal Beheer de lijst aan. Ulenbelt heeft er geen enkele moeite mee werkgevers en verzekeraars zo aan te pakken.

 

‘Verzekeraars zijn ondeskundig, verdraaien, traineren en liegen zelfs keihard. Dat zijn harde beschuldigingen, ja. Ik kan het ook niet helpen. Betalen kan altijd nog, denken ze gewoon.

 

Terwijl ik heel gedocumenteerd en wetenschappelijk onderbouwd harde dossiers op tafel leg. Ik ben geen opgewonden standje dat zomaar vanuit ideologische motieven iets roept.’

 

Volgens Ulenbelt vissen verzekeraars net zo lang in de stukken totdat ze een kleinigheid kunnen aangrijpen om onder de claim uit te komen. En anders ontkennen ze wel iets. ‘We hebben een claim lopen voor iemand die schotten van bouwketen moest tillen. Je kunt gewoon met afmetingen en soortelijk gewicht van het hout berekenen dat die dingen te zwaar zijn. De verzekeraar roept doodgewoon:

 

‘Dat is niet zo’. Dat noem ik plat liegen. Verzekeraars vinden het niet leuk dat hun goede naam wordt aangevallen. Maar een jaar geleden stond Delta Lloyd bovenaan en dat kwam in De Telegraaf. De verzekeraar hing meteen aan de telefoon. We hebben gepraat en het gaat nu beter. Ze zijn een stuk gezakt op de lijst. Je moet eerst een steen in een vijver gooien, zodat er rumoer komt. Pas dan wordt er bewogen en ben je in staat om iets af te spreken. Zo is het altijd gegaan op het gebied van arbeidsomstandigheden en belangenbehartiging.

 

Het is oorlog voeren, vrede sluiten en weer knokken om vooruit te komen.

 

Het kan niet altijd vrede zijn’, aldus Ulenbelt.

 

Hij voelt zich in die mening gesteund door het recente onderzoek van de Arbeidsinspectie waaruit blijkt dat zestien procent van de schildersbedrijven nog steeds met OPS-gevaarlijke verf in de weer is. Het toont volgens Ulenbelt maar weer eens aan dat werkgevers alleen met dwingende wetgeving tot veranderingen zullen overgaan. ‘Ik heb een heel lage pet op van werkgevers. Dat wordt ook iedere keer weer bewezen.

 

Natuurlijk zijn er werkgevers van goede wil, maar dat is een kleine minderheid.’

 

Dat werknemers in het weekend op het sportveld of in de disco soms ook risico’s lopen, vindt Ulenbelt van een andere orde. ‘Sportende mensen hebben vaak een betere gezondheid en minder ziekteverzuim dan werknemers die alleen maar op de bank zitten. Het is een natuurlijke neiging van werkgevers om het risque social als afleidingsmanoeuvre te gebruiken en de schuld van zich af te schuiven. Ik vind dat je naar de werkelijkheid moet kijken. Iemand die de hele dag op zijn werk in het lawaai staat, krijgt geen gehoorproblemen omdat ie in het weekend een keertje naar de disco gaat.’

 

Volgens Ulenbelt is momenteel

 

‘iedereen’ met arbo bezig, maar kijkt niemand meer naar de werkplek waar de ongelukken gebeuren. ‘De wetgeving is te vrijblijvend. Als werknemer mag je alleen bij acuut gevaar het werk stilleggen. Maar als je met kankerverwekkende stoffen werkt en je stopt ermee omdat je vindt dat het eerst veiliger moet, kun je op staande voet ontslag krijgen.’ Effectieve controle op de werkplek is er niet meer, stelt hij. ‘Vroeger vertelde de Arbeidsinspectie wat werkgevers moesten verbeteren. Als je dat niet deed, kreeg je een duw.

 

Dat werkte. Nu is de Arbeidsinspectie niet meer effectief. Die rukt alleen nog uit na een ernstig ongeval. Als je vraagt of ze lasrookmetingen willen doen, komen ze niet meer. In sectoren met een arboconvenant is sowieso geen controle meer.

