artikel

Trammelant in arboland

Geen categorie

Directeur Ton Schoenmaeckers van de BOA begrijpt op zijn zachtst gezegd weinig van de kritiek. Hij beschouwt de open brief van Stichting Arbouw aan de staatssecretaris als ‘een flinke misser’. Schoenmaeckers: ‘Onze leidraad is helemaal nog niet klaar, de brief is verstuurd op een idioot moment en deugt ook inhoudelijk niet.’ Schoenmaeckers stelt dat de leidraad van Stecr/BOA helemaal geen blauwdruk wil zijn voor het kwalificatieniveau van de preventiemedewerker. ‘Dat kan ook niet’, zegt hij. ‘Niemand weet welke deskundigheid de preventiemedewerker moet hebben. Er is geen standaard. Het is ook niet onze bedoeling om algemene eisen voor te schrijven. De leidraad is een hulpmiddel om stapsgewijs te bepalen hoe je vereiste deskundigheid vaststelt. Hoe weet je wat binnen het bedrijf de deskundigheid van de preventiemedewerker moet zijn? Wat zijn daarbij belangrijke factoren? Daarover gaat de leidraad. En dat is in alle bedrijven en sectoren toepasbaar’, aldus de BOA-directeur.

 

Een conceptleidraad van de Stecr-werkgroep Preventiekwaliteit stond op 18 augustus jongstleden ter discussie op een openbaar debat in Zeist. Zo’n zeventig vertegenwoordigers van branches en werkgevers- en werknemersorganisaties gaven daar commentaar. Schoenmaeckers: ‘Wij vinden het onbegrijpelijk dat de open brief een dag voor het debat is verstuurd. Juist nu de conceptleidraad voorlag ter beoordeling. Het tijdstip van de open brief vind ik onzorgvuldig.’ De brief deugt ook inhoudelijk niet, omdat de arbodiensten zelf last hebben van de wildgroei aan cursussen, zegt de BOA-directeur. ‘Werkgevers worden misleid door aanbieders van opleidingen. Ik ga hier geen namen noemen, maar de functie wordt vaak te zwaar voorgespiegeld. Wij verzamelen daarvan nu zelf voorbeelden. Juist om werkgevers daarin te helpen en preventiemedewerkers niet naar onnodige cursussen te sturen, is de leidraad in ontwikkeling.’ Schoenmaeckers vindt alle opwinding desondanks een beetje vreemd. ‘Eerst liep iedereen te hoop tegen de gedwongen winkelnering. Nu is er concurrentie door marktpartijen en roept weer iedereen moord en brand’, aldus de BOA-directeur, die ook de overheid onduidelijkheid verwijt. ‘Rondom de preventiemedewerker is heel weinig aan voorlichting gedaan. Ik vind de overheid daarin enorm tekortgeschoten.’

 

Behalve de opleidingen en BOA-leidraad richt Arbouw haar pijlen ook op certificeringinstellingen. Zij vreest dat opdrachtgevers straks naar gecertificeerde preventiemedewerkers vragen, terwijl daarvoor geen enkele wettelijke grondslag is. Op dit moment ontwikkelt certificeringinstelling DNV via een waarborgcommissie een competentieprofiel voor preventiemedewerkers. Aart den Boer is hier als coordinator operations bij betrokken. Den Boer: ‘Onze waarborgcommissie bestaat uit mensen met draagvlak en kennis en kunde over preventie. In deze commissie zitten onder meer vertegenwoordigers van arbodiensten, brancheverenigingen en sociale partners. Zij hebben eindtermen bepaald waaraan een preventiemedewerker zou kunnen voldoen. Waar liggen taken, bevoegdheden en wat zijn dus de bijbehorende competenties en vooral, waar liggen de grenzen?’

 

Volgens Den Boer is zowel de preventiemedewerker zelf als zijn werkgever daarbij gebaat. Den Boer: ‘Een werknemer zal willen weten wat van hem wordt verwacht als hij door zijn werkgever wordt aangewezen als preventiemedewerker. Hij moet erover nadenken wat zijn taken en verantwoordelijkheden zijn en of hij deze kan dragen. Omgekeerd moet een werkgever weten of iemand voldoende bekwaam is om de taken als preventiemedewerker uit te voeren. Niet iedereen is bij voorbaat geschikt. De waarborgcommissie heeft een norm opgesteld op basis waarvan werknemers en werkgevers de beoogde preventiemedewerker kunnen meten en toetsen. Iemand zou bijvoorbeeld moeten kunnen beoordelen of een RI&E daadwerkelijk voldoende relevant is voor het bedrijf waar hij werkzaam is.’ De eindtermen zijn het resultaat van verschillen in inzicht en belangen, zegt Den Boer om aan te geven dat de waarborgcommissie uit een gemeleerd gezelschap bestaat. Den Boer: ‘Deze eindtermen zijn straks openbaar en worden op verzoek verspreid onder belanghebbenden. Ook opleiders kunnen dan zelf bepalen of zij volgens deze eindtermen opleiden. De certificatie-examens worden door derden onder toezicht van DNV afgenomen.’ Coordinator Den Boer laat zich weinig gelegen liggen aan de open brief van Arbouw. ‘Wij hebben partijen – en ook Stichting Arbouw – uitgenodigd deel te nemen in de waarborgcommissie en hun inzichten in te brengen. Er zijn partijen en personen die vinden dat je aan de preventiemedewerker geen eisen moet stellen. Ik denk dat de briefschrijvers zelf door de bomen het bos niet meer zien. Juist daarom beoogt certificatie een breed gedragen hulpmiddel te zijn voor werkgevers en werknemers. Het is bovenal een vrijwillig traject en op geen enkele wijze bedoeld als verplichting. Maar bij een incident zal de Arbeidsinspectie nagaan of de preventiemedewerker zijn taken goed vervuld heeft. Heeft ie dat niet, dan heeft de werkgever alsnog een probleem’, aldus Den Boer.

 

Terwijl Stichting Arbouw, waarin werknemers- en werkgeversorganisaties samenwerken, te hoop loopt tegen certificering, schoof FNV Bondgenoten wel aan in de waarborgcommissie. Namens FNV Bondgenoten sprak adviseur arbeidsomstandigheden Huub Pennock mee over het competentieprofiel. Pennock: ‘De wetgever is vaag. Daarom vinden wij het vaststellen van competenties voor de preventiemedewerker van wezenlijk belang. Wij willen zo veel mogelijk voorkomen dat niet-bekwame medewerkers aangesteld worden als preventiemedewerker. Een van de mogelijkheden is om afspraken te maken middels certificering van preventiemedewerkers. Een preventiemedewerker hoeft daarbij overigens niet een opleiding te volgen als hij de kennis en vaardigheden al heeft. Het behalen van een certificaat hoeft niet gekoppeld te worden aan het volgen van een opleiding.’ Volgens Pennock helpt het competentieprofiel om te beoordelen welke training een toekomstig preventiemedewerker zou moeten volgen. ‘Waar er onduidelijkheid is over het deskundigheidsniveau van de preventiemedewerker kan een competentieprofiel een goede ondersteuning bieden. Op basis daarvan kun je in sectoren binnen CAO’s afspraken maken over certificering. Dat helpt om preventiemedewerkers te hebben met de juiste kennis en vaardigheden.’

 

De ontwikkelingen rondom de preventiemedewerker leidden inmiddels ook tot Kamervragen. Volgens staatssecretaris Van Hoof geeft de risico-inventarisatie en -evaluatie aan wat een preventiemedewerker zou moeten kunnen, zo blijkt uit zijn schriftelijke antwoord. Van Hoof: ‘Met dit kader kan in individuele gevallen bepaald worden of voor een goede toerusting nog een cursus wenselijk is. De wet bevat dus uitdrukkelijk geen verplichting tot het volgen van een cursus preventiemedewerker.’ Om te voorkomen dat bedrijven op het verkeerde been worden gezet, deelt de Arbeidsinspectie bij bedrijfsbezoeken de SZW-brochure Maatwerk in de arbodienstverlening uit. Ook waarschuwen volgens de staatssecretaris koepelen brancheorganisaties hun leden tegen onnodig cursusaanbod. Directeur Cees van Vliet van Stichting Arbouw is maar matig tevreden over de antwoorden van Van Hoof. Van Vliet: ‘Hij geeft redelijk scherp aan dat hij ook niet helemaal gerust is op de ontwikkeling. Maar ik vind het toch magertjes. Hij zou zich best wat meer in het openbaar mogen uitspreken. Voor mijn part in een persbericht. Het mag krachtiger.’

 

Van Vliet is wel blij dat de Stecr/ BOA inmiddels besloten heeft om bij de verdere ontwikkeling de Werkgroep Preventiekwaliteit uit te breiden met werknemers- en werkgeversorganisaties. Van Vliet: ‘Nu mogen we alsnog aan tafel. Dat is achteraf, omdat onze open brief nu bij de staatssecretaris ligt. Maar als dat het effect is van de open brief, vind ik het prima hoor. We pakken de uitnodiging ook zonder problemen op.’ Volgens BOA-directeur Schoenmaeckers heeft de open brief totaal geen invloed op gehad op de uitbreiding van de werkgroep. ‘Dit is de standaardwerkwijze’, zegt hij. ‘Stecr houdt altijd eerst een openbaar debat. De inbreng gaan we nu verwerken. Zo doen we het echt altijd.’

 

Stichting Arbouw bekijkt het positief en ziet de discussie over de leidraad met vertrouwen tegemoet. ‘Die discussie gaan we gewoon aan.’ Minder hoge verwachtingen heeft ze van haar invloed op opleidingen en certificeringinstellingen. Directeur Van Vliet: ‘Opleidingen en certificeringbureaus moeten hun gang maar gaan. Wij kunnen ze niet tegenhouden. Maar we blijven zeggen wat we ervan vinden. Wij blijven ageren.’

 

Reageer op dit artikel