artikel

Recente publicaties

Geen categorie

Een operator in een chemische fabriek verwijdert een afdekking op een plek waar dat niet mag. Dat gaat mis: er ontstaat brand en de vlammen komen onder zijn gezichtsmasker. Een menselijke fout, zoals er helaas zoveel worden gemaakt. Maar als de collega’s het verhaal horen, tonen ze weinig begrip. ‘Wat een sukkel! Iemand die al zo lang in de fabriek werkt, weet toch dat je daar nooit met vuur moet werken.’ En men gaat over op een ander onderwerp.

 

Waarom gaan mensen steeds weer de fout in, ook als ze heel ervaren zijn in wat ze doen? Keer op keer blijkt dat we een vertrouwde omgeving steeds minder kritisch gaan bekijken. We concentreren ons alleen op plekken waar we verandering verwachten. Blijft daar alles hetzelfde, dan gaan we ervan uit dat ook de rest niet is gewijzigd. Dit heeft niets te maken met opleiding en niets met motivatie, maar alles met onze hersenen. Gemiddeld drie op de duizend keer lijkt er daar kortsluiting te ontstaan. We drukken op de verkeerde knop van de machine of vergeten opeens suiker in onze koffie te doen.

 

Het komt allemaal doordat ons werkgeheugen maar een beperkte hoeveelheid informatie kan bevatten. Werken we met een machine en voeren we tegelijk een gesprek met een collega, of letten we niet meer bewust op de weg, dan nemen andere hersengebieden het over. Handig, want er komen zoveel signalen op ons af dat ons werkgeheugen het niet kan bevatten. Maar ook gevaarlijk, want de ‘onbewuste hersendelen’ werken vooral door vergelijking. We kijken of een situatie lijkt op een vorige, en kiezen in dat geval ook voor het gedrag dat toen succesvol was. Maar de ene tegenligger kan net iets harder rijden dan de andere.

 

Dit boek bevat niet alleen dit soort theoretische beschouwingen, maar ook tips. Neem het geval van die operator hierboven. Een paar weken na het ongeluk kreeg iedere ploeg een paar vragen voorgelegd: ‘Hoe komt het dat iedereen ervan uitgaat dat een ervaren werknemer iets moet weten, terwijl hij dat niet wist?’ En: ‘Zijn er nog meer voorbeelden te geven van hetzelfde verschijnsel?’

 

Dat laatste bleek inderdaad het geval. Er volgde een nuttige discussie over hoe mensen hun opleiding kregen.

 

Vollenbroek. J., Werkboek Foutenmanagement. Uitgeverij Nelissen, Soest 2005. Bestellen: 035 – 541 23 86, ISBN 90 244 1710 4, prijs: € 11,90

 

Het is zo’n aardig idee: geef bouwvakkers niet alleen oordoppen, maar stop daar gelijk een radiotje in. Niet alleen zijn ze dan verlost van die ene zender waar ze de hele dag naar moeten luisteren, ook zullen ze veel eerder geneigd zijn hun doppen ook in te pluggen. Althans, dat was het uitgangspunt van de fabrikant. Maar werkt het ook echt in de praktijk? Om hierachter te komen, zond de Arbouw een busje met onderzoekers naar de bouwplaatsen en die leverden begin dit jaar een rapport af.

 

Allereerst het goede nieuws. Werknemers die een radio aansluiten op hun otoplastiek, doen die minder snel weer uit. Waarschijnlijk komt dit mede doordat ze hun collega’s net zo goed kunnen verstaan als met gewone oordoppen. Maar toch werd het niet duidelijk of mensen de nieuwe oordoppen ook vaker indoen. Het probleem voor de onderzoekers was dat de onderzochte werknemers sowieso al veel gebruikmaakten van hun plastieken. Dat maakte het lastig om de eventuele positieve effecten van de muziekdoppen goed te meten.

 

Molenaar-Cox, P.G.M., Onos, T., Spee, T., De Zwart, B.C.H., Het gebruik van otoplastieken met een aansluiting voor radio in de bouwnijverheid, Arbouw 2005, Bestellen: 029 – 580 55 99, ISBN 90 – 772860-04., prijs: € 6,-.

 

Op vrijdag 1 juli beginnen duizenden preventiemedewerkers aan hun eerste dag. Of het zwaar gaat worden? Lastig te zeggen. Want officieel is er maar weinig bekend over de functie. Voorlopig moeten de uitverkoren werknemers het doen met een paar zinnen in de wetswijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998. ‘De werkgever moet deskundige werknemers aanwijzen’, zegt de Memorie van Toelichting, en die medewerkers moeten onder andere medewerking verlenen aan ‘het verrichten en opstellen van een RI&E en de uitvoering van de daaruit voortvloeiende maatregelen’. Moeilijk dus voor de kinderen om op school uit te leggen wat papa of mama precies doet. En moeilijk voor de preventiemedewerker zelf om een goede indruk te krijgen van zijn verantwoordelijkheden. Toch valt er met een beetje gezond verstand een redelijke functiebeschrijving op te stellen benadrukken de auteurs. Het woord ‘preventie’ geeft het al aan: een preventiemedewerker helpt bij het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Hij brengt de gevaren in kaart en maakt plannen voor verbetering en goede voorlichting. Daarbij werkt hij nauw samen met andere deskundigen die de werkgever heeft gecontracteerd, bijvoorbeeld via de arbodienst. Sterker nog: hij zal hun werkzaamheden op elkaar afstemmen. Een spin in het web. Hiervoor is kennis nodig. Daarom gaat dit boek in op een aantal thema’s die na 1 juli zeker nuttig zullen blijken: de functie van preventiemedewerker, wet- en regelgeving, aansprakelijkheid, arbomanagement, werkplekken, verzuimbeleid, sociale vaardigheden.

 

Diehl, P.J., Koenders, H., Suijkerbuijk, A.C.M., Preventiemedwerker, een praktische handleiding, Kluwer, Alphen aan den Rijn 2005, Bestellen: 0570 – 67 33 57, ISBN: 90 13024645. Prijs: € 45,-(abonnement) of € 59,- (los exemplaar).

 

RECTIFICATIE

 

Een meevaller voor iedereen die Kluwers Praktijkgids Arbeidshygiene wil bestellen, over oplosmiddelen. Deze kost geen € 106,-, zoals wij in het vorige nummer meldden, maar € 44,-.

 

 

Reageer op dit artikel