artikel

Start Veilig

Geen categorie

De Europese Week 2006, van 23 tot 27 oktober, besteedt dit jaar aandacht aan het verhoogde veiligheidsrisico onder jongeren. Het motto is ‘Start Veilig’. De Europese Week wordt elk jaar georganiseerd door het Europees Agentschap voor Veiligheid en Gezondheid op het Werk. Tijdens de Europese Week vinden in alle lidstaten van de Europese Gemeenschap activiteiten plaats rond het thema.

 

Doel van de Start-Veilig-campagne is jongeren een veilige en gezonde start te laten maken in hun eerste baan. Daarom worden in de campagne werkende jongeren bewust gemaakt van het belang van veiligheid en gezondheid op de werkplek. Daarnaast richt de Europese Week zich nadrukkelijk op het onderwijs. Want daar moet de kiem worden gelegd voor het veiligheidsbewustzijn van toekomstige timmermannen, lassers en laboranten, zo is de gedachte.

 

In Nederland organiseert het Arbo Platform Nederland de activiteiten rondom de Europese Week. In het Platform werken overheid, werkgevers en werknemers samen om informatie over arbeidsomstandigheden te verbeteren. Als campagneactiviteit binnen de Europese Week organiseert het ook dit jaar weer een Goede Praktijken competitie. Bedrijven of instellingen die een goede aanpak hebben ontwikkeld om het ongevalrisico voor jongeren op de werkplek te verminderen of het risicobewustzijn binnen scholen te vergroten, kunnen meedoen aan deze nationale competitie. De twee beste Nederlandse inzendingen doen daarna automatisch mee aan de internationale competitie voor een Europese Good Practice Award van het Europese Agentschap in Bilbao.

 

Daarnaast organiseren partners binnen Arbo Platform Nederland zelfstandig activiteiten. Zo organiseert het ministerie van SZW tijdens de Europese Week de ‘roadshow’ Start Veilig in Bedrijf, die twee soorten bijeenkomsten kent. In ‘Start Veilig in bedrijf’ kunnen ondernemers, arboprofessionals en preventiemedewerkers bij elkaar in de keuken kijken om te zien hoe met jongeren en veiligheid wordt omgegaan. Gericht op jongeren organiseert het ministerie open dagen ‘Start Veilig in bedrijf’. Tijdens deze bijeenkomsten kunnen de jongeren ervaren hoe het is om in een bedrijf te werken.

 

Volgens Rob Triemstra vraagt arbeidsveiligheid natuurlijk de aandacht van iedereen. Daar is het beleid in bredere zin ook op gericht, stelt hij. ‘Binnen het programma Versterking Arbeidsveiligheid (VASt) van het ministerie staat het vergroten van de veiligheidscultuur en het veiligheidsbewustzijn centraal. Bij ongevallen spelen gedragscomponenten in toenemende mate een rol. We moeten daarom veel meer aandacht besteden aan veiligheidscultuur en -bewustzijn. Dat zijn voor ons echt de sleutelwoorden’, aldus Triemstra.

 

Het thema van de Europese Week sluit daar nu op aan, meent hij. De ongevalcijfers onder de jongeren rechtvaardigen wat hem betreft de extra aandacht binnen de Europese Week. En de geconcentreerde aandacht voor het thema in een week werkt volgens hem buitengewoon goed. Triemstra: ‘Ik merk dat je daardoor ineens heel veel energie vrijmaakt bij partijen en organisaties. Er ontstaat betrokkenheid die heel bemoedigend is.’

 

De Europese Week richt zich ook op risicobewustzijn in het onderwijs. Want ook het onderwijs heeft volgens Triemstra een belangrijke taak om jongeren een veilige werkhouding aan te leren. ‘Als je iets wilt veranderen en het veiligheidsbewustzijn wilt vergroten, dan moet je echt bij jongeren beginnen. Hier geldt een oud spreekwoord: ‘jong geleerd, oud gedaan’. Als je al binnen opleidingen aandacht besteedt aan veiligheid, is de kans groot dat het beklijft en onderdeel wordt van de houding en het gedrag van jongeren.’

 

Geert Swinkels is praktijkdocent metaal van het Regionaal Opleidingen Centrum (ROC) Koning Willem I College in Den Bosch. Hij leidt in het beroepsonderwijs jongeren vanaf zestien jaar op tot lasser en constructiebankwerker. Arboveiligheid is bij Swinkels absoluut een item op school en in zijn lessen, vertelt de docent. ‘Al onze leerlingen moeten tijdens hun tweejarige opleiding het VCA-certificaat halen. Dat hebben ze nodig om in een bedrijf te werken, bijvoorbeeld bij een stage. Als school verstrekken we ook overalls, veiligheidsschoenen en -brillen en gehoorbescherming. We zien er ook op toe dat die in de praktijklokalen gedragen worden.’

 

De veiligheidsschoenen zijn over het algemeen geen probleem, ervaart de docent. ‘De jongeren snappen wel dat het zeer doet als je iets op je tenen laat vallen. Maar de veiligheidsbril vinden ze lastig en oncomfortabel. Ook het nut van gehoorbescherming zien ze niet zo. Ook moet ik er vaak op wijzen dat leerlingen hun overall dichtdoen als ze het lokaal binnenkomen. Je moet ze echt bewust maken van de risico’s als er onzorgvuldig mee om-gegaan wordt.’

 

De docent moet de jongeren geregeld wijzen op de risico’s die op de loer liggen. Zijn leerlingen zien zelf veelal het gevaar niet, stelt hij. Swinkels: ‘Het is niet direct onwil, maar jongeren herkennen de risico’s niet zo snel. Het gevaar is voor hen niet tastbaar. We werken in groepen. Soms staat er iemand te lassen en zit een ander iets heel anders te doen. Die moet toch zijn veiligheidsbril op. Dan moet je leerlingen uitleggen dat hij ook gevaar kan lopen door het werk van zijn buurman. Ook bij boren begrijpen ze het nut van de veiligheidsbril niet altijd, want er zit al veiligheidsglas op de boor. Ook een veiligheidsbril onder de laskap vinden ze overdreven.

 

Maar als je de laskap omhoog doet, is het verplicht om een veiligheidsbril te dragen. Ik laat dan wel eens via foto’s zien wat er eventueel kan gebeuren als je geen bril draagt en een splinter van het lassen in je oog komt. Na het beeld van zo’n akelig oogletsel, gaat het weer een aantal weken goed.’

 

Ook in de lessen van het vak maatschappelijke culturele vorming (mck) is er aandacht voor veilig werken. Swinkels: ‘De theoretische vorming over veilige arbeidsomstandigheden en arbo-wetgeving gebeurt in de mck-lessen.

 

Wij passen dat toe in het praktijklokaal. Zonder veiligheidskleding komen ze het lokaal niet binnen.’

 

Swinkels had nog niet gehoord van de Europese Week. Hij vindt het een goed initiatief om jongeren in een week zo veel mogelijk bewust te maken van risico’s in het werk. Hij denkt wel dat de veiligheid gebaat is bij modieuzere persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

Dan worden volgens de docent beschermingsmiddelen misschien sneller gedragen. ‘De veiligheidsschoenen zijn al een stuk verbeterd in vergelijking met vroeger. De brillen worden ook steeds leuker. Wat dat betreft zijn we op de goede weg.

 

Want soms zijn persoonlijke beschermingsmiddelen toch wel een beetje belemmerend in het werk’, vindt Swinkels zelf ook.

 

Het veranderen van een veiligheidscultuur en veiligheidsbewustzijn is lastig, maar niet onmogelijk, aldus een optimistische Triemstra. De directe verantwoordelijkheid ligt bij werkgevers en werknemers, vindt het ministerie.

 

Triemstra: ‘Het moet echt op de werkvloer in de bedrijven gebeuren.’ Hij ziet daartoe goede initiatieven. ‘Bij staalbedrijf Corus zijn nu opleidingstrajecten waarin het veiligheidsbewustzijn nadrukkelijk aan bod komt. Daarnaast spelen ook brancheorganisaties en sociale partners een belangrijke rol. CNV jongeren had bijvoorbeeld dit jaar de Vakantiewerkgever van het jaar Award. Daarmee richtte deze organisatie zich ook op de arbeidsomstandigheden van jongeren. Dat zijn belangrijke initiatieven die wij ook ondersteunen’, aldus Triemstra.

 

Het uitwisselen en delen van goede ervaringen vindt hij een belangrijke doelstelling van de Europese Week. Triemstra: ‘We willen zo veel mogelijk goede voorbeelden verspreiden. Informatie moet bij zo veel mogelijk mensen en bedrijven bekend worden, zodat werknemers en werkgevers er hun voordeel mee kunnen doen.’

 

VEILIGHEID PRAKTIJKLOKAAL ‘ZORGELIJK’

 

De arboveiligheid in de praktijklokalen metaal op scholen is ‘zorgelijk’. Dat concludeert de Arbeidsinspectie na een eerste inspectieronde op 261 scholen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo), het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en beroeps volwassenen educatie (roc’s).

 

De Arbeidsinspectie (AI) controleerde tussen oktober 2005 en maart 2006 de veiligheid in de praktijklokalen metaal. Aanleiding was een eerder inspectieproject houtbewerkingslokalen waarbij de inspectiedienst op veel gevaarlijke situaties stuitte. Binnen de lokalen metaal inspecteerde de AI op machineveiligheid, toezicht en onderricht. Op 240 van de 261 scholen werden overtredingen geconstateerd.

 

Volgens landelijk projectleider Ton van Nimwegen van de Arbeidsinspectie signaleerde zijn dienst bij de eerste inspectieronde in totaal 903 overtredingen. In 761 gevallen mankeerde er iets aan de machineveiligheid. Op een groot aantal machines ontbraken afschermingen voor bewegende delen en bestond er gevaar voor snijden en knellen van vingers en andere ledematen.

 

De Arbeidsinspectie gaf in totaal 468 waarschuwingen voor het werken met onveilige machines. In 97 gevallen bestond er acuut gevaar en sommeerde de AI stilleggen van het werk.

 

Andere overtredingen betroffen onvoldoende deskundig toezicht (door docenten) en onvolledige risico-inventarisaties. Toch beoordeelt de AI het toezicht in het algemeen als voldoende. De inspectiedienst kijkt daarbij of er voldoende toezicht is door docenten bij het werk in de praktijklokalen, gelet op de leeftijd en ervaring en het aantal leerlingen per technieklokaal. Daar staat geen norm voor, maar dat wordt beoordeeld door de individuele inspecteur.

 

Volgens projectleider Van Nimwegen werken veel scholen met verouderde machines, die nog niet zijn aangepast aan de nieuwste normen. ‘Zeker gezien de leeftijd en ervaring van leerlingen is dat riskant. Als je leerlingen zonder bescherming van bewegende delen met de machines laat werken, is dat niet echt een goede voorbereiding op een veilige werkhouding later in de industrie’, aldus de projectleider.

 

Scholen en docenten waren na de inspecties erg bereidwillig om verbeteringen aan te brengen, stelt de AI. In hoeverre alle onveilige situaties zijn verholpen, moet nog blijken. ‘Maar ik hoor dat er bij leveranciers heel veel afscherming voor machines is besteld’, aldus Van Nimwegen.

 

 

Reageer op dit artikel