artikel

Veilig kanker bestrijden

Geen categorie

Betere communicatie tussen ziekenhuis en thuiszorginstelling is wenselijk. Aarts hamert er vooral bij het RIO op dat er bij de indicatiestelling moet worden doorgevraagd. ‘Maar het is lastig om invloed uit te oefenen op een andere organisatie. Wat dat betreft was het vroeger makkelijker. Toen hadden we de indicatiestelling in eigen hand.’

 

Is men eenmaal op de hoogte van cytostaticagebruik, dan is er bij Thuiszorg Eindhoven voor verpleegkundigen en verzorgenden voldoende informatiemateriaal beschikbaar, ook voor verzorgenden.

 

‘Heel basaal wordt uitgelegd wat kanker is, wat cytostatica zijn en hoe je ermee in aanraking kunt komen. We geven aan dat het grootste gevaar zit in eventueel contact met urine, ontlasting en braaksel. En dat het dus verstandig is om handschoenen te dragen bij het schoonmaken.

 

Verder staat er onder meer in dat er een schort gedragen moet worden bij het verschonen van de bedden’, vertelt Aarts. ‘Daarnaast is er scholingsmateriaal over het werken met cytostatica.

 

Dat is zo opgebouwd dat zowel verzorgenden als hbo-verpleeg-

 

kundigen ermee uit de voeten kunnen.’

 

Om het voorlichtingsmateriaal nog toegankelijker te maken, ontwikkelt een medewerker momenteel een systeem waarbij met symbooltjes wordt aangegeven hoe de werkwijze moet zijn bij kankerpatienten die een behandeling met cytostatica ondergaan.

 

Aarts: ‘Niet alle verzorgenden nemen de schriftelijke informatie helemaal door, maar met symbooltjes wordt direct duidelijk hoe ze moeten werken.’ Maar dan is er nog de voorlichting aan de patient.

 

‘Kankerpatienten maken zware tijden door en hebben soms behoefte aan een arm om zich heen. Tot nu toe hebben we altijd gezegd dat dat moet kunnen.

 

Maar het is natuurlijk raar dat wij ons steeds beter beschermen en tegen de patient zeggen dat aanraken niet zo veel kwaad kan. Dat kan eigenlijk niet. We moeten op zijn minst eerlijke voorlichting geven. Al is het wel een lastig verhaal, want we kunnen niet zeggen hoe groot de kans is dat je iets oploopt door het aanraken van een kankerpatient.’

 

Dierenoncoloog Erik Teske, werkzaam bij de afdeling Gezelschapsdieren van de faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht, besteedt veel aandacht aan voorlichting aan de omgeving van zijn ‘patienten’.

 

‘Met de eigenaar van het huisdier bespreken we altijd de risico’s van een behandeling met cytostatica. Zo vertellen we ze onder meer dat ze beter niet in aanraking kunnen komen met het speeksel van honden. En dat ze hun huisdier beter een aantal dagen niet kunnen aaien. Ook geven we aan dat er risicogroepen zijn, zoals vrouwen die zwanger zijn of dat willen worden en kinderen.’ Volgens Teske komt het regelmatig voor dat mensen dan besluiten om af te zien van chemotherapie voor hun hond of kat, of dat ze hun huisdier na de behandeling met cytostatica een aantal dagen bij vrienden of familie onderbrengen.

 

Bij de afdeling Gezelschapsdieren worden al zo’n twintig jaar honden en katten behandeld met cytostatica. Jaarlijks voeren de dierenoncologen tussen de vierhonderd en vijfhonderd behandelingen uit. In tegenstelling tot de humane geneeskunde, waarbij de cytostatica worden bereid door apothekersassistenten, doen de twee dierenoncologen dat zelf. Ze werken echter wel nauw samen met veterinair apotheker Chris Pellicaan, die de veiligheidsorganisatie in handen heeft.

 

Op de afdeling wordt gewerkt volgens veiligheidsnormen die ook gelden in ziekenhuizen.

 

Teske: ‘Er zijn vaste protocollen voor de bereiding en toediening van cytostatica. Ook beschikken we over een aparte bereidingsruimte met een veiligheidskast, waarin we cytostatica klaarmaken voor toediening. Daarbij en tijdens de behandeling dragen we beschermende kleding en handschoenen. Voor de behandeling hebben we een aparte ruimte die alleen voor chemotherapie wordt gebruikt. Afval gaat in aparte bakken, die je met je voet kunt bedienen. Er is een noodkit met speciale schoonmaakspullen voor het geval er cytostatica worden gemorst. Verder werken we altijd met dezelfde gespecialiseerde assistent.’ Pellicaan: ‘Vorig jaar hebben we nog een risico-inventarisatie cytostatica gemaakt. Toen bleek dat de noodkit en de protocollen verouderd waren. Ook hadden we nog geen afvalbakken met de voetbediening.

 

Daar hebben we meteen iets aan gedaan.’

 

Bij de afdeling Gezelschapsdieren worden voldoende voorzorgsmaatregelen genomen tegen blootstelling aan cytostatica, denken Teske en Pellicaan.

 

Voor de gespecialiseerde dierenklinieken, waar getrainde specialisten werken, geldt dat ook.

 

Teske is echter minder te spreken over dierenartspraktijken die steeds vaker ook dieren gaan behandelen met cytostatica. In die praktijken worden cytostatica nog vaak zonder handschoenen bereid en zonder beschermingsmiddelen toegediend, weet hