artikel

SER adviseert over versoepeling Arbeidstijdenwet

Geen categorie

Groter worden de verschillen van inzicht als het gaat over pauzes. De Geus vindt de huidige regelgeving te betuttelend. Nu moet een werkgever zijn medewerkers

 

namelijk een half uur aangesloten pauze geven als die diensten draaien van meer dan 5,5 uur. Alleen met toestemming van bonden of OR mag hij die dertig minuten splitsen in twee keer een kwartier.

 

Volgens de minister zijn pauzes pas nodig bij een dagelijkse arbeidstijd van zes uur of langer, en bovendien is een kwartier genoeg. Ook werknemers die twaalf uur werken, moeten het daarmee doen.

 

Te karig, meent de SER. Werknemers die diensten draaien van 5,5 tot 10 uur, moeten minstens een half uur pauzeren, of twee keer een kwartier. Werken ze nog langer, dan hebben ze recht op 45 minuten, alweer op te splitsen in eenheden van een kwartier. Maar voor enkele sectoren laat de raad de teugels vieren. Operators die ploegensystemen moeten laten draaien, zouden het liefst een pauze nemen van bijvoorbeeld eenmaal twintig en tweemaal tien minuten. Die ruimte moet er zijn. Ook mensen als brugwachters en beveiligingsmedewerkers hoeven zich niet strikt aan de regels te houden. Zij hebben tijdens hun werk al voldoende momenten om achterover te leunen, maar aan de andere kant kunnen ze ook nooit volledig vrij nemen. En hen alleen tijdens een pauze laten vervangen door een collega is organisatorisch ondoenlijk. Dus mogen zij non stop doorwerken. Mits dit bij collectieve regeling is overeengekomen en mits zij per zestien weken niet meer werken dan gemiddeld 44 uur per week.

 

Wat de rusttijd betreft zit de minister grotendeels op een lijn met zijn SER-adviseurs. Zeker als het gaat om de rusttijd per dag. Beide partijen sluiten zich aan bij de huidige Arbeidstijdenwet die bepaalt dat iedereen elk etmaal minstens elf uur onafgebroken vrij moet hebben. Slechts een keer per week is acht uur voldoende.

 

Maar als de meetperiode langer wordt, ontstaan er kleine verschillen van inzicht. Nu hebben werknemers recht op een rustperiode van 36 uur per week en van 60 uur per 9 x 24 uur. Een maal in de 5 weken volstaat 32 uur. De minister wil die rustperiode terugbrengen naar 35 uur per week, of zelfs naar 24 uur, in geval van ‘objectieve, technische of arbeidsorganisatorische omstandigheden’. Bovendien mag een bedrijf de meetperiode uitsmeren over twee weken. Wel wordt de rust dan uitgebreid met zeven uur extra per etmaal. De SER houdt vast aan de huidige 36 uur rust per week. Maar een werkgever zit ook goed als hij zijn mensen eens in de 14 dagen 72 uur vrij geeft. Zo lang hij maar beseft dat er grenzen zitten aan de flexibiliteit. De rustperiodes moeten minstens 32 uur lang zijn. Een keer 32 plus een keer 40 uur is dus toegestaan; 3 keer 24 niet.

 

De nachtdiensten zorgen voor een ingewikkelde discussie tussen SER en minister. Geen wonder want er zijn veel punten waarover je het oneens kunt zijn. Wat is een nachtdienst precies? Hoe lang mag die duren? En hoeveel rustpauzes moet je nemen? Allereerst de definitie. De Geus vindt dat iemand pas een nachtdienst heeft verricht als hij minstens drie uur aan de slag is tussen elf uur ‘s avonds en zeven uur ‘s morgens. De SER ziet het ruimer: meer dan een uur werk tussen twaalf uur ‘s nachts en zes uur ‘s ochtends. Ook wie om half twee naar huis gaat, heeft dus nachtarbeid verricht.