 

De inspecteurs willen nog wel, maar moeten van de terugtredende overheid van de werkplek wegblijven. Het wordt overgelaten aan de zelfwerkzaamheid tussen arbodiensten en bedrijven.

 

Dan gebeurt er dus weinig. Bedrijven weten gewoon dat de pakkans klein is en de boete laag.’

 

De voorgenomen liberalisering van de arbomarkt is Ulenbelt dan ook een doorn in het oog.

 

‘Daar verwacht ik helemaal niets van’, zegt hij. ‘Je hoort nu al dat arbodiensten medewerkers weghouden uit bedrijven.

 

Mensen die het goed voor hebben met werknemers, hebben daar grote problemen mee.

 

Arbodiensten hebben een meer dan gemiddelde WAO-uitstroom in de dienstverlening. Dat zijn nota bene de vakmensen die goede arbeidsomstandigheden en lage WAO-instroom moeten verkopen.’

 

Volgens Ulenbelt ontbreekt het aan een grote onafhankelijke autoriteit die direct op de werkplek kan ingrijpen. Hij gruwt van arbodiensten die voor een groot deel eigendom zijn van verzekeraars. Beter zou zijn de arbodiensten onder te brengen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘Ik noem het geen arbopolitie. Je moet werkgevers gewoon vertellen wat ze moeten doen om een werkplek veilig te maken. Als de wet daar duidelijke normen voor stelt, doen ze het wel. Want werkgevers zijn legalistisch ingesteld, concludeert ook de Europese Commissie.’

 

Ulenbelt vertrekt op het moment dat een collectieve verzekering voor beroepsziekten binnen handbereik lag. Er leek overeenstemming met werkgevers, overheid en het Verbond van Verzekeraars over een Extra Garantieregeling Beroepsziekten (EGB). Deze verplichte verzekering voor werkgevers zou, op basis van een lijst vastgestelde beroepsziekten, werknemers schadeloos stellen bij inkomensverlies door een beroepsziekte.

 

Het kabinet vroeg hierover advies aan de Sociaal Economische Raad (SER), omdat de voorstellen voor aanpassing van de WAO in strijd zijn met internationale verdragen en het kabinet af wil van de claimcultuur bij individuele werkgevers. De EGB had een einde kunnen maken aan de moeizame onderhandelingen en jarenlange juridische procedures met werkgevers en verzekeraars.

 

Maar de SER vond een dergelijke regeling nu niet nodig. ‘Een gemiste kans’, oordeelt Ulenbelt.

 

‘Het was mooi geweest als slachtoffers van een beroepsziekte zich tot een onafhankelijk instituut zoals het Asbestinstituut hadden kunnen richten om hun zaak te laten bekijken en beoordelen.’

 

Of het er alsnog van komt, zal Ulenbelt vanuit de politieke coulissen volgen. Wim Eshuis, voorheen FNV Bouw, gaat Bureau Beroepsziekten FNV voorlopig als directeur leiden. Per 1 mei begon Ulenbelt zelf al als fractiemedewerker Sociale Zaken van de landelijke Socialistische Partij in Den Haag. Hij werd door SP-fractielid Jan de Wit gevraagd de SPburelen te komen versterken.

 

Ulenbelt: ‘Ik zie niet op tegen de Haagse politieke cultuur. Ik ben al bij de SP op het Binnenhof geweest en daar heerst vooral een eigen SP-cultuur waar ik me goed bij thuisvoel. Het lijkt me leuk werk. Ik ga er zaken voorbereiden, zodat de fractieleden in de Tweede Kamer in de debatten scherp kunnen zijn. Munitie verzamelen, ja. Van mijzelf als Paul Ulenbelt zul je voorlopig niet meer zoveel horen. Ik ga meer achter de schermen werken, zodat anderen hun mening kunnen ventileren. Sommige mensen reageren een beetje verbaasd op mijn overstap. Ik wist niet dat jij ook bij de SP zat, zeggen ze. Vroeger had je links van de PvdA nog de CPN, PSP en PPR.

 

Die partijen zijn allemaal verdwenen.

 

Maar ik ben nooit veranderd, al die anderen zijn naar rechts opgeschoven.’

 

Reageer op dit artikel