artikel

SER verwerpt invoering ‘risque professionnel’

Geen categorie

De EGB is bedoeld om het beroepsrisico van werknemers afdoende te verzekeren. De regeling verplicht werkgevers om werknemers en hun nabestaanden te verzekeren tegen inkomens- en personenschade wegens een arbeidsongeval of beroepsziekte. De EGB is een private schadeverzekering, die tot uitkering komt bij:

 

Een beroepsziekte: alle aandoeningen die voorkomen

 

op een lijst van beroepsziekten. Als een werknemer aan een erkende beroepsziekte lijdt en aan bepaalde voorwaarden voldoet – zoals perioden van blootstelling – wordt de aandoening geacht uit het werk voort te vloeien en heeft de werknemer recht op uitkering.

 

Een arbeidsongeval: alle ongevallen die een werknemer tijdens en door het verrichten van de verzekerde arbeid overkomen, zijn met letsel of de dood als gevolg. Hieronder vallen ook verkeersongevallen voorzover die een relatie met het werk hebben.

 

De EGB gaat niet voor de publieke sector gelden omdat deze niet verplicht kan worden om een private verzekering voor beroepsrisico’s af te sluiten.

 

Voor deze sector wil het kabinet een aparte regeling treffen.

 

De extra garantieregeling komt in plaats van de civiele aansprakelijkheid van de werkgever. Als een werknemer een uitkering ontvangt, dan is daarmee de schade volledig vergoed. De werkgever wordt uitgesloten van verdere claims van de werknemer, behalve in geval van opzet of bewuste roekeloosheid van de werkgever. Dit betekent dat werkgevers dus niet langer meer aansprakelijk kunnen worden gesteld op grond van hun zorgplicht (art. 7:658 BW), goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) of een onrechtmatige daad (art. 6:162 BW).

 

Het kabinetsplan voor de EGB staat niet op zichzelf.

 

Het maakt onderdeel uit van de voorgestelde invoering van de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA). Deze regelingen zijn niet geheel conform internationale verdragen.

 

Daarnaast kunnen zij het ontstaan van een claim-

 

cultuur bevorderen. De EGB is bedoeld om de lacunes in de naleving van internationale verdragen op te vullen en om de ongewenste effecten van de WGA en de IVA te ondervangen. Concreet gaat het om het volgende:

 

1. De uitkeringshoogte bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (WGA) staat ten opzichte van die bij volledige arbeidsongeschiktheid (IVA) op gespannen voet met de strekking van ILO-Verdrag 121.

 

2. In geval van een arbeidsongeval of beroepsziekte verdraagt een eigen bijdrage in de ziektekosten zich niet met deel VI van de Europese Code over sociale zekerheid.

 

3. Als gevolg van de voorgestelde arbeidsongeschiktheidsregelingen kan de inkomensachteruitgang

 

bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zo groot zijn, dat daardoor een belangrijke aanzet tot een claimcultuur wordt gegeven. Dat geldt met name voor de hogere inkomenscategorieen.

 

Vorig jaar heeft de regering de Sociaal Economische Raad (SER) om advies gevraagd over de EGB. Het kabinet wilde weten of de raad zich kon vinden in de motivering om tot een regeling voor het beroepsrisico te komen. Verder hoorde het graag of de raad de vorm geschikt acht om de gewenste beleidsdoeleinden te bereiken. Ten slotte moest de SER adviseren over de rol die de sociale partners zouden kunnen spelen bij de verdere uitvoering van de plannen voor de verzekering van het beroepsrisico.

 

Op 20 februari verscheen het advies, als het die naam mag dragen. De SER liet weten het niet zinvol te achten om in te gaan op de drie adviesvragen.

 

Volgens de SER is het namelijk helemaal niet nodig om de IVA en de WGA in te voeren en dus hoeft de EGB ook niet. Het kabinet zou er beter aan doen om in plaats van de invoering van de IVA en de WGA gehoor te geven aan de voorstellen die de SER maart 2002 deed voor de herziening van de arbeidsongeschiktheidsregelingen.

 

Dit standpunt weerhoudt de SER er niet van om een paar interessante opmerkingen te maken.

 

Allereerst wijst de raad erop dat de invoering van een EGB in de voorgestelde vorm leidt tot een onderscheid in de arbeidsongeschiktheidsregelingen naar oorzaak van de arbeidsongeschiktheid. Immers, voor het beroep op een van de arbeidsongeschiktheidsregelingen is niet alleen van belang dat men arbeidsongeschikt is maar ook hoe men wegens ziekte of gebrek arbeidsongeschikt is geraakt.

 

Daarnaast stelt de SER dat de arbeidsongeschiktheidsregelingen uit het eigen WAO-advies in overeenstemming zijn met de internationale eisen aan de dekking van het beroepsrisico. Neemt de regering deze adviezen over, dan zou het verdragsrechtelijk dus helemaal niet nodig zijn om een aparte regeling in te voeren voor het beroepsrisico.

 

Wel schrijft de raad in het advies dat hij zich realiseert dat maatschappelijke ontwikkelingen en feiten aanleiding kunnen geven om in een later stadium opnieuw een afweging te maken over de wenselijkheid van invoering van een verplichte beroepsrisicoverzekering.

 

Bijvoorbeeld onder invloed van een toenemend beroep op de werkgeversaansprakelijkheid of door het ontstaan van een claimcultuur. Een andere reden is de grote onzekerheid bij zowel werkgevers als werknemers over de duur en de afloop van civielrechtelijke procedures over gezondheidsschade als gevolg van een beroepsrisico. En dan met name bij de zogenoemde long-tail risks. De SER acht het mogelijk dat deze ontwikkelingen op termijn de invoering van een afzonderlijke beroepsrisicoverzekering in welke vorm dan ook wenselijk maken. De raad neemt zich dan ook voor om de wenselijkheid van een beroepsrisicoregeling opnieuw te bezien.

 

Kort samengevat kunnen we stellen dat de SER zich realiseert zich ‘dat maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding kunnen geven om opnieuw naar een eventuele invoering van een verplichte (directe) beroepsrisicoverzekering te kijken’. Maar op dit moment acht de raad de tijd daar niet rijp voor.

 

Waarmee het kabinet weer terug bij af lijkt te zijn.

 

Wordt vervolgd?

 

SAMENVATTING

 

Het kabinet wil de arbeidsongeschiktheidsregelingen in Nederland op de schop nemen. Dat vergt een soort van reparatiewetgeving om bepaalde negatieve neveneffecten teniet te doen en om in de pas te blijven lopen met internationale afspraken. Vandaar dat het kabinet een Extra Garantieregeling Beroepsrisico (EGB) wil invoeren, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen het ‘risque professionnel’ en ‘risque social’. De Sociaal Economische Raad ziet niets in de kabinetsplannen en verwerpt daarom de EGB.

 

 

Reageer op dit artikel