artikel

Stoffenmanager wordt mogelijk nieuwe standaard

Geen categorie

Misschien is het zinnig om even pas op de plaats te maken en uit te leggen wat de Stoffenmanager precies is. Het is een hulpmiddel voor het middenen kleinbedrijf (MKB) voor de omgang met gevaarlijke stoffen en preparaten. Het instrument beoordeelt op een gestructureerde manier aard, mate, duur en frequentie van de blootstelling en genereert voor de ingevoerde handelingen een risico-overzicht. Hiervoor maakt de Stoffenmanager gebruik van een eerder instrument van Arbo Unie (ChemAudit, Heussen et al., 2002) en een model van TNO (Le Feber et al., 2003) die de intrinsieke eigenschappen van het product, het soort handeling dat met de stof wordt uitgevoerd, de mate van beheersing in de werkomgeving en de duur en frequentie van gebruik als het ware tegen elkaar afwegen (zie figuur 1). De Stoffenmanager werkt met drie relatieve risicocategorieen: hoog, gemiddeld en laag. Een aparte module rekent mogelijke beheersmaatregelen door en geeft de gebruiker aan of toepassing van de maatregel tot een lagere risicoscore leidt (zie figuur 2).

 

Arbo2005_07-08_7

 

FIGUUR 1. RELATIEVE RISICO RANKING MET DE STOFFENMANAGER

 

Arbo2005_07-08_8

 

FIGUUR 2. STRUCTUUR STOFFENMANAGER

 

De Stoffenmanager neemt bedrijven veel maar niet al het werk uit handen: het instrument kijkt naar alle ingebrachte combinaties van producten en handelingen en geeft aan waar het risico het hoogst is. Daar waar het instrument aangeeft dat combinaties van producten en handelingen een ‘hoge’ risicoscore hebben (kwalitatieve schatting), is er direct al werk aan de winkel. In die gevallen moeten bedrijven als eerste kwantitatief nagaan of werknemers niet aan te hoge concentraties gevaarlijke stoffen worden blootgesteld, bijvoorbeeld door te meten of te schatten.

 

Bij de ontwikkeling van de Stoffenmanager is veel aandacht besteed aan de inzetbaarheid en de gebruikersvriendelijkheid. Het instrument kan onder andere worden gebruikt bij het opstellen van de Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en het Plan van Aanpak (PvA), het maken van werkplekinstructiekaarten (WIK) en bij de opslag van gevaarlijke stoffen. Als ‘webbased’ instrument kunnen gebruikers het vanachter hun eigen pc gebruiken. Ingevoerde gegevens zijn strikt vertrouwelijk en alleen voor de gebruiker toegankelijk.

 

Momenteel zijn TNO Chemie, Arbo Unie en BECO bezig de Stoffenmanager door te ontwikkelen naar versie 2.0. Daarbij krijgen zij subsidie van het ministerie van SZW, dat de Stoffenmanager een belangrijke rol toekent in de landelijke stoffenkennisinfrastructuur. Op verzoek van het ministerie zal de nieuwe versie van de Stoffenmanager daarom ook aansluiten bij de drie niveaus van het VAStprogramma (Versterking Arbeidsomstandighedenbeleid Stoffen): nationaal-, keten/branche- en bedrijfsniveau (zie ook figuur 3). Verder is het voor bedrijven van belang dat de Arbeidsinspectie het gebruik van de Stoffenmanager voor het opstellen van de RI&E gevaarlijke stoffen accepteert. Vandaar dat de Arbeidsinspectie onderzocht wil zien of gebruik van de Stoffenmanager tot de juiste resultaten leidt. Op verzoek van het ministerie zetten TNO en Arbo Unie daartoe momenteel een validatiestudie op.

 

Arbo2005_07-08_9

 

FIGUUR 3. STOFFENMANAGER EN HET VAST-PROGRAMMA

 

Voor de toekomstige gebruiker moet versie 2.0 van de Stoffenmanager een hogere gebruikersvriendelijkheid bieden, door verdere verbetering van de navigatie door het instrument en van de wijze van invullen van gegevens. Daarnaast worden de toepassingsmogelijkheden vergroot door het splitsen van de huidige module RI&E/PvA in twee afzonderlijke modules. Er komt een aparte module voor registratie van carcinogene, mutagene en reprotoxische stoffen. De module PvA krijgt een verbeterde voorziening voor het berekenen van het effect van beheersmaatregelen en het kiezen van maatregelen voor het PvA. Verder wordt nog onderzocht hoe via de Stoffenmanager zogeheten ‘goede praktijken’ kunnen worden ontsloten.

