artikel

Strafpunten voor snelheidsduivels

Geen categorie

Op een slecht ontworpen bedrijfsterrein kunnen de verkeersafwikkeling, de situatie bij in- en uitritten, de breedte van wegen, het parkeren en de verlichting onveilig gedrag in de hand werken en daarmee ongevallen veroorzaken. Een uitgebreide rondrit over het terrein van Corus leerde dat op hoofdroutes, dat wil zeggen tussen twee poorten, soms wel en soms geen (vrijliggende) fietspaden aanwezig waren. Ook waren er weinig voetpaden. Om het aantal letselongevallen van fietsers en bromfietsers terug te dringen werd besloten meer fietspaden aan te leggen.

 

Bij Corus had de lange geschiedenis van het terrein zijn sporen nagelaten. Het terrein kende veel hekken, palen en obstakels die door begroeiing niet altijd zichtbaar waren. De parkeerterreinen waren of heel ruim of erg nauw. Het terrein had ook een woest en open aanzien, met een vaag onderscheid tussen weg en bedrijfsterrein. Aanbevolen werd het terrein op te ruimen, de parkeerterreinen daar waar nodig te vergroten, te uniformeren en aan

 

‘landscaping’ te doen. Doel was het creeren van een nettere fabrieksomgeving, die oplettend verkeersgedrag, zoals dat afgedwongen wordt in een stedelijke omgeving, zou stimuleren.

 

Corus kende veel lange rechte weggedeelten, veel voorrangskruisingen en weinig kruisingen met stoplichten. Ook waren overwegen weggehaald.

 

Er was goed zicht op de weg. Wegen en rijstroken waren breed en inhalen was vaak toegestaan. Dit alles droeg bij aan een groot rijplezier en rijgemak op de weg. Maar wel met een gevaar. Een te groot rijcomfort werkt hardrijden in de hand. Hoewel hardrijden geen directe oorzaak was van de verkeersongevallen, kon het wel een rol spelen in de ongevalsketen.

 

Daarom moest er ook worden nagedacht over een vermindering van het rijcomfort.

 

Buiten fabrieksterreinen worden maatregelen gehanteerd om chauffeurs het rijden lastiger te maken en op die manier af te remmen. Voorbeelden zijn een afbreking van lange weggedeelten en meer kruisingen die gelijkwaardig zijn of een stoplicht hebben.

 

Bij Corus waren dit soort maatregelen vanwege bedrijfsmatige en bouwkundige redenen echter lastig door te voeren. Zo reed op het terrein zeer zwaar en bij tijd en wijle zeer exceptioneel, breed transport. Aanbevolen werden daarom de volgende maatregelen: een inhaalverbod, het plaatsen van verrijdbare wegafbrekingen, en het weglaten van zij- of asmarkering.

 

Het productieproces bracht met zich mee dat er op het terrein veel te zien en te horen was. Met als gevolg veel afleiding voor de weggebruiker. In zulke situaties is het altijd belangrijk ervoor te zorgen dat de bebording die het rijgedrag moet sturen, voldoende opvalt. Zeker als er ook ‘s avonds en

 

‘s nachts wordt gewerkt.

 

De verkeersborden waren kwalitatief goed. Ze waren goed zichtbaar en voorzien van retroreflectie ofwel lichtweerkaatsend materiaal. Dit laatste zorgt ervoor dat voldoende kleurwaarneming bij duisternis mogelijk is.

 

Waarschuwingsborden voor automobilisten ter bescherming van fietsers waren er relatief weinig.

 

Dat gold ook voor de borden met andere bedrijfsregels, zoals de regel dat men de verlichting aan moest hebben om te worden opgemerkt door de treinmachinist.

 

Verkeersborden ter bescherming van automobilisten zelf waren vaak eenmalig, zoals bij grote complexe kruisingen met meer dan twee wegen plus spoorwegen.

 

Soms deed zich een duidelijke fout voor in de bebording. Zo hing bij een spoorweg/uitritkruising zowel een voorrangsbord als een Andreaskruis.

 

De reden: plaatsgebrek.

 

Bij kruisingen verder van de hoofdwegen af ontbraken borden soms vrijwel geheel. Het vuil, eigen aan het productieproces, maakte dat men qua bijwerken van de wegmarkering achter de feiten aanliep. De bebording leidde hier en daar ook gemakkelijk tot onzekerheid, verwarring, paniek, irritatie en soms regelrecht onveilig gedrag.

 

Aanbevolen werd daarom meer waarschuwingsen herhaalborden te plaatsen en dan met name in complexe situaties, een eind te maken aan foutieve bebording en meer borden te plaatsen in uithoeken en ter vervanging van wegmarkering.

 

TIEN TIPS VOOR VEILIG VERKEER

 

Ruim het terrein op

 

Breek lange weggedeelten af en creeer goed zichtbare hindernissen

 

Plaats waarschuwings- en herhaalborden; zorg voor een goede bewegwijzering

 

Pak snelheidsduivels disciplinair aan

 

Maak duidelijke verkeersveiligheidsvoorschriften

 

Wijs op de risico’s via een lichtkrant bij de poort

 

Straal als bedrijfsleiding uit dat verkeersveiligheid prioriteit heeft

 

Zet een rapporteringssysteem voor (bijna)verkeersongevallen op

 

Maak realistische procedures via een meldpunt verkeersonveiligheden

 

Breng de bedrijfscultuur in kaart en pak deze aan

 

 

Het terrein kende verscheidene onaangekondigde wegafzettingen en parkeerplaatsen die alleen bestemd waren voor vergunninghouders. Dit soms op drukke punten. Verkeersdeelnemers moeten zich bij het kiezen van een route voorstellingen kunnen maken van de geografische omgevingen. Zij maken daarbij onder meer gebruik van lokale kenmerken, zoals ‘bij dat Shell-benzinestation linksaf’.

 

Het terrein kende weinig gemakkelijk te benoemen gebouwen of gebouwen met een herkenbare kleur of opschrift. De hoofdwegen hadden echter zeer sporadisch een bord dat de richting wees voor doorgaand verkeer en naar de bestemmingen.

 

Wegwijzers waren niet op afstand duidelijk leesbaar, bevatten te veel verwijzingen en misten adrescodes.

 

Aanbevolen werd meer informatie te geven over de route en de bewegwijzering te herzien.

 

Op het terrein was door de zeer grote oppervlakte sociale controle nauwelijks aanwezig. In zo’n geval helpt handhaving, dat wil zeggen het zichtbaar aanpakken van verkeersovertreders door surveillanten.

 

De capaciteit van de dienst Bedrijfsbeveiliging was echter beperkt. De prioriteit werd gelegd bij de bewaking aan de poort. Het was niet mogelijk deze afdeling zodanig uit te breiden dat aanmerkelijk meer aanhoudingen mogelijk zouden zijn. Wel werd een puntensysteem voor snelheidsduivels ingevoerd en werden extra controles door surveillanten uitgevoerd.

 

Gemikt werd vooral op een goede infrastructuur als duurzaam alternatief voor een schaarse beveiligingscapaciteit. En op educatie.

 

Praktische informatie over gevaarlijke plekken moet goed bereikbaar zijn en er moet tijdig voorlichting plaatsvinden over onveilige situaties. Uiteraard is een goede vormgeving van de voorlichting onontbeerlijk zodat de informatie ook echt overkomt.

 

Bovendien moet het taalgebruik worden afgestemd op het niveau van de doelgroep. Dit kan door de schriftelijke verkeersveiligheidsvoorschriften te bespreken in het werkoverleg.

 

Bij Corus werd gekozen voor een lichtkrant bij binnenkomst op het terrein. De lichtkrant richtte zich op de verkeersonveiligheid op bepaalde locaties zoals poorten, kruisingen met afslagen, parkeerplaatsen en overwegen, en op onveiligheid door concreet gedrag, zoals niet-opletten en praten in plaats van goed kijken. Doel was de verkeersdeelnemers er op te wijzen dat zij overgingen van een stedelijke omgeving naar een fabrieksterrein en dat ook daar oplettend verkeersgedrag vereist is. Verder wezen twee mobiele waarschuwingsborden de automobilist op zijn rijgedrag. Deze konden in combinatie met een snelheidsradar worden ingezet.