 

Dan de maximumduur. De Geus ziet een beleid voor zich waarbij de nachtwerker diensten mag draaien van tien uur, in plaats van de negen die nu de limiet vormen. Per week zit hij vast aan zestig uur en per vier weken aan vier keer zestig (is nu vier keer vijftig). De SER is nog toleranter. Ook nachtdiensten van twaalf uur zijn acceptabel. Mits die niet vaker voorkomen dan vijf keer per twee weken en 22 keer per 52 weken.

 

Het zijn de rustpauzes na afloop van de nachtdienst die de grootste kloof slaan tussen SER en minister. Die laatste wil een streep halen door de huidige regeling die volgens hem te ruim is. Nu mag een medewerker na de nachtdienst namelijk veertien uur niet aan de slag (een keer per week is acht uur voldoende), en na drie achtereenvolgende nachten werken, heeft hij zelfs een gedwongen pauze van 48 uur. Overbodig, vindt De Geus dus. Maar volgens de SER is dit een gevaarlijke koers. Die rust moet worden gehandhaafd. Hoogstens twee uur mogen er sneuvelen: 46 uur uitslapen na drie achtereenvolgende nachtdiensten is genoeg. Maar als het gaat om rusttijd na iedere nachtdienst, moet alles blijven zoals het is. Een opmerkelijk detail: in dit geval is een nachtdienst alleen een nachtdienst als hij eindigt na 2.00 uur ‘s nachts.

 

Ook als het gaat om zondagsarbeid, staat de SER niet voor honderd procent achter De Geus.

 

Niet voor honderd procent, want er zijn punten van overeenstemming. Beide partijen hanteren als hoofdregel dat de zondag een rustdag is. En beide partijen geven toe dat die hoofdwet niet is te handhaven. Niet voor artsen, medewerkers in pretparken, toneelspelers, topsporters en alle mensen die over hun prestaties berichten.

 

Daarom wil De Geus af van de huidige regeling die bepaalt dat al deze mensen recht hebben op minstens dertien vrije zondagen per jaar. In plaats daarvan stelt hij dat de wekelijkse rusttijd in beginsel samenvalt met de zondag. De SER vindt dat echter geen verbetering. De raad houdt vast aan de huidige regeling. Met de toevoeging dat er bij collectieve regeling van kan worden afgeweken.

 

Maar als iemand niet wil, hoeft hij niet te werken op zondag, ook niet volgens de SER. En dat kan tot problemen leiden. Sommige bedrijven gooien de boel namelijk vrijdagavond dicht en starten op zondagavond weer op. Gewoon omdat de meeste werknemers graag de zaterdagochtend vrij hebben. Als een minderheid echter de hele zondag thuis wil zitten, gaat het feest niet door.

 

Hoe lost de SER dat op? Met een volzin: ‘De raad acht het wenselijk dat voor deze situatie, die zich in specifieke delen van het bedrijfsleven kan voordoen, een passende oplossing wordt geboden die recht doet aan de bijzondere positie van de zondag.’

 

MAXIMUMARBEIDSTIJDEN

 

Over de maximumarbeidstijden bestaat weinig onenigheid tussen SER en minister. Beiden vinden dat een werkgever zijn personeel voortaan twaalf uur per dag mag laten werken. Dat is een oprekking van twee uur, want zoals gezegd: nu is tien uur nog het maximum (en alleen als de bond of OR heeft ingestemd).

 

SAMENHANG

 

Nu zal blijken hoe nauw de verschillende normen samenhangen. Want werkgevers die de in dit artikel besproken paragrafen hebben gelezen, zouden kunnen denken dat ze hun personeel en twaalf uur kunnen laten werken en drie uur pauze kunnen geven (een maximumpauze bestaat immers niet). Maar die werkgevers botsen met de rusttijdenbepaling, die nu wordt behandeld.

 

 

Reageer op dit artikel