artikel

Veilig hijsen

Geen categorie

De kraankeuze moet zijn afgestemd op de maximale last, de maximale vlucht en de maximale hoogte waarop lasten geplaatst moeten worden. De stabiliteit van een kraan kan in gevaar komen als de capaciteit voor last, vlucht en hoogte onvoldoende is voor de uit te voeren werkzaamheden. Het is daarom belangrijk om vooraf altijd met het kraanverhuurbedrijf te overleggen over de kraankeuze. Belangrijke informatie daarbij is: hoe zwaar zijn de te verplaatsen lasten, welke afmetingen hebben ze en hoe zijn ze eventueel verpakt? Verder: op welke afstand en hoogte van de kraan (vlucht) moeten de lasten geplaatst worden? Welke hijsgereedschappen zijn er nodig en hoe is de terreinsituatie?

 

Aandachtspunten:

 

– Houd bij de bepaling van de vlucht rekening met de mogelijke opstelplaats(en) van de kraan. Een hulpgiek (jib) maakt het mogelijk om de vlucht en de hijshoogte van een kraan te vergroten. Voor het omklappen en gereedmaken van de hulpgiek is wel extra ruimte op de bouwplaats nodig.

 

– Houd bij het plaatsen van lasten op hoogte rekening met de benodigde opstelplaats voor de kraan. Die ligt bij een telescoopkraan verder van het bouwwerk af dan bij een mobiele torenkraan. Stem zonodig het type kraan af op de aard van de werkzaamheden. Geef bij een mobiele kraan duidelijk aan of de kraan geschikt moet zijn om met lasten te mogen rijden. Bij beperkte (manoeuvreer)ruimte op de bouwplaats kan een zogenoemde citykraan soms uitkomst bieden. Zorg voor ruim voldoende capaciteit van de kraan wanneer het gewicht van de te hijsen last(en) moeilijk is in te schatten (bijvoorbeeld bij hout).

 

De maximale druk van de stempelplaten mag de toegelaten gronddruk niet overschrijden. De toegelaten gronddruk is afhankelijk van de samenstelling van de grond, de gelaagdheid, de grondwaterstand en het al of niet geroerd zijn van de bodem. Bij overschrijding van de toegelaten gronddruk kan de kraan verzakken en mogelijk kantelen.

 

Aandachtspunten:

 

– Plekken met onvoldoende draagvermogen kunnen ontstaan door de aanwezigheid van leidingen, oude of ondergrondse putten, gedempte sloten, enzovoort. Ook riskant zijn plekken waar de grond is aangevuld en niet (goed) verdicht en plekken in de directe nabijheid van plaatsen waar geheid is.

 

– Informeer bij de opdrachtgever, uitvoerder, beheerder of nutsbedrijven of zij van de zaken in de ondergrond op de hoogte zijn.

 

– Informeer zonodig bij de gemeente naar historische gegevens van de bouwlocatie (eerder uitgevoerd grondonderzoek, bijvoorbeeld).

 

– Tref op dubieuze of riskante plekken aanvullende maatregelen om het draagvermogen van de grond te verbeteren.

 

– Geef aan de kraanmachinist alle informatie door over plekken met onvoldoende draagvermogen op de bouwlocatie.

 

Een mobiele kraan heeft voor het uitschuiven van de stempels een bepaalde opstelruimte nodig. Zonder uitgeschoven stempels mag een kraan in principe geen of zeer beperkt lasten hijsen. De kraan moet altijd op een vlakke, horizontale ondergrond. Bij schuine belasting kan de stabiliteit van de kraan in gevaar komen en ontstaat kantelgevaar.

 

Bij opstelling van een kraan bij een talud of damwand is de minimale afstand tussen de kraan en het talud van belang. De stabiliteit van een talud wordt beinvloed door de grondwaterstand, trillingen en de helling van het talud. Bij opstelling vlak naast een talud kan door instabiliteit van het talud scheefstand van de kraan ontstaan. Er kan dan zelfs kantelgevaar ontstaan. Bij een damwand is het daarnaast van belang of die verankerd is of niet. Bij opstelling vlak naast een damwand kan scheefstand ontstaan door het uitbuigen van de damwand. Vuistregel voor een stabiele opstelling bij een talud of een niet-verankerde damwand is dat de afstand tot het talud/de damwand tenminste gelijk is aan de hoogte van het talud/de damwand/de diepte van de bouwput. Laat bij een talud bestaande uit geroerde grond, klei of veen, of bij een verankerde damwand altijd onderzoeken welke afstand raadzaam is. Let op: door regenval kan de stabiliteit van een talud verminderen.

 

Bij opstelling van een kraan bij gebouwen is de minimale afstand tussen de kraan en het gebouw belangrijk. Als een kraan vlak naast een gebouw met een kelder wordt opgesteld, kan de kelderwand bezwijken door de uitgeoefende krachten op de ondergrond. Van belang hierbij is de maximaal toelaatbare belasting van een onderliggende constructie door de kraan. Een vloer of een parkeerdek kan door de uitgeoefende druk van een hijskraan schade oplopen of bezwijken. Vuistregel voor een stabiele opstelling is dat de afstand tot het gebouw tenminste gelijk is aan de aanlegdiepte van de kelder onder het maaiveld. Informeer de constructeur ook over het gewicht van de zwaarste lasten en eventuele andere zware voertuigen (containers, prefab-onderdelen) in de directe nabijheid van de opstelplaats van de kraan. Bij een kelder is met name het moment van belang waarop de vloer(en) aanwezig is (zijn). Houd ook rekening met gevelsteigers die voor een belasting op de kelderwanden kunnen zorgen.

 

Controleer bij aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats altijd of de gegevens waarop een advies gebaseerd is, nog kloppen. Bespreek de juiste opstelling van de kraan met de kraanmachinist.

 

Reageer op dit artikel