artikel

Nieuwe instrumenten voor risicoweging

Geen categorie

De basis van ORM, of kortweg ‘Risicomodel’ ligt in 9000 ongevallen, die tussen 1998-2004 door de Arbeidsinspectie zijn onderzocht. Deze ongevallen zijn verdeeld over 35 thema’s. Voorbeelden zijn: vallen van hoogte, geraakt worden door een vallend voorwerp, gegrepen worden door bewegende delen van machines. Elk ongeval is uitvoerig geanalyseerd met behulp van het vlinderdasmodel (zie kader).

 

Binnen iedere vlinderdas zijn de managementfactoren van het incident ingedeeld volgens de IRISK-methode (Bellamy e.a., ‘IRISK, A quantified integrated technical and management risk control and monitoring methodology’, EC contract report ENV4-CT96-0243, 2000). Deze hanteert acht beinvloedbare elementen (man agem entel ementen):

 

 

procedures

 

– materiaal

 

– ergonomie

 

– beschikbaarheid personeel

 

– competentie personeel

 

– communicatie

 

– cultuur en motivatie

 

– conflicthantering (bijv. veilig werken versus productie)

 

Bij het voorbeeld ‘gegrepen worden door een machine’ is een mogelijke oorzaak het ontbreken van goed materiaal (afscherming). De acht managementelementen kunnen ieder falen op een of meer van de vier factoren: beschikbaar stellen, gebruiken, onderhouden en monitoren. In het voorbeeld: de afscherming van de machine kan nooit aanwezig zijn geweest, of wel aanwezig maar niet gebruikt, enzovoorts. Op deze manier is de informatie van alle ongevallen verdeeld over 35 vlinderdassen opgeslagen in een grote database met de naam Storybuilder.

 

Uit de database blijkt dat niet ieder element uit het managementsysteem altijd even belangrijk is. Ongelukken met handgereedschap zijn bijvoorbeeld in 32 procent van de gevallen (deels) te wijten aan de ergonomie van het gereedschap (zie figuur). Met het Risicomodel kan een bedrijf uitrekenen wat de verwachte risicoreductie is van specifieke maatregelen, en wat de kosten daarvan zijn. Het bedrijf kan hiermee kiezen voor de meest kosteneffectieve set. Stel dat in een bedrijf de meeste risico’s voortkomen uit het werken met handgereedschap. Dan kan dit bedrijf waarschijnlijk beter investeren in gebruikersvriendelijk gereedschap dan het bedrag besteden aan communicatie over de risico’s.

 

Voor een kwantitatief risicomodel is ook informatie nodig over blootstelling aan gevaren. Daarom voerde Consument en Veiligheid een onderzoek uit waarmee voor veel voorkomende beroepen en activiteiten de gemiddelde blootstelling aan gevaren is gemeten. De combinatie van blootstelling en het optreden van ongevallen levert een inschatting van de risico’s van een activiteit op. Vervolgens zijn de kosten geschat van veel gebruikte preventieve (en repressieve) maatregelen. Hiermee is de meest kosteneffectieve set maatregelen aangegeven voor een bepaalde arbeidssituatie. De data zijn in het Risicomodel systematisch opgeslagen. De toepassingsmogelijkheden zijn in principe eindeloos omdat er allerlei dwarsverbanden tussen de gegevens te leggen zijn.

 

Storybuilder kan helpen met het vinden van de rode draad achter ongevallen. Zeker bij bedrijven die slechts enkele ongevallen per jaar meemaken is het moeilijk om achterliggende oorzaken te vinden. De arbodeskundige kan nu vergelijkbare incidenten in Storybuilder opzoeken. Hij krijgt dan suggesties van mogelijke oorzaken. Ook kan hij de eigen ongevallen invoeren om achterliggende oorzaken te analyseren. Het Risicomodel maakt duidelijk wat de meest kosteneffectieve set veiligheidsmaatregelen is voor een bedrijf. Daarnaast kan de eigen veiligheidssituatie vergeleken worden met het Nederlandse gemiddelde. Het Risicomodel is vooral geschikt voor gebruik door grotere organisaties, zoals bedrijven met een eigen KAM-afdeling, brancheorganisaties, arbodiensten, verzekeraars en overheden. Arbodiensten of brancheorganisaties kunnen het instrument gebruiken om hun inzicht in de kosteneffectiviteit van maatregelen aan te scherpen.

 

De Arbeidsinspectie maakt bij het opstellen van inspectieprogramma’s gebruik van de gegevens uit Storybuilder. De analyse levert lijsten op met de meest voorkomende ongevallen in een bepaalde sector, en lijsten met de meest voorkomende onderliggende oorzaken. Deze worden gebruikt bij het bepalen van de aandachtspunten voor de inspectieprojecten. Op dit moment bevat Storybuilder alleen informatie over ongevallen: acute situaties waarbij (bijna) letsel is opgelopen. Situaties die op de lange termijn schade toebrengen aan de gezondheid zijn niet meegenomen.

 

DE INVLOED VAN MANAGEMENTELEMENTE

 

Dit figuur geeft aan hoe vaak de acht managementelementen betrokken waren bij ongevallen met het vrijkomen van gevaarlijke stoffen (blauwe lijn), handgereedschap (groene lijn), explosie (rode lijn) en struikelen (grijze lijn). De staafjes geven aan hoe vaak de acht managementfactoren bij alle 9.000 ongevallen betrokken waren.

 

 

INFO

 

In de loop van 2008 worden Storybuilder en het Risicomodel gebruikersvriendelijk gemaakt. Op de website www.arbonieuwestijl.nl staan ontwikkelingen en de eerste analyserapporten uit Storybuilder. Meer info: dhr. ing. Joy Oh, ministerie van SZW, directie Arbeidsomstandigheden, joh@minszw.nl.

 

 

Reageer op dit artikel