artikel

Schoenmaker blijf bij uw leest

Geen categorie

Sinds vorig jaar leveren arbodiensten verzuimcijfers aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

Dat is eind mei 2003 afgesproken in een convenant tussen het CBS en de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA). We kunnen hier gerust van een administratieve ‘tour de force’ spreken. Nederland heeft een beroepsbevolking van circa zeven miljoen mensen.

 

Al die werknemers zijn gemiddeld 1,2 keer per jaar ziek. En dat zorgt jaarlijks voor maar liefst negen miljoen ziekmeldingen. Ruim 98,7 procent herstelt gelukkig. Dat levert weer circa negen miljoen herstelmeldingen op. In totaal moeten de arbodiensten dus zo’n achttien miljoen meldingen afhandelen!

 

Het doel van deze operatie is dat het CBS met een nieuwe rekenmethode vanaf 2004 een landelijk cijfer voor het ziekteverzuim van werknemers in ons land berekent. In ruil voor informatie over de zieke werknemers krijgen arbodiensten van het CBS weer informatie over de betreffende organisatie:

 

het totale aantal werknemers en de loonsom. Het CBS verwacht met deze nieuwe verzuimadministratie meer gegevens te kunnen leveren over de verzuimers.

 

Arbodiensten hopen met alle verkregen informatie hun klanten, de werkgevers, beter te informeren.

 

Het eerste cijfer over het jaar 2003 van deze nieuwe verzuimstatistiek wordt onder de naam CBS-BOAstatistiek in juni 2004 bekendgemaakt.

 

Arbodiensten zijn op deze manier bezig op het terrein van personeelsinformatie, waar ze in feite niet goed in zijn. Arbo-adviseur en verzuimcijferdeskundige Herman Evers heeft al eerder aangetoond dat de verzuimgegevens van arbodiensten weinig betrouwbaar zijn.1 Hij spreekt zelfs over ‘verzuimbedrog’. Evers: ‘De bedrijfsverenigingen waren vroeger goed op de hoogte door een goede eigen registratie. Door de privatisering zijn de arbodiensten het verzuimpercentage gaan berekenen.

 

Dat is het aantal verzuimde dagen gedeeld door het aantal gewerkte dagen. Bij deze berekening hebben ze voor de ‘teller’ betrouwbare informatie. Voor de ‘noemer’ hebben ze geen exacte gegevens. Het aantal gewerkte dagen is bij de arbodiensten niet goed bekend. In de praktijk is dat veel te ingewikkeld door allerlei varianten in arbeidscontracten en dergelijke bij bedrijven en organisaties’, aldus Evers.

 

ZIEKTEVERZUIM IN 2003

 

 

De kracht van arbodiensten ligt in de begeleiding van werknemers die langdurig ziek zijn of dreigen te worden. Niet in het administratief verwerken van verzuimgegevens. Daarvoor kennen zij de personeelsgegevens van een bedrijf onvoldoende.

 

Ze zijn onbekend met het totale personeelsbestand en met de loonkosten. Bovendien is er ook geen enkele juridische basis om een arbodienst een verzuimadministratie te laten voeren.

 

De arbodienst komt op die manier onvoldoende toe aan zijn primaire taak: de begeleiding van zieke werknemers. Laat staan dat er gewerkt wordt aan preventie van ziekteverzuim en het voorkomen dat werknemers in de ziektewet of de WAO belanden.

 

De arbodienst heeft vooral behoefte aan informatie over die werknemers die (dreigend) langdurig ziek zijn. Langdurig wil in dit verband zeggen zo’n vier weken. Voor die werknemers moet de arbodienst in de zesde week een probleemanalyse opstellen.

 

Laat arbodiensten dan ook doen waar ze goed in zijn. Het is tijd voor een drastische verlichting van de administratieve lasten. Werkgevers zouden aan hun arbodienst alleen ziektegevallen van langer dan twee weken moeten doorgeven. Het gaat dan om werknemers die langdurig ziek dreigen te worden.

 

Zo’n aanpak bespaart ongeveer zo’n negentig procent van alle meldingen; dat wil zeggen zo’n 17,1 miljoen ziek- en herstelmeldingen! Een drastische administratieve lastenverlichting. Het belang van administratie is beperkt. Veel te veel energie wordt nu gestoken in administratieve procedures en systemen die te ingewikkeld worden en een eigen leven zijn gaan leiden. Verzuimadministratie is een doel op zich geworden in plaats van een middel bij de bedrijfsvoering.

 

De energie kan beter worden gestoken in het bestrijden van ziekteverzuim door het opsporen van de werkelijke oorzaken.

 

Daar komt nog bij, dat bij het bestrijden van ziekteverzuim verzuimadministratie niet de belangrijkste factor is. Zo is de cultuur in een onderneming of organisatie van grote invloed op de manier waarop werknemers functioneren. De rol van de leidinggevende zou veel meer aandacht moeten krijgen in dit verband. Om een goed verzuimgesprek te kunnen voeren zou de arbodienst een ondersteunende rol kunnen vervullen. Er zou gezocht moeten worden naar echte oplossingen om het ziekteverzuim tegen te gaan. Zoals het aanpassen van het werk en de werkplek en aanpassing van de werktijden. Dan wordt het ziekteverzuim bij de bron aangepakt.

 

Daarnaast kunnen werkgevers beter het ziekteverzuim zelf registreren. Zij kennen hun eigen personeel immers het best. In feite is verzuimadministratie een basisfunctie van de reguliere personeelsadministratie. Bovendien kent de werkgever als geen ander de loonkosten per zieke werknemer.

 

Er valt voor werkgevers behoorlijk wat te verdienen om het (weer) zelf te gaan doen. Kortom:

 

minder administratieve lasten en een voordeliger arbocontract.

 

Het belang van een nationaal verzuimcijfer is beperkt.

 

Als het CBS zo’n cijfer wenst samen te stellen, moet het wel geloofwaardig zijn. Betrouwbare statistieken komen alleen tot stand door te putten uit een degelijke bron, in dit geval de administratie van de werkgever.

 

1 Herman Evers, Passen en meten, uitgeverij Weka, Amsterdam, 2003

 

SAMENVATTING

 

Sinds vorig jaar leveren arbodiensten verzuimcijfers aan het CBS. Daardoor zijn ze volgens Wim Arie van Zelderen van Raet in een administratieve doolhof terechtgekomen. De kracht van arbodiensten ligt in de begeleiding van werknemers die langdurig ziek zijn of dreigen te worden en niet in het administratief verwerken van verzuimgegevens. Door onbekendheid met het totale personeelsbestand en met de loonkosten kennen zij de personeelsgegevens van een bedrijf onvoldoende. Van Zelderen vindt het tijd voor een drastische verlichting van de administratieve lasten. Werkgevers zouden aan hun arbodienst alleen ziektegevallen van langer dan twee weken moeten doorgeven. Het gaat dan om werknemers die langdurig ziek dreigen te worden. Zo’n aanpak bespaart jaarlijks ongeveer 17,1 miljoen ziek- en herstelmeldingen. Ook kunnen werkgevers beter zelf het ziekteverzuim registreren. Zij zijn immers goed op de hoogte van de loonkosten per zieke werknemer en kunnen behoorlijk wat verdienen door het (weer) zelf te gaan doen.

 

 

Reageer op dit artikel