artikel

RECENTE JURISPRUDENTIE

Geen categorie

Het klikt niet tussen een verkoper en zijn nieuwe directeur. Daarop besluit de baas de werknemer weg te pesten. Dat komt hem duur te staan.

 

Een 39-jarige man werkt sinds maart 2000 als verkoper buitendienst.

 

In 2007 komt er een interim-directeur die kort daarop het vertrouwen in de werknemer opzegt.

 

Hij vraagt ontslag aan, maar dat wordt door de rechter geweigerd.

 

De werkgever trekt daarop het ontbindingsverzoek in.

 

Daarna begint volgens de werknemer een periode van treiteren.

 

Dat uit zich in het wegblijven van de interim-directeur bij een gesprek met klanten; het hem op de voet volgen in alledaagse zaken; gedoe rondom een controle door de arboarts tijdens ziekte; het doordrukken van de aanschaf van een leaseauto die minder geschikt was vanwege een nekhernia; het hem buiten werkgroepoverleg houden; het niet-doorsturen van mailings.

 

De werknemer verzoekt daarom ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van 90.000 euro (met een c-factor van 4).

 

De werkgever voert aan dat de werknemer al langere tijd niet goed functioneert, maar dat zijn functioneren is verbeterd na de herkansing die hij kreeg door het intrekken van het ontbindingsverzoek.

 

Verder betwist hij de verwijten van de werknemer .

 

De kantonrechter is echter van mening dat de zogenaamde herkansing slechts is ingegeven door tactische overwegingen.

 

Het ontbindingsverzoek is ingetrokken omdat de werkgever bang was dat hij een forse vergoeding zou moeten betalen. De procedure bij het CWI is immers niet ingetrokken. Een reele kans op verbetering heeft de werknemer niet gekregen. Hij is steeds verder gemarginaliseerd.

 

Dat de interim-directeur wegbleef bij een gesprek met klanten betekende gezichtsverlies voor de werknemer. Verder moest de werknemer ’s avonds naar de arboarts in Deventer, terwijl hij in Oldenzaal woont, is hij buiten werkgroepen gehouden en kreeg hij geen mailings meer. Dit ‘kaltstellen’ van de werknemer rechtvaardigt, ondanks het feit dat het hier om een werknemersverzoek gaat, een vergoeding op basis van een c-factor van 1,5. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de gemiddelde maandelijkse provisie.

 

De vergoeding komt daarmee op ruim 33.500 euro. Daarnaast moet de werkgever de proceskosten betalen.

 

(Kantonrechter Enschede, 22 augustus 2007, JAR 2008, 62)

 

Een man kopieert software voor collega’s op de afgedankte computers van de baas. Hij krijgt zijn ontslag en zegt vervolgens zelf ook op. Is dat terecht?

 

Een 45-jarige man werkt sinds augustus 1980 als systeembeheerder bij een bestuursorgaan.

 

In augustus 2007 biedt zijn werkgever het personeel afgedankte computers aan. De systeembeheerder heeft deze uitgifte begeleid en de computers leeggemaakt. Vervolgens heeft hij collega’s geadviseerd over pcaanpassingen en aangeboden om voor 25 euro Microsoft Office te installeren. Van dat aanbod hebben collega’s gebruikgemaakt.

 

Als de werkgever daar eind november van hoort, neemt hij contact op met Microsoft.

 

Deze geeft aan dat dit niet legaal is. Daarop krijgt de werknemer een brief waarin zijn ontslag per 1 februari 2008 wordt aangezegd.

 

Het ontslag is te zien als een vorm van disciplinaire straf.

 

Tijdens de opzegtermijn verzoekt de werknemer bij de rechter ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

 

De kantonrechter stelt vast dat een werknemer in beginsel vrij is om te allen tijde ontbinding te verzoeken. Dat kan dus ook tijdens de opzegtermijn.

 

Het gaat hier om een in de ogen van de werknemer kennelijk onredelijke opzegging. Het kopieren van software is inderdaad onrechtmatig jegens Microsoft, maar het is de vraag of dat ook zo is jegens de werkgever.