 

Als belangrijke nieuwe functionaliteit zal het instrument beschikken over een Standaard Uitwisselings Format. Hiermee kunnen uit databases gegevens geimporteerd worden in de Stoffenmanager, wat het handmatig invoeren van productgegevens sterk zal beperken. In de toekomst wordt hierdoor koppeling van de Stoffenmanager aan landelijke of op brancheniveau beschikbare productendatabases mogelijk.

 

Versie 2.0 zal niet de laatste versie van de Stoffenmanager zijn. Het instrument zal pas echt goed tot zijn recht komen als er branchespecifieke versies worden ontwikkeld. Momenteel onderzoeken diverse partijen op keten/branche-niveau of de Stoffenmanager zich leent voor opname in het VASt-actieplan van branches of ketens. Branches die de Stoffenmanager willen doorontwikkelen naar een op de branche toegesneden instrument, kunnen de huidige integrale versie kosteloos tot hun beschikking krijgen.

 

De Stoffenmanager is makkelijk aan te passen aan de specifieke wensen van een branche. Zo kunnen de functies worden afgestemd op de eigen wensen en behoeften, en is het mogelijk om aanvullende functies toe te voegen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld bestaande of nog te ontsluiten branchespecifieke productendatabases in het instrument worden geintegreerd. Ook biedt de Stoffenmanager de mogelijkheid om het instrument in de ‘taal’ van de eigen branche te ‘schrijven’. Dat wil zeggen dat veelvoorkomende processen, werkwijzen en handelingen beschreven kunnen worden in de branche-eigen terminologie. De Stoffenmanager heeft ook de mogelijkheid om te kwantificeren: als er in een branche blootstellingsgegevens bekend zijn, kunnen die gebruikt worden om het instrument kwantitatieve blootstellingsschattingen te laten maken, wat bijvoorbeeld vergelijking met MAC-waarden mogelijk maakt.

 

Twee branches zijn al heel ver met een eigen variant van de Stoffenmanager: de tegelzetters- en stucadoorsbranche (Arbouw Toolkit Gevaarlijke Stoffen). Voor de schoonmaakbranche wordt op dit moment een specifieke versie ontwikkeld, waarin productgegevens worden gekoppeld aan specifieke schoonmaakhandelingen, risico’s van huidblootstelling en beheersmaatregelen.

 

De eerste ervaringen met Stoffenmanager versie 1.0 zijn veelbelovend. Er zijn inmiddels circa 1900 geregistreerde gebruikers, terwijl de website zich op gemiddeld dertig bezoeken per dag mag verheugen. Veel branches overwegen opname van het instrument in hun VASt-actieplannen en enkele hebben die beslissing reeds genomen. Voor de Stoffenmanager lijken dus alle seinen op groen te staan om uit te groeien tot een nieuwe standaard. Het ministerie van SZW is al bezig om in overleg met bij het VASt_programma betrokken partijen criteria te ontwikkelen om te zijner tijd te kunnen vaststellen of dit het geval is. Maar of het instrument die status ook echt zal bereiken, zal afhangen van de toename van het gebruik. SZW gaat dit monitoren. De ‘proof of the pudding’ blijft ‘in the eating’.

 

– Feber, M. le, J. Marquart, D.H. Brouwer, E.L.J.P. Tielemans, S.C.H.A. Tijssen, Model om inhalatoire blootstelling te schatten in het MKB, rapport no. V5520, TNO, Locatie Zeist.

 

– Heussen, G.A.H., J. West, M. Paulissen, J. Hietbrink, ‘Initiele beoordeling van het gezondheidsrisico door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen: door de bomen het juiste bos blijven zien’, Proceedings NVvA symposium Kennismanagement in de arbeidshygiene, maart 2002.

 

Reageer op dit artikel