artikel

Praten met Polen

Geen categorie

Voor we de vinger wijzen naar opleidingsinstituten of Oost-Europeanen, er is maar een persoon verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek, en dat is de werkgever. Die neemt – volgens een woordvoerder van de Arbeidsinspectie – de beslissing om buitenlandse werknemers in te huren en die moet er dus voor zorgen dat ze naar behoren worden voorgelicht.

Volgens Waage zijn niet alle werkgevers zich van deze verantwoordelijkheid bewust. ‘Sommigen hebben op hun bouwplaatsen zelfs zeecontainers neergezet. Daar moeten de buitenlandse werknemers in slapen, opgestapeld in stapelbedden. Als je zo met je mensen omgaat, geloof ik niet dat je veel aandacht besteedt aan hun veiligheid.’
Bovendien: ook bij de werknemers zelf is het veiligheidsbewustzijn nog niet volledig ontwikkeld. ‘Neem een gemiddelde Nederlandse FNV-lid van 45 jaar’, zegt Waage, ‘en vraag hem een top vijf te maken van wat hij belangrijk vindt in zijn werk. Dan zitten er altijd twee veiligheidsitems bij. Bij Oost-Europeanen ligt dat anders. Die zijn meer bezig met overleven. Hoe kom ik erachter wat mijn rechten zijn? Hoe krijg ik mijn belastingformulier ingevuld? Vaak blijven ze hier maar twee maanden; dan is het niet de moeite waard om een moeilijke taal als het Nederlands te leren. Bovendien: ze werken zich uit de naad, met werktijden die je niet wilt weten. Wil jij aan het eind van zo’n dag nog een cursus volgen?’
En hoe los je de taalproblemen op de werkplek op? Het standpunt van de Arbeidsinspectie is duidelijk – we zagen het hierboven al. De werkgever kiest ervoor om buitenlanders binnen te halen. De werkgever moet dus ook een manier vinden om ze voldoende voor te lichten. Hoe hij dat doet, is zijn probleem.
Ook het standpunt van werknemers uit het FNV-onderzoek is kristalhelder: 90 procent vindt dat buitenlanders eerst Nederlands moeten leren en pas dan de steigers op mogen.
De FNV heeft zijn best gedaan om werkgevers en werknemers te ondersteunen. De bond stelde een boekje op met de meest courante kreten op de werkplek, vertaald in tien talen. Maar het is een project met een knipoog. FNV-voorman Dick van Haaster kreeg de lachers op zijn hand toen hij – met het boek in de hand – een groep Poolse werknemers in hun moedertaal aanspoorde tot voorzichtigheid: ze verstonden er niets van. Ondertussen vertalen werkgevers voorlichtingsmateriaal in alle relevante talen. Prima, zegt Waage, maar het meest ziet ze in een goede mondelinge veiligheidsinstructie. ‘Iedere situatie is anders. Natuurlijk helpt het om voorlichtingsmateriaal toegankelijk te maken. Maar nog belangrijker is het om mondelinge sessies te beleggen – in het Engels, in het Duits, met een tolk, of desnoods met handen en voeten. Pas dan realiseert zo’n werknemer zich dat veiligheid belangrijk is. En dat hij niet zomaar de machine kan aanzetten als iemand ermee aan het werk is.’
De monteur uit het begin van dit artikel heeft zijn vingers in ieder geval veiliggesteld. De machine waar hij aan werkt, is nu extra beveiligd, en kan alleen met extra handelingen worden aangezet.

Reageer op dit artikel