artikel

Stofzuigen tegen silicose

Geen categorie

In de bouw geldt pas sinds 2001 dezelfde maximale aanvaarde concentratie (MAC-waarde) voor het werken met kwarts als in de overige bedrijfstakken. Daarvoor was sprake van een soepeler norm voor de bouw, omdat bouwbedrijven het als een onmogelijke opgave zagen aan de grenswaarde te voldoen. Onder druk van werkgeversorganisaties in de bouw werd voor bouwbedrijven een lagere grenswaarde vastgesteld. Tegenwoordig mogen ook bouwvakkers gedurende acht uur maximaal aan 0,075 milligram kwartsstof per kubieke meter lucht worden blootgesteld. Uit Arbouw-onderzoek blijkt dat ongeveer achtduizend werknemers aan kwartsstofconcentraties worden blootgesteld die ver boven deze MAC-waarde liggen. Heederik denkt dat het aantal nog hoger kan zijn. ‘Arbouw kijkt met name naar de zogenoemde hoogrisicogroepen, zoals koppensnellers en sleuvenfrezers. Maar een gewone metselaar die dagelijks een half uur tot een uur wordt blootgesteld aan kwartsconcentraties rond de MAC-waarde, loopt waarschijnlijk ook te veel risico. Ik vind dan ook dat er een breder blootstellingsonderzoek nodig is. Er is in de bouw vrij weinig op werkplekken gemeten. Zeker als je het aantal metingen afzet tegen de omvang van het probleem. Wij hebben in opdracht van Arbouw slechts 80 tot 100 metingen uitgevoerd, terwijl wij voor de agrarische sector in de afgelopen twee jaar 750 tot 1000 metingen hebben gedaan naar biologisch stof. Een wat sterker gevoel van urgentie vind ik wel op zijn plaats.’ Op dit moment werkt de Universiteit Utrecht op verzoek van Arbouw aan een protocol voor de periodieke keuringen van werknemers door de arbodiensten. Dit protocol wordt in het bestaande PAGO ingebouwd en moet het mogelijk maken dat bouwvakkers die een verhoogd risico lopen, zo goed mogelijk uit de totale populatie worden geselecteerd. Door hen periodiek een longonderzoek te laten ondergaan, moeten silicose en andere longafwijkingen eerder worden ontdekt. Want silicose is een sluipende ziekte die geleidelijk aan erger wordt. Het ziektebeeld gaat lange tijd met weinig klachten gepaard. Hierdoor blijft ook de omvang van het probleem voor een deel buiten beeld. Het kan verklaren waarom het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten via de bedrijfsartsen bij arbodiensten jaarlijks slechts een handjevol – minder dan tien – meldingen krijgt van bouwvakkers met silicose.

 

De aanpak van kwarts is al jaren een speerpunt in het arboconvenant Bouw, dat op 2 oktober eindigt. De doelstellingen liegen er niet om. De convenantpartners hebben zich ten doel gesteld dat 90 procent van de werknemers die risico lopen, weet wat de gezondheidseffecten van kwartsstof kunnen zijn. Voor 90 procent van de werkzaamheden moeten adequate technieken en maatregelen beschikbaar zijn voor het beheersen van kwartsstof en de blootstelling moet voor 50 procent van de ‘risicopopulatie’ aan de bron tot onder de grenswaarde zijn teruggebracht. Maar liefst 100 procent van de bedrijven wordt geacht de beleidsregel kwarts toe te passen, die aangeeft op welke wijze het vrijkomen van kwartshoudend stof kan worden beperkt.

 

Christiaan Steenbergen, projectdirecteur van het arboconvenant en senior adviseur bij TNO Arbeid, erkent dat de doelstellingen wellicht te ambitieus zijn geformuleerd. ‘Ze zijn tekenend voor het gevoel waarmee het convenant ondertekend is. Dat is toch iets anders dan hetgeen waar je gaandeweg mee bezig bent.’ Toch zijn er volgens hem wel degelijk grote stappen gezet. Het gaat daarbij vooral om het stimuleren van productvernieuwing. TNO Bouw ontwikkelde in opdracht van de convenantpartners handgereedschap dat weinig kwartsstof uitstoot. Binnenkort worden van vier gereedschappen de eerste prototypen op de markt gebracht. Nog eens vier prototypen verkeren in een ‘bijna-commercieel’ stadium en zullen iets later verkrijgbaar zijn. Bij de ontwikkeling ervan hebben bestaande gereedschappen model gestaan. Fabrikanten gaan zogenoemde ‘ombouwkits’ op de markt brengen waarmee aannemers het gereedschap dat zij in gebruik hebben, emissiearm kunnen maken. Eerder al ontwikkelde TNO Bouw een haakse slijptol en sleuvenzaagmachine met sterk verbeterde stofafzuiging, waarvan de prototypen het afgelopen najaar op een bouwplaats in Amsterdam voor het eerst werden gedemonstreerd. ‘Bij die gelegenheid bleek dat fabrikanten nog weinig hadden gedaan om de prototypen productiegereed te maken’, vertelt Steenbergen. ‘Het demonstratieproject prikkelde hen echter om actie te ondernemen.’

 

Een extra stimulans was dat de convenantpartners de ontwikkelkosten van de prototypes voor hun rekening namen, in ruil voor een zogeheten ‘nul-product’, getest en gecertificeerd.

 

‘Dit maakte het aantrekkelijk voor fabrikanten om het verbeterde gereedschap ook daadwerkelijk op de markt te brengen, zoals zij eerder hadden toegezegd.’

 

Het betreft hier echter voornamelijk Nederlandse bedrijven. Veel grote fabrikanten in het buitenland trekken zich weinig aan van de Nederlandse inspanningen om kwartsstof aan te pakken. ‘Die grote jongens in het buitenland kunnen een lange neus naar ons maken’, zegt Steenbergen. Hij hoopt daarom dat er een Europese MAC-waarde voor kwartsstof komt, zodat uiteindelijk alle fabrikanten overstag zullen gaan. De Europese Commissie moet nog beslissen over een Europese MAC-waarde; er ligt al geruime tijd een voorstel voor een MAC-waarde van 0,05 milligram kwartsstof per kubieke meter lucht. Een grenswaarde dus die nog strenger is dan de bestaande Nederlandse variant. Volgens Steenbergen is het bij de huidige stand van de techniek echter mogelijk om aan de scherpe norm te voldoen: ‘Sommige fabrikanten menen zelfs dat de norm – technisch gezien – nog wel scherper dan 0,05 milligram kan.’ Of de Europese MAC-waarde er zal komen, is vooralsnog echter sterk de vraag. Fabrikanten van kwartshoudende steenmaterialen voeren volgens ingewijden een krachtige lobby om er een stokje voor te steken. Meer effect valt te verwachten van de strategie die de convenantpartijen bedachten om ook buitenlandse fabrikanten die nog afwachtend zijn, te prikkelen om kwartsstofreducerend gereedschap te ontwikkelen. ‘We stellen onze kennis ook aan deze fabrikanten beschikbaar. Die kunnen vervolgens dan kiezen: de kennis benutten of laten liggen. Op die manier hopen we een ‘haasje-over-effect’ te bewerkstelligen. De ene fabrikant wil altijd beter zijn dan de andere. Niemand wil marktaandeel verliezen, niemand zal dus bij zijn naaste concurrent willen achterblijven. Fabrikanten die van meet af aan meededen, blijven overigens in het voordeel: zij hebben al een voorsprong.’ Dat er binnen afzienbare tijd volop handgereedschap beschikbaar komt om stofvrij te boren, frezen en slijpen, betekent nog niet meteen dat de gereedschappen ook daadwerkelijk gebruikt zullen worden. Werkgevers zullen bereid moeten zijn te investeren, terwijl hun werknemers slechte ervaringen hebben met de emissiearme gereedschappen die reeds op de markt zijn. ‘Bouwvakkers zitten niet te wachten op zwaarder gereedschap met een stofzuiger eraan. Een bouwvakker die lekker even snel wil opschieten, haalt die stofzuiger eraf en het filtersysteem ook. We hebben daarom niet alleen op de techniek gelet, maar ook op de manier waarop de gereedschappen in de markt gezet gaan worden.’ Via voorlichtingscampagnes worden werknemers daarom geinformeerd over de risico’s van kwartsstof. Op de Bouwbeurs 2005 leidde de ‘Innovatieroute Kwarts’ bezoekers langs stands van bedrijven die gereedschap produceren waarmee de uitstoot van kwartsstof onder de wettelijke grenswaarde blijft. Maar het biedt allemaal nog steeds geen garantie dat werkgevers het nieuwe gereedschap gaan aanschaffen. ‘Voor een deel is het een aanbestedingskwestie’, zegt Steenbergen. ‘Bouwbedrijven moeten tegen een zo laag mogelijke prijs offerte uitbrengen en dat zet de veiligheid onder druk. We willen daarom bevorderen dat opdrachtgevers op zijn minst weet hebben van die veiligheid en daar ook voor willen tekenen in hun bestekken.’

 

Ook is er altijd nog de Arbeidsinspectie als stok achter de deur. Dit najaar, als het arboconvenant Bouw ten einde loopt, start de Arbeidsinspectie een landelijk project gericht op blootstelling aan kwartsstof. De inspecteurs gaan controleren op basis van de beleidsregel kwarts in de bouw. Als een bewerking onder de beleidsregel valt, bekijken de inspecteurs of die volgens een zogeheten praktijkrichtlijn wordt uitgevoerd. Deze praktijkrichtlijn is de Keuzewijzer Stofvrij Werken van Arbouw, die over enkele maanden op de website www.stofvrijwerken.nl te raadplegen valt. Met behulp van deze keuzewijzer kunnen bouwbedrijven de juiste afzuiging bij hun gereedschap vinden. Als een bewerking niet volgens de voorschriften wordt uitgevoerd, wordt bekeken of er in de RI&E een ‘blootstellingsbeoordeling’ zit, op basis van een meting of goed onderbouwde schatting. ‘Als een blootstellingsbeoordeling ontbreekt, gaan we bekijken of er visueel waarneembaar stof ontstaat. Dat is een bewijs dat de grenswaarde voor kwarts overschreden wordt’, zegt een woordvoerder van de Arbeidsinpectie. ‘Als er ademhalingsbescherming wordt gedragen waarbij niet klip en klaar duidelijk is of deze toereikend is, krijgt het bedrijf een eis. Het moet dan binnen een dag maatregelen treffen, bijvoorbeeld door gereedschap met stofafzuiging aan te schaffen. Wordt er helemaal geen ademhalingsbescherming gedragen, dan leggen we het werk stil en delen we een boete van 2250 euro uit.’

 

Reageer op dit artikel