artikel

Valbeveiligingsmiddelen

Geen categorie

In werksituaties waar valgevaar aanwezig is (in Belgie vanaf een valhoogte van 2 meter, in Nederland 2,5 meter), is het dragen van een (volledige) harnasgordel verplicht. Een harnasgordel geeft de drager de grootst mogelijke bescherming, omdat praktisch alle valkrachten door de zijden en het zitvlak worden geabsorbeerd en de drager na een val in een bijna rechtstandige positie wordt gehouden.

 

Voor de valopvang mogen bij een harnasgordel alleen de rug- en/of borstbevestigingspunten worden gebruikt.

 

Het reddingsharnas is speciaal ontworpen voor een snelle evacuatie uit besloten ruimten, zoals silo’s, riolen, ladingtanks, reinwaterkelders en mijnschachten.

 

Het bevestigingspunt is zodanig ontworpen dat de drager tijdens het ophijsen een rechtstandige positie van niet meer dan 10o uit het verticale vlak inneemt, waardoor het mogelijk is een reddingsoperatie uit te voeren door kleine openingen, zelfs als de drager bewusteloos is.

 

De totale lengte van een vanglijn (of valband) mag inclusief de koppelingen (b.v. karabijnhaken) niet meer dan 2 meter bedragen. Als een vanglijn voor valopvang in combinatie met een harnasgordel wordt toegepast, dan MOET de vanglijn van een energie absorberende valdemper zijn voorzien.

 

Als een valdemper geheel of gedeeltelijk is uitgescheurd, mag die niet meer voor verder gebruik worden ingezet en dient vanglijn met valdemper te worden vernietigd.

 

Het is van groot belang dat een betrouwbaar verankeringpunt wordt uitgekozen en dat voor valdempervanglijnen met een lengte van 2 meter, de vrijvalruimte onder het bevestigingspunt minstens 6.25 meter bedraagt.

 

Ook al is een harnasgordel of een veiligheidslijn nog zo goed, als een verankeringpunt om het valbeveiligingssysteem aan te bevestigen niet sterk genoeg is, betekent dat niets. Het verankeringpunt moet een minimale valbelasting van 15 kN (1500 kg) zonder schade kunnen weerstaan.

 

Zorg ervoor dat er GEEN vast verankeringpunt wordt gekozen met scherpe hoeken of randen. Lijnen of banden die erlangs schuren, zouden kunnen slijten of zelfs doorgesneden kunnen worden. Als het even kan, kies dan altijd een verankeringpunt boven de gebruiker en nooit beneden het bevestigingspunt aan de harnasgordel. Dit om een langere valweg dan de lengte van de vanglijn te voorkomen.

 

Door gebruik te maken van valstopapparaten kunnen de werkafstanden van het verankeringpunt groot zijn. Valstopapparaten zijn zelfblokkerend en voorzien van een automatisch oprolsysteem dat de kabel steeds onder een geringe spanning houdt, waardoor de valweg tot een absoluut minimum wordt beperkt. Valstopapparaten zijn ontworpen voor verticale of bijna verticale toepassingen.

 

Een valstopapparaat kan NIET horizontaal worden toegepast, omdat bij een eventuele val de gebruiker tot in (en zelfs door) een verticale positie onder het verankeringpunt wordt geslingerd. Door het raken van voorwerpen tijdens de val en slingerbeweging stelt de gebruiker zich bij een horizontale toepassing aan een onacceptabele val en of letsel bloot.

 

Kleine automatische vangband-valstopapparaten kunnen met succes worden toegepast in moeilijke werksituaties waarbij een in een bocht hangende vanglijn of vangband zelf een gevaarlijke situatie oplevert of waar de valweg tot een absoluut minimum dient te worden beperkt.

 

Vermijd elk contact met chemicalien (o.a. ook alle oplosmiddelen) en stel verontreinigde valbeveiligingsmiddelen onmiddellijk buiten gebruik. In een aantal gevallen kan verontreiniging door chemicalien worden vastgesteld. Er treedt dan een verkleuring op, een verharding of de banden juist slapper. In extreme gevallen kan het materiaal gaan verpulveren. Minerale zuren zorgen zelfs voor een uiterst snelle verweking van het bandenmateriaal.

