artikel

Uit de brand

Geen categorie

Jammer genoeg blijkt dat BHV’ers de (herhalings)opleidingen vaak saai vinden. De deelnemers kunnen zich het belang van eerstehulpverlening nog indenken, maar het deel over brand, ontruiming en communicatie beschouwen ze vaak als vervelend. Om de les toch interessant te houden, doorspekt menig opleider zijn cursus met spektakelstukken als het betreden van een brandende ruimte om een redding uit te voeren.

 

Bij zo’n ontruimingsoefening moet niet zelden de conclusie zijn dat BHV’ers in een werkelijke ontruimingssituatie in de problemen zouden zijn geraakt. Nu ligt de organisatie van een ontruimingsoefening vaak in handen van iemand uit de eigen BHV-ploeg. Dat is weliswaar een financieel voordelige optie, maar een onpartijdige beoordeling van de verrichtingen van die ploeg is dan bijna uitgesloten. Een kwalijke zaak, want de veiligheid van de BHV’ers en alle aanwezigen in het gebouw zijn in het geding.

 

Om een training effectief en op maat te laten zijn, moeten we weten wat de gewenste competenties van een BHV’er zijn. Een BHV’er moet volgens de wet eerste hulp kunnen verlenen, een brand beperken en/of bestrijden en in noodsituaties alle aanwezigen in het gebouw alarmeren en evacueren. Ook is het van belang te weten welke gevaren zich kunnen voordoen bij het uitvoeren van de taken. Het is onmogelijk die allemaal te kennen, want elke calamiteit is weer anders. Maar vanuit een zekere ervaringsdeskundigheid is het mogelijk er een aantal te benoemen. Diverse commissies van onderzoek hebben ten slotte hun licht laten schijnen op ongevallen die zich hebben voorgedaan. Daar kunnen we preventief lering uit trekken.

 

Een aantal belangrijke en sterk onderschatte gevaren van ontruiming bij brand komen hier aan de orde. Zo weet iedereen dat rook gevaarlijk is. In rookgassen zit koolmonoxide. Die is giftig en inademing ervan leidt tot verstikking. Daar hoef je geen BHV’er voor te zijn. Wat niet iedereen weet is dat de hitte van de verbrandingsgassen een veel groter probleem voor de BHV-inzet vormt. Hitte is immers het eerste dat we tegenkomen bij het lopen richting een rookwolk. Het inademen van hete rookgassen kan ernstige verbranding van de luchtwegen tot gevolg hebben.

 

Een ander onderkend gevaar van rook is het verzamelen van verbrandingsgassen langs het plafond. De hete en nog steeds brandbare gassen stapelen zich hier op en zorgen voor een flinke hittestraling. Is de temperatuur hoog genoeg en bevatten de verbrandingsgassen voldoende zuurstof en brandstof, dan kunnen deze ontbranden. Zo’n zogeheten flash-over kan al ontstaan bij lichte rookvorming en is daardoor erg gevaarlijk. Want bij weinig rook kan de BHV’er denken dat het goed haalbaar is om de ruimte laag bij de vloer te betreden.

 

Het verkeerd toepassen van ontruimingsprocedures is een ander veel voorkomend gevaar.

 

Een recent voorbeeld hiervan is de Schipholbrand. De commissie van onderzoek onder leiding van prof. Mr. Pieter van Vollenhoven heeft aangetoond dat een betere organisatie en toepassing van ontruimingsprocedures waarschijnlijk had geleid tot minder slachtoffers.

 

Een voorbeeld: nadat de persoon in de brandende cel was gered, is men vanaf de ingang naar de brand toe gaan ontruimen. Rook en hitte hebben zich daardoor zeer snel kunnen uitbreiden en dit heeft de ontruiming sterk belemmerd. Bij het bereiken van het einde van de gang was de ontruiming van een aantal ruimtes al niet meer mogelijk.

 

Hoe zit nu een goed toepasbare ontruimingsprocedure in elkaar? Een goed ontruimingsplan is een eerste vereiste. Hierin moeten alle procedures staan die van toepassing zijn op de werkomgeving. Zo weet iedereen wat er van hem verwacht wordt in een noodsituatie.

 

Het belangrijkste uitgangspunt van de procedures is het in acht nemen van de eigen veiligheid van de hulpverleners en de zorg voor de veiligheid van alle aanwezigen. Daarna volgt omschrijving van de procedures aan de hand van een aantal algemene richtlijnen.

 

– Prioriteitenstelling: eerst de eigen veiligheid, dan ontruimen, dan eerste hulp verlenen en als laatste eventueel blussen.

 

– Centrale coordinatie van de BHV-ploeg door een ploegleider.

 

– Centrale coordinatie vraagt om een centraal uitgangspunt, bijvoorbeeld de receptie. Alle BHV’ers melden zich bij dit centrale uitgangspunt.

 

– Een verzamelplaats instellen. Dit is liefst niet een plek direct in de buurt van het ontruimde object. De zorg voor evacues is immers, behoudens tellen, geen eerste prioriteit. Zij zijn veilig, de rest komt later. Ook hebben zij dan geen zicht op de calamiteit.

 

– De ontruiming loopt: het alarm is geactiveerd en mensen lopen via de vluchtroutes naar de verzamelplaats. • Optie: ‘vegen’ (nacontroleren) van de verschillende afdelingen. De BHV’ers werken zo dicht mogelijk vanaf de brand steeds verder naar buiten. Zo verwijderen zij zich steeds verder van het gevaar en krijgen mensen in de buurt van de brand als eerste hulp en mensen verder weg pas daarna.

 

Uiteraard beschrijft het bovenstaande slechts de basis. Voeg voor een ontruimingsplan op maat specifieke factoren toe of laat die weg, al naar gelang de omgeving en de situatie.

 

INFO: Kijk op http://www.onderzoeksraad.nl/publicaties/ovv/rapport_schipholbrand.pdf voor het volledige onderzoeksrapport van de Schipholbrand.

 

Reageer op dit artikel