artikel

STOEP IS GEEN OPSLAGPLAATS

Geen categorie

Van Gerven vindt dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen, maar dat het ongeval het gevolg is van de onoplettendheid van mevrouw Brekebeen. De roosters waren goed zichtbaar en hij hoefde er redelijkerwijs geen rekening mee te houden dat iemand daarover zou kunnen vallen. Het was dan ook niet nodig om extra veiligheidsmaatregelen te nemen. Ook is hij het niet eens met de hoogte van de schade.

 

Het gaat in deze zaak volgens de rechter om de vraag of Van Gerven onrechtmatig heeft gehandeld. Maar alleen het feit dat door het stapelen van de roosters een ongeval is ontstaan, is op zich niet voldoende. Het handelen is pas dan onrechtmatig, als daardoor de mate van waarschijnlijkheid van een ongeval zo groot is dat Van Gerven dit naar maatstaven van zorgvuldigheid had moeten nalaten. Op grond van vaste jurisprudentie moet dan worden gekeken of het bedrijf de gebruikelijke zorgvuldigheid om een ongeval te voorkomen niet heeft betracht. Maar ook tellen mee de kans dat een ongeval daardoor daadwerkelijk plaatsvindt en de ernst van de mogelijke gevolgen ervan. Tevens is het van belang of het nemen van voorzorgsmaatregelen erg ingewikkeld is. Overigens staat daar tegenover dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen als het slachtoffer zich uiterst onoplettend of onzorgvuldig heeft gedragen.

 

Volgens de rechter hoefde mevrouw Brekebeen niet bedacht te zijn op obstakels op de stoep. Die is immers niet bedoeld als opslagplaats voor materiaal. Dit is ook gevaarlijk, met name voor spelende kinderen en ouderen die slecht ter been zijn. Het ongeval is daarvan het levende bewijs. Van Van Gerven had daarom mogen worden verwacht dat hij voor enige vorm van waarschuwing had gezorgd. Dat was praktisch ook heel goed te doen geweest. De gele markering op de roosters is voor de rechter niet voldoende, zeker nu de stapel niet op ooghoogte lag, zodat er een reeel gevaar bestond dat voorbijgangers hierover heen zouden kijken. Daar komt nog bij dat de roosters vlak om de hoek van het achteruitgangpad van de nabijgelegen flat lagen. De tijd om de roosters op te kunnen merken was daardoor relatief kort. Van Gerven heeft ook niet duidelijk gemaakt dat er geen andere, minder gevaarlijke plek beschikbaar was. Zeker nu de roosters na het ongeval verderop in het gras zijn gelegd. Natuurlijk heeft de onoplettendheid van mevrouw Brekebeen een rol gespeeld. Maar de rechter ziet dit niet als aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. De vordering van mevrouw Brekebeen wordt, met aftrek van enkele onterecht door haar opgevoerde posten, toegewezen.

 

De door de rechter gehanteerde criteria zijn al in 1965 vastgesteld door de Hoge Raad in het zogenoemde kelderluikarrest. Bij het invullen van de zorgverplichting jegens een ander moet mede rekening worden gehouden met de kenbaarheid van het gevaar, de kans dat dit gevaar zich manifesteert, de te verwachten oplettendheid en de mogelijkheid van de te nemen maatregelen.

 

Kantonrechter Groningen, 25 januari 2001, UN BA0358.

 

Reageer op dit artikel