 

De werknemer heeft het installeren als priveactiviteit gedaan en niet als werknemer. Dat de activiteit onder werktijd is gebeurd, betekent nog niet dat dit in het kader van zijn functioneren als werknemer is gedaan.

 

Bovendien is op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat de werknemer enig kwaad in de zin heeft gehad. Het ontslag was dan ook een te zware maatregel.

 

Hoewel het de werkgever vrijstaat om op te zeggen zonder ontslagvergunning, moet hij daarmee terughoudend omgaan.

 

In dit geval is het ontslag ten onrechte gegeven. De werknemer krijgt daarom een ontbindingsvergoeding van 110.000 euro.

 

(Kantonrechter Amsterdam, 21 januari 2008, JAR 2008, 43)

 

Waar wordt gewerkt, gebeuren ongelukken, ontstaan conflicten en wordt verzuimd. Soms komt de rechter eraan te pas om te bepalen of iedereen wel volgens de regels heeft gehandeld. Een overzicht van recente rechterlijke uitspraken op het gebied van arbeidsongevallen, conflicten, ziekteverzuim en re-integratie.

 

 

Een vrouw mag geen e-mail over haar verjaardag naar collega’s versturen. Boos gaat ze naar huis, waarna ze dagenlang wordt geschorst. Haar baas wil haar zelfs ontslaan. Storm in een glas water, vindt de rechter.

 

Een 58-jarige vrouw werkt al een jaar of acht als claimbeoordelaar bij een vestiging van het UWV.

 

Zij wil eind augustus 2007 haar collega’s een e-mailtje sturen waarin staat dat ze op haar verjaardag een dag verlof opneemt en dat haar collega’s geen slingers hoeven op te hangen. Ze krijgt geen toestemming de mail te versturen en wordt daar boos over. Er volgt een gesprek met haar direct leidinggevende. Dat gebeurt in het bijzijn van haar chef, de kantoormanager en de manager P&0. Als zij hoort dat er een verslag wordt gemaakt voor het personeelsdossier, loopt ze weg en gaat ze zonder dit te melden naar huis. Zij wordt vervolgens twee dagen geschorst. In een vervolggesprek worden een paar afspraken gemaakt, met als toevoeging dat zij ontslagen kan worden als zij die afspraken niet nakomt. Ondanks haar verzoek, komt haar bezwaar tegen de schorsing niet aan de orde.

 

In november 2007 vraagt de werkgever ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat de vrouw de gemaakte afspraken niet nakomt. Ze heeft zich niet aan het verzuimprotocol gehouden, zonder overleg haar werktijden ingedeeld en medio november 2007 weer haar werkplek verlaten. Dit laatste was de aanleiding om de werkneemster opnieuw te schorsen en ontbinding van de arbeidsovereenkomst zonder vergoeding te vragen.

 

De kantonrechter kan uit het feitenrelaas niet anders opmaken dan dat de werkgever veel misbaar heeft gemaakt over een email, die uiteindelijk niet eens is verzonden. Het was beter geweest als de leidinggevende een kort, persoonlijk gesprek met de vrouw had gevoerd. Dan was de hele zaak waarschijnlijk niet zo geescaleerd. Dat er drie leidinggevende personen bij het gesprek aanwezig waren, staat in geen verhouding tot de futiele betekenis van het mailincident zelf. Omdat de vrouw pas tijdens het gesprek hoorde dat het verslag in het personeelsdossier zou komen, vindt de kantonrechter het niet onbegrijpelijk dat zij zich in het nauw gedreven voelde. Dat had de werkgever ook moeten begrijpen, evenals dat de vrouw enigszins ontdaan naar huis is gegaan.

 

Niettemin volgde het zware middel van schorsing! Dat was volgens de rechter disproportioneel.

 

Hij is ook van oordeel dat alles wat daarna gebeurd is, geheel aan de werkgever te wijten is. Het ontbindingsverzoek wordt daarom afgewezen.

 

(Kantonrechter Heerlen, 30 januari 2008, LJN BC7883)

 

Reageer op dit artikel