artikel

Ontslag bij diefstal?

Geen categorie

Een werknemer van een schoonmaakbedrijf maakt al jaren bussen schoon. Hij tankt de bussen ook af met een tankpas die bijhoudt welke bus er getankt wordt en wie dat doet. Een overbuurvrouw van de werknemer heeft de busmaatschappij telefonisch meegedeeld dat de man dieselolie verkoopt, die afkomstig zou zijn van de busmaatschappij. Die ontdekt dat er inderdaad dieselolie is verdwenen. Er wordt een particulier recherchebureau ingeschakeld. Die hangt camera’s op, maar die zijn korte tijd later verdwenen.

 

Het recherchebureau doet tegen de werknemer aangifte van diefstal van observatieapparatuur. Het Openbaar Ministerie seponeert de zaak wegens gebrek aan bewijs. De busonderneming wil niet meer verder met de man en het schoonmaakbedrijf geeft hem een minder betaalde baan. De man stapt daarop naar de rechter. Hij betwist uitdrukkelijk dat hij schuldig is aan diefstal van dieselolie of de beveiligingscamera’s. De rechter stelt vast dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat tussen de werknemer en de busonderneming. Er is ook geen detacheringsovereenkomst en daarmee is de vordering niet rechtstreeks toewijsbaar. Op grond van de raamovereenkomst kan de busonderneming een werknemer van een derde uitsluiten. Maar dan is er wel sprake van onrechtmatig handelen van de busonderneming. Uit het onderzoek is niet af te leiden dat de werknemer dieselolie heeft gestolen. Zijn eventuele betrokkenheid was door het natrekken van de gegevens van het tankpasje wel eenvoudig aan te tonen, maar dit is nagelaten. Ook de herkomst van het telefoontje is niet nagetrokken en er is geen aangifte bij de politie gedaan van diefstal van dieselolie. Daarom heeft de busonderneming in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid gehandeld. Ook is de eer en de goede naam van de werknemer geschaad. Hij is aanzienlijk benadeeld door hem na zeventien jaar kennelijk probleemloos functioneren zijn feitelijke werkplek en het daaraan verbonden hogere inkomen te ontnemen. Dit is een onrechtmatige daad van de busonderneming. Die moet de beschuldiging rectificeren en de schade vergoeden. De man moet ook opnieuw tot het werk worden toegelaten.

 

(Rechtbank Leeuwarden, 12 december 2007, LJN BC0120)

 

Een medewerkster van Albert Heijn zet vier bossen rozen weg. Ze zijn nog niet betaald, maar wel voorzien van betaalstickers. Volgens de huisregels mogen producten pas aan het eind van de werkdag worden gepakt en moeten dan meteen worden afgerekend. Een teamleider heeft de boeketten in de werkruimte gezien en de manager ingelicht. Die houdt de medewerkster aan het einde van de werkdag bij de informatiebalie aan. Ze zegt dat ze al betaald heeft, maar een kassabon ontbreekt. De werkgever vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

 

In de rechtszaal blijkt dat de werkneemster wat minder begaafd is en niet goed kan omgaan met stressituaties. Na de BLO-school is ze via een stage bij de grootgrutter gaan werken en heeft haar werk steeds naar behoren gedaan. Ze heeft de bloemen inderdaad weggezet en voorzien van betaalstickers om het afrekenen aan de balie sneller te laten verlopen. Ze weet dat dit niet de juiste gang van zaken is, maar zo gebeurde het wel vaker.

 

De kantonrechter vindt dat van de supermarktmanager verwacht mocht worden dat hij de werkneemster, gezien haar beperkingen, al eerder persoonlijk had aangesproken over de bloemen. Niet pas aan het einde van de werkdag bij de informatiebalie in het bijzijn van klanten en medewerkers. De werkneemster had dan in alle rust kunnen uitleggen waarom ze de boeketten al had voorzien van betaalstickers. En de manager had kunnen aangeven dat dit niet de voorgeschreven gang van zaken is. Het blijft onduidelijk waarom hij haar ‘op heterdaad’ wilde betrappen. Volgens de rechter staat niet vast dat de werkneemster van plan was de boodschappen zonder betalen mee te nemen. Zij was immers de informatiebalie, die ook als kassa fungeert, nog niet gepasseerd. Haar leugen daarna over het betalen is niet goed te praten, maar kan het gevolg zijn van de zenuwen omdat ze zich overrompeld voelde door de manager. Gezien haar persoonlijke omstandigheden, de lange duur van het dienstverband en het feit dat zij haar werkzaamheden steeds naar behoren heeft vervuld, vindt de rechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet gerechtvaardigd.

 

(Kantonrechter Heerlen, 20 februari 2008, LJN BC8785)

 

Reageer op dit artikel