artikel

Van CPR 15 naar PGS 15

Geen categorie

De CPR-richtlijnen verdwijnen omdat de CPR (Commissie Preventie van Rampen door gevaarlijke stoffen) intussen is opgeheven. In de jaren zestig begon deze commissie als een overlegorgaan van hoge ambtenaren uit verschillende ministeries. Aan gevaarlijke stoffen kleven aspecten die onder verschillende ministeries vallen en dat vraagt om afstemming. De risico’s van gevaarlijke stoffen zijn immers niet beperkt tot het werken ermee. Stoffen worden ook vervoerd, opgeslagen en als afvalstoffen verwerkt. En als er iets mee misgaat, hebben hulpverleningsorganisaties ermee te maken.

 

De CPR heeft veertig jaar bestaan en speelde in het verleden een belangrijke rol in de beheersing van zogenoemde majeure risico’s. In de eerste plaats door het uitbrengen van stofspecifieke CPR-richtlijnen. Daarnaast heeft de CPR de ontwikkeling van de kwantitatieve risicoanalyse (QRA: Quanitative Risk Analysis) in Nederland krachtig gestimuleerd. De CPR was overigens altijd een kleine commissie. Het eigenlijke werk werd gedaan in subcommissies die, soms tijdelijk, door de CPR werden ingesteld. Deze subcommissies ontwikkelden de stofspecifieke richtlijnen en de rekenmodellen voor risicoanalyse.

 

Na de vuurwerkramp in Enschede van 13 mei 2000 werd bekend dat er bij het ontplofte bedrijf al langere tijd veel meer en veel zwaarder vuurwerk was opgeslagen dan was toegestaan. Dat werd niet alleen het bedrijf aangerekend. De commissie Oosting, die de vuurwerkramp onderzocht, constateerde dat er sprake was van veel ondeskundigheid bij de overheid, een tekortschietende handhaving en wijdverbreid bestuurlijk onvermogen. Het belangrijkste verwijt was dat de CPR en de overheid te weinig lering hadden getrokken uit de exposie die in 1991 plaatsvond bij een vuurwerkfabriek in Culemborg. Ook het functioneren van de CPR ontving veel kritiek. De CPR werd bijvoorbeeld onvoldoende ondersteund door de hogere ambtelijke niveaus en beschikte over onvoldoende financiele middelen. Daardoor ontbrak het de commissie aan slagkracht en was er nauwelijks sprake van een integrale aanpak. Bovendien was zij een ambtelijke commissie, waardoor veiligheidskundige en politieke afwegingen niet duidelijk waren gescheiden. Een deel van deze kritiek was overigens eerder al door de CPR zelf geuit.

 

De onderzoekscommissie stelde voor om een onafhankelijke adviesraad op te richten. Het kabinet volgde dat advies op. Op 1 juni 2004, ruim vier jaar na de ramp, werden de leden van de adviesraad benoemd.Volgens artikel 2 van de Wet Adviesraad gevaarlijke stoffen heeft de raad tot taak ‘… om de regering en de beide Kamers der Staten-Generaal te adviseren over beleid en wetgeving inzake technische en technisch-organisatorische maatregelen ter voorkoming van ongevallen en rampen als gevolg van het gebruik, de opslag, de productie en het vervoer van gevaarlijke stoffen …’

 

De instelling van de adviesraad brengt een scheiding aan tussen enerzijds de technische inhoudelijke advisering over wetgeving en richtlijnen en anderzijds de belangenafweging – kosten, haalbaarheid, handhaafbaarheid – die uiteindelijk leidt tot regelgeving. Het al dan niet uitvaardigen van wettelijke regels en richtlijnen en het vaststellen van de inhoud daarvan, is immers een politiek proces. Uit het beleidsplan van de AGS blijkt dat de adviesraad zich gaat bezighouden met advisering op verschillende niveaus: strategisch, tactisch en operationeel. Bij dat eerste kan worden gedacht aan de kennisinfrastructuur rond gevaarlijke stoffen en de risico’s van het grootschalige gebruik van waterstof als energiedrager. De adviezen op tactisch niveau hebben bijvoorbeeld betrekking op de risicoanalysemodellen. De operationele adviezen betreffen de technische aspecten van de PGS-richtlijnen. Het gaat dus om nogal wat adviezen die relevant zijn voor het thema arbeidsomstandigheden.

 

Tijdens het korte functioneren van de adviesraad ontstond er ophef over de rol van de raad. Vanwege de overeenkomst tussen de afkortingen PGS en AGS dachten sommigen dat de raad zich bezig ging houden met het opstellen van de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen. Een situatie die haaks zou staan op de aanbevelingen van Oosting en het daarop gebaseerde kabinetsstandpunt. Een van de belangrijkste boodschappen van de voorlichtingsbijeenkomst van VROM was dan ook: de adviesraad adviseert, de overheid brengt richtlijnen uit. En zo hoort het ook.

 

Reageer op dit artikel