artikel

RSI: de stand van zaken

Geen categorie

RSI teistert de secretaresse net zo hard als de loodgieter. Toch wordt de werkplek van kantoorpersoneel veel vaker aangepast om RSI te voorkomen dan die van niet-kantoorpersoneel. Uit de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden blijkt dat bij de helft van het kantoorpersoneel werkplekaanpassingen tegen RSI hebben plaatsgevonden. Bij het niet-kantoorpersoneel is slechts een kwart van de werk plek aangepast. Overigens gaf bijna 60 procent van het niet-kantoorpersoneel aan geen behoefte aan werkplekaanpassingen te hebben. Ook de voorlichting verschilt tussen beide categorieen. Ruim 40 procent van het kantoorpersoneel krijgt informatie over RSI; 24 procent krijgt geen informatie, maar geeft wel aan daar behoefte aan te hebben. Van het niet-kantoorpersoneel heeft nog geen 10 procent voorlichting gehad.

 

In dezelfde enquete werd werknemers gevraagd of hun werkgevers voldoende ondernemen om RSI te voorkomen. Vooral de respondenten met RSI-klachten waren van mening dat werkgevers meer moeten doen. Ruim een derde geeft daarbij prioriteit aan een beter ingerichte werkplek.

 

Er wordt wel gezegd dat RSI voornamelijk een ‘Hollandse Ziekte’ is, die in het buitenland veel minder voorkomt. Verkondigers van deze theorie wijzen graag naar onze zuiderburen, waar RSI nauwelijks voorkomt. RSI is echter geen typisch Nederlands fenomeen, zo blijkt uit een analyse van TNO van gegevens van vijftien Europese landen uit het databestand van de European Foundation Studies. Qua voorkomen van RSI zit Nederland in de middenmoot van de Europese landen. De inwoners van Ierland, Luxemburg en Belgie hebben de minste RSI-klachten; die van de Scandinavische landen het meest. Dit fenomeen laat zich schijnbaar niet verklaren door verschillen in het voorkomen van risicofactoren (zie figuur 1).

 

Figuur 1. Voorkomen van de variabelen uit de risicocategorie houding en beweging voor de kantoorgroep

 

 

Nederlands kantoorpersoneel scoort bovengemiddeld op de risicofactor ‘herhaalde bewegingen met armen of handen’. Dit stemt overeen met de top-3-positie die Nederland in Europa inneemt op een andere belangrijke RSI-risicofactor, namelijk ‘werken met de computer’ (zie figuur 2).

 

Figuur 2. Voorkomen van de variabelen uit de risicocategorie werken met computers voor de kantoorgroep

 

 

Zowel bedrijven als overheid hebben actie ondernomen tegen RSI. In sectoren waar het risico het hoogst is, heeft de overheid met sociale partners afspraken gemaakt over maatregelen. Dat is onder meer gebeurd in het bankwezen, bij provincies, zorgverzekeraars en kappers. In totaal is voor ruim een miljoen werknemers een arboconvenant afgesloten. Ook werkgevers hebben het nodige tegen RSI ondernomen. Favoriete maatregelen om RSI te bestrijden zijn het aanpassen van de werkplek (bij 35 procent van de respondenten van de Nationale Enquete Arbeidsomstandigheden) en voorlichting (24 procent). Slechts 8 procent van de respondenten geeft aan dat werktijden en pauzetijden met het oog op RSI zijn veranderd. In nog minder gevallen (3 procent) is het takenpakket aangepast. Deze laatste lage percentages laten zich verklaren doordat de genoemde maatregelen organisatorisch nogal wat veranderingen met zich meebrengen. Ook financiele redenen spelen mogelijk een rol.

 

Onderzoekers zijn druk bezig om uit te zoeken welke maatregelen effectief zijn in het bestrijden van RSI. Bij het onderzoekscentrum Body@Work, onderzoekscentrum Bewegen, Arbeid en Gezondheid, TNO-VUmc lopen verschillende onderzoeken. Op dit moment wordt nagegaan of individuele bewegingsadvisering een gunstig effect heeft op de mate van herstel van RSI-klachten bij beeldschermwerkers. Deze medewerkers hebben nog niet dusdanige klachten dat ze volledig van het werk moeten verzuimen.

 

Ook loopt er een onderzoek bij beeldschermwerkers om risicofactoren voor het ontwikkelen van klachten aan arm, schouder of nek te identificeren. Dit onderzoek heeft als doel om uiteindelijk effectieve preventieve maatregelen te kunnen ontwikkelen. Bij dit onderzoek is er speciaal aandacht voor de invloed van de duur van beeldschermwerk, pauzes en precisietaken op het ontstaan van klachten aan arm, schouder of nek.

 

Heinrich, J. en B.M. Blatter, ‘RSI-klachten in de Nederlandse beroepsbevolking. Trends, risicofactoren en verklaringen’, TSG (83)1:16, 2005.

 

Kraker H. de en B.M. Blatter, ‘Prevalentiecijfers van RSI-klachten en het voorkomen van risicofactoren in 15 Europese landen’, TSG (83)1:8, 2005.

 

Heinrich, J., B.M. Blatter, S.N.J. van den Bossche en P.G.W. Smulders, ‘RSI-maatregelen in de Nederlandse beroepsbevolking’, Tijdschrift voor Bedrijfs- en Verzekeringsgeneeskunde (TBV), 2005;13(3): 69-75.

 

Reageer op dit artikel