artikel

Veel bedrijven hebben gevoel van veiligheidseis vals

Geen categorie

Terecht vinden Groeneweg en Hudson een belangrijke constatering van het Baker-rapport dat ‘persoonlijke veiligheid’ en ‘procesveiligheid’ aparte zaken zijn waartussen geen correlatie of causaal verband bestaat. Ook in Nederland wordt hierover al enige jaren discussie gevoerd. Al in 2001 schreef Andrew Hale in een artikel in het Maandblad Arbeidsomstandigheden[1] dat er nog steeds bedrijven zijn die het aantal verzuimongevallen hanteren als primaire, soms zelfs enige prestatie-indicator voor veiligheid. Deze gedachtegang kan een bedrijf, als kleine letsels uitblijven, ten onrechte een gevoel geven beschermd te zijn tegen rampen. Daarmee beweerde Andrew Hale toen al waar het Baker-rapport ook op uitkomt: persoonlijke veiligheid en procesveiligheid zijn aparte zaken en het gebruik van lage ongevalscijfers leidt tot een vals gevoel van procesveiligheid.

 

De overheid vraagt al geruime tijd aandacht voor het verschil in beleving van deze twee dimensies. Hierover is de Arbeidsinspectie in overleg met brancheorganisaties als de VNCI en Deltalinqs. De dienst hamert erop dat de registratie en de publicatie van trends in arbeidsongevallen met verzuim, Lost-Time Injury Rate (LTIR), geen goede indicator vormt voor het veiligheidsniveau. Deze maatregelen hebben geen enkele voorspellende waarde voor procesveiligheid en zware ongevallen met gevaarlijke stoffen. Een goede registratie en publicatie van ongewild uittreden van de gevaarlijke stoffen uit hun omhulling, loss of containment (LOC), zou beter zijn, vanwege de directere relatie met gebeurtenissen als een toxische wolk, brand en explosie. Ook in officiele stukken van de Arbeidsinspectie is deze lijn vastgelegd[1] .

 

De afgelopen jaren onderzocht de Arbeidsinspectie meer dan honderd incidenten bij de BRZO-bedrijven. De rode draad in de oorzaken is: het onveilig uitvoeren van onderhoud; het niet hebben of volgen van adequate procedures; het onvoldoende beheersen van een onderhoudsmanagementsysteem; en fouten of afwijkingen in het ontwerp van installaties.

 

Onderhoud blijkt een belangrijke risicofactor. Meer dan de helft van de ongevallen vindt plaats als gevolg van onderhoudswerkzaamheden. Zo ontbreken bijvoorbeeld instructies en toezicht of wordt het onderhoud op een verkeerde of onveilige manier uitgevoerd.

 

Hebben de BRZO-bedrijven hun onderhoudsmanagement op orde? Nee. In 2003 onderzocht de Arbeidsinspectie een derde van de veiligheidsrapport-plichtige BRZO-bedrijven: bedrijven uit de hoogste risicocategorie. We keken naar de aanwezigheid en volledigheid van een onderhouds- en inspectiesysteem (O&I-systeem). Het teleurstellende resultaat van het onderzoek was dat slechts bij twaalf procent van de onderzochte bedrijven een volledig en functionerend O&I-systeem aanwezig was[1] .Wel lijkt het onderhoudsmanagement beter te worden. In de analyse van incidenten door de Arbeidsinspectie zien we op dat punt een toenemende verbetering.

 

Hoe zit het eigenlijk met onze Nederlandse raffinaderijen? De ramp bij de BP-raffinaderij in Texas City was voor de Arbeidsinspectie aanleiding om de situatie bij de raffinaderijen in Nederland te peilen. Zou het in Texas opgetreden rampscenario zich ook hier zou kunnen voordoen[1] ? Het onderzoek bij de raffinaderijen richtte zich primair op twee aspecten:

 

– Werken Nederlandse raffinaderijen met vaten die zijn voorzien van een reboiler of fornuis, waarvan de drukveiligheden niet zijn aangesloten op een fakkel?

 

– Zo ja: welke Lines of Defence (LOD) zijn al op deze vaten aanwezig die het Texas-scenario voldoende doorbreken?

 

– Zijn er vaten waar aanvullende LOD’s moeten worden getroffen omdat het Texas-scenario onvoldoende is doorbroken?

 

– Houdt het beleid van de Nederlandse raffinaderijen voor plaatsing van tijdelijke gebouwen, zoals contractor portakabins, rekening met brand en drukgolven door gaswolkexplosies?

 

Zo nee: in welk opzicht moet dit beleid worden aangepast?

 

Bij die raffinaderijen trof de Arbeidsinspectie in totaal tien vaten aan met fornuis of reboiler met naar atmosfeer afblazende drukveiligheden en alleen voorzien van alarmeringen. Bij deze vaten is het Texas-scenario mogelijk. De kwaliteit van de aangetroffen LOD’s was zodanig dat actie niet op korte termijn vereist is. Wel zijn bij deze raffinaderijen studies gestart om na te gaan welke aanvullende LOD’s ter preventie moeten worden getroffen. Voor de explosie in Texas werd bij de plaatsing van tijdelijke accommodaties alleen rekening gehouden met een eventuele hittebelasting door brand. De inspectie constateerde dat de vijf raffinaderijen hun beleid voor tijdelijke gebouwen inmiddels al hadden gewijzigd. Ze houden nu ook rekening met drukgolven als gevolg van gaswolkexplosies.

 

Waar de indicatoren voor persoonlijke veiligheid een positieve trend tonen, geeft bovenstaande informatie over aantallen en oorzaken van ongevallen en gesignaleerde trends een minder rooskleurig beeld van de procesveiligheid. Wat dat betreft ondersteunt het Baker-rapport ons beeld. Afgelopen voorjaar organiseerden de Arbeidsinspectie een bijeenkomst met deelnemers uit de chemische industrie, de wetenschap, de Onderzoeksraad voor Veiligheid, het OM, de departementen SZW en VROM en de Arbeidsinspectie. Daarmee willen wij op basis van onze uitgangspunten en initiatieven vanuit het bedrijfsleven en wetenschap onder meer de zoektocht naar goede process safety performance indicators een nieuwe impuls geven.

 

Groeneweg en Hudson worden op hun wenken bediend!

 

Reageer op dit artikel