artikel

Ook bij haastklus veiligheid voorop

Geen categorie

De werkgever vordert primair ontbinding van de arbeidsovereenkomst door een dringende reden gelegen in de herhaalde werkweigering. Mocht dat worden afgewezen, dan subsidiair op grond van een wijziging van omstandigheden. De werknemer verzet zich tegen de gevraagde ontbinding. Hij wijst daarbij op het belang van een verkeersveiligheidsmaatregel en de onwil van de leidinggevende om te overleggen over dit verbod. Hij vindt dat de werkgever de veiligheid van zijn werknemers niet serieus neemt als onder tijdsdruk het verbod moet worden overtreden.

 

De kantonrechter overweegt dat niet elke weigering van een redelijke opdracht een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Vast staat dat de werknemer tweemaal een opdracht geweigerd heeft. Daarmee is sprake van een hardnekkige weigering. De werknemer beroept zich niet op een subjectieve reden, maar op een door de werkgever zelf opgestelde regel die tot doel heeft de veiligheid van de werknemers te waarborgen.

 

Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om zijn eigen veiligheidsregels zelf in te vullen, maar die vrijheid is niet onbegrensd. Juist als de werkdruk hoog is en de veiligheid in het gedrang kan komen, moet een werkgever de vastgestelde veiligheidsmaatregelen in acht blijven nemen en die niet afhankelijk laten worden van de voortgang van een bedrijfs- of productieproces. Zonder duidelijk kader waarin mogelijke afwijkingen staan, kan een werknemer niet worden verweten dat hij een opdracht weigert om veiligheidsmaatregelen te negeren omwille van de voortgang van het productieproces.

 

Dit kan wel eens anders zijn, maar dan moet eerder worden gedacht aan een situatie waarbij het opvolgen van zo’n regel overbodig is, bijvoorbeeld als er niet wordt gewerkt. De werkgever heeft aangevoerd dat de meeste mensen al naar huis waren. Maar dat gegeven alleen maakt de situatie er niet veiliger op. Zeker als onder grote werkdruk moet worden gewerkt is het naleven van voorschriften van groot belang. Van de werkgever mag worden verwacht dat hij de bedrijfsprocessen zodanig structureert dat die kunnen worden uitgevoerd binnen de veiligheidsvoorschriften. Dit alles betekent dat het ontbindingsverzoek wegens werkweigering wordt afgewezen.

 

Over het subsidiaire verzoek overweegt de rechter dat de werknemer wellicht wat rechtlijnig is en op zijn strepen staat, maar dat is op zich geen reden om hem een verwijt te maken. Maar de werkgever heeft op de zitting verklaard ‘hoe dan ook’ van de werknemer af te willen. De rechter kan dit niet anders opvatten dan als een diepgaande vertrouwensbreuk. Daarom wordt de arbeidsovereenkomst wel ontbonden. Omdat de ontbinding in overwegende mate niet aan de werknemer is te wijten, wordt de factor C uit de kantonrechterformule op C=2 bepaald. De werknemer krijgt daarmee een ontslagvergoeding van bijna € 96.000,-.

 

(Kantonrechter Utrecht, 6 december 2007, LJN BC0253)

 

Aantekening

 

Een werknemer is nogal steil in de leer en beroept zich op de door de werkgever zelf opgestelde veiligheidsregels. de rechter acht een dergelijk beroep terecht, zeker nu de afwijking van de regels was ingegeven door de productiedruk. volgens de rechter is een dergelijke afwijking wel toegestaan als op het moment van afwijking niet die risico’s bestaan waar de regel voor is opgesteld. maar zelfs als die risico’s er wel zijn, kan onder omstandigheden worden afgeweken. Wel zal dan vooraf duidelijk moeten worden vastgesteld, om wat voor omstandigheden het in dat geval gaat. afwijkingen die plaatsvinden omdat dat op een bepaald moment productietechnisch zo uitkomt, zijn dus uit den boze. een mijns inziens terecht standpunt van de kantonrechter. helaas schiet de werknemer in kwestie er niet veel mee op: hij wordt door ‘incompatibilite des humeur’ alsnog ontslagen. Uit de gegevens blijkt zijn leeftijd niet, maar het schadebedrag lijkt rianter dan het doorgaans is.

 

 

Reageer op dit artikel