 

Mensen op de werkvloer hebben vaak de indruk dat het bedrijf zelf, dat wil zeggen de chef of de toezichthouder, veilig werken minder belangrijk vindt dan productie. Dit heeft een negatieve invloed op de motivatie van werknemers met betrekking tot veilig werken. Een juiste uitstraling van het bedrijf, ook op toezichthoudend niveau, is daarom nodig. Dit geldt ook voor verkeersveiligheid.

 

Een speciale uitgave van de bedrijfskrant werd gewijd aan verkeersveiligheid, met bijdragen van het management. Dit om aan te geven dat verkeersveiligheid ook bij het management de allerhoogste prioriteit had. En om te laten zien hoe het bedrijf de verkeersonveiligheid wilde aanpakken. Ook werd melding gemaakt van een rapporteringssysteem ten behoeve van het management. Bij het meldpunt verkeersonveiligheden konden werknemers bijna-verkeersongevallen, verkeersborden op een onduidelijke plaats en andere incidenten rapporteren.

 

Vijf jaar later blijkt het aantal verkeersongevallen bij Corus niet drastisch te zijn afgenomen. De verkeersongevallen zijn volgens de veiligheidskundige nog steeds voor het grootste gedeelte een gevolg van onoplettendheid, roekeloosheid en onverschilligheid.

 

De genomen maatregelen hebben geen effect opgeleverd.

 

Verondersteld wordt dat dit te maken heeft met het feit dat de cultuur van het bedrijf niet is meegenomen in het maatregelenpakket. Zoals bekend heeft elk bedrijf zijn eigen cultuur, dat wil zeggen een set van normen en waarden die het gedrag sturen.

 

Zolang de cultuur onoplettendheid, roekeloosheid, onverschilligheid of ‘dom’ gedrag beloont, zal het aantal ongevallen dat daarvan het gevolg is niet dalen. Aanbevolen wordt daarom nader onderzoek te doen naar de relatie tussen de bedrijfscultuur en de verkeersveiligheid op fabrieksterreinen.

 

MEER INFO

 

Bensdorp, R., Folgers, I, en Veenbrink, P., ‘Veilig verkeer ook binnen de procesindustrie’, PT Procestechniek, no. 2, 1998, p. 48-51.

 

Klarenbeek, S., ‘Achtergronden van onveilig gedrag op het werk’, intern rapport, oktober 1990 (op verzoek in te zien).

 

Michon, J., ‘Verkeer en mobiliteit’, in: Handboek Arbeids- en Organisatiepsychologie, Van Loghum Slaterus, afl. 9, nov. 1983.

 

Wildervanck, C., ‘Infrastructuur en informatieverwerking’, Mobiliteitsschrift, juli/aug. 1993.

 

SAMENVATTING

 

Een jaarlijks stijgend aantal verkeersongevallen op het terrein van Corus was voor de voormalige Hoogovens aanleiding om de verkeersveiligheid te verbeteren. Het bedrijf stak ruim achttien miljoen euro in een campagne om het verkeersgedrag van de automobilisten te veranderen. Verscheidene maatregelen werden genomen. Zoals een nettere fabrieksomgeving die oplettend verkeersgedrag moest stimuleren; een inhaalverbod, het plaatsen van verrijdbare wegafbrekingen en meer waarschuwingsen herhaalborden, en het weglaten van zij- of asmarkering. Vijf jaar later bleek het aantal verkeersongevallen bij Corus echter niet drastisch te zijn afgenomen. Volgens de veiligheidskundige waren ze net als voorheen nog steeds voor het grootste gedeelte een gevolg van onoplettendheid, roekeloosheid en onverschilligheid. Verondersteld wordt dat de campagne faalde omdat de cultuur van Corus, de set van normen en waarden die het gedrag sturen, niet is meegenomen in het maatregelenpakket.

 

 

Reageer op dit artikel