artikel

Seksuele intimidatie van niet-leerling

Geen categorie

Volgens de Raad is het besluit noch onbevoegd genomen, noch op niet-rechtsgeldige wijze tot stand gekomen. Artikel F10, tweede lid, van de CAO Voortgezet Onderwijs verstaat onder plichtsverzuim ‘het overtreden van de voor de werknemer geldende voorschriften, het niet-nakomen van de hem opgelegde verplichtingen alsmede het doen of nalaten van datgene dat de werknemer bij een goede uitoefening van zijn functie behoort na te laten of te doen’.

 

Over de aard en omvang van het gedrag overweegt de Raad dat het meisje heeft verklaard dat zij de leraar slechts enkele keren eerder had ontmoet en dat hij haar op beide wangen en vervolgens op de mond heeft gezoend. De leraar heeft toegegeven dat hij het initiatief heeft genomen en dat hij haar waarschijnlijk drie maal heeft gezoend, in elk geval op beide wangen en wellicht de derde keer ook op de mond. Hij vertelde dat het zoenen op de mond, als derde zoen, in zijn familie en vriendenkring wel vaker voorkomt en dit heel normaal te vinden. Drie maanden later heeft hij echter ontkend het meisje op de mond te hebben gezoend. De Raad acht die ontkenning, gezien in het licht van zijn eerdere verklaring, niet geloofwaardig. Op de zitting heeft het meisje nogmaals verklaard dat zij op de mond is gezoend.

 

Daarom acht de Raad voldoende aannemelijk dat de leraar het meisje op eigen initiatief op beide wangen en (ook) op de mond heeft gezoend. Dit gedrag is ongepast en grensoverschrijdend tegen-over een schoonmaakster van nog geen zeventien jaar oud. Het zou niet minder ongepast zijn als de leraar mocht menen dat zij al wel zeventien jaar oud was. Dat het hier geen leraar/leerlingverhouding betrof, doet evenmin aan de laakbaarheid van zijn gedrag af. Van een docent mag worden verwacht dat hij een bepaalde afstand in acht neemt, wanneer hij alleen in een lokaal is met een jong meisje. Daarom heeft hij zich niet gedragen zoals van hem onder de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht. Dus is er sprake van plichtsverzuim. Derhalve was de schoolleiding bevoegd hem een disciplinaire straf op te leggen. De schoolleiding heeft gekozen voor de lichtste straf, een schriftelijke berisping. Er is dus geen sprake van onevenredigheid tussen het plichtsverzuim en de opgelegde straf. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

 

Centrale Raad van Beroep Utrecht, 4 maart 2004, LJN nr. AO5089

 

Reageer op dit artikel