 

Stellingen hebben vaste valbeveiligingen en moeten door een opgeleide stellingkeurder nagezien en dan pas vrijgegeven worden. Deze mensen zijn ervoor opgeleid. Ze weten welke beveiligingen er aanwezig moeten zijn, zoals leuningen en stootplanken. Niemand mag op eigen houtje in deze structuren wijzigingen aanbrengen. Wanneer dit toch nodig is, moet dit gebeuren door de stellingbouwers en in overleg met de bedrijven en de stellingkeurder.

 

Zo blijft de veiligheid gewaarborgd.

 

Het wegnemen van leuningen en vervangen door linten als valbeveiliging is uit den boze.

 

Linten bieden GEEN ENKELE valbeveiliging en dienen alleen om een gevaar aan te duiden.

 

Wanneer er geen collectieve valbeveiliging aanwezig is, MOET men overgaan tot persoonlijke valbeveiligingen, zoals veiligheidsharnas en valdemper.

 

Arbobesluit art 3.16 lid 2 en lid 4

 

Beleidsregel 8.2 Arbobesluit.

 

WAT U WEL EN WAT U NIET MOET DOEN

 

Wel

 

Voer voor elke betreding van een stelling of steiger een visuele inspectie uit.

 

Wanneer die niet in orde is, meldt dat aan de bevoegde personen. Wacht met betreden tot de stelling of de steiger is goedgekeurd.

 

Check voor elk gebruik nauwkeurig of alle samenstellende onderdelen van uw valbeveiligingssysteem in orde zijn.

 

Zorg ervoor dat alle onderdelen van uw valbeveiligingssysteem aan elkaar passen.

 

Gebruik bij valgevaar alleen een harnasgordel. Andere gordels, zoals een positionerings- en een gebiedsbegrenzingsgordel, zijn NIET geschikt voor valopvang.

 

Wanneer gebruik wordt gemaakt van een vanglijn, dient deze voorzien te zijn van een valdemper. Lijnen zonder valdemper zijn NIET geschikt voor valopvang!

 

Maak gebruik van een verankeringpunt dat zich direct boven de werkplek bevindt.

 

Controleer of de sluitlip van de karabijnhaak gesloten en geblokkeerd is.

 

Kwik-lock karabijnhaken sluiten en blokkeren automatisch. Toch dient de werking hiervan altijd gecontroleerd te worden.

 

Screwgate karabijnhaken sluiten automatisch, maar dienen handmatig via het dichtschroeven van de beveiliging geblokkeerd te worden. Dit is te controleren door druk uit te oefenen op de schroefbeveiliging.

 

Verzeker u ervan dat de valweg vrij is van obstakels en andere gevaren.

 

Niet

 

Betreed nooit een steiger die niet in orde is. En laat ook anderen dat niet doen.

 

Bevestig uzelf nooit aan een wankel object dat zelf kan vallen of omvallen, zoals een vrijstaande ladder of andere losse bouwsels.

 

• Maak gebruik van verankeringpunten die minimaal een schokbelasting van 1500 kg (15 kN)

 

kunnen weerstaan.

 

• Maak geen gebruik van een verankeringpunt dat zich onder het bevestigingspunt op uw gordel bevindt.

 

• Laat de vanglijn of vangband niet over scherpe hoeken of randen lopen.

 

• Maak geen gebruik van valbeveiligingsmiddelen die slijtage vertonen.

 

• Als u erover twijfelt of het beveiligingsmiddel wel voor het doel geschikt is of als u de staat van het onderhoud niet vertrouwt, kies dan het zekere voor het onzekere: gebruik het middel niet.

 

• Gebruik nooit een vanglijn die langer is dan 2 meter. Als er op grotere afstand gewerkt moet worden, dient u van een valstopapparaat gebruik te maken.

 

• Vanglijnen moeten in principe zo kort mogelijk te zijn, om de lengte van een mogelijke valweg en de tijdens een val optredende krachten te beperken.

 

• Verbouw nooit een stelling.

 

• Laat nooit toe dat er op een gevaarlijke manier wordt gewerkt.

 

• Gebruik fl adderlinten alleen als waarschuwing en niet als beveiliging.

 

 

Reageer op dit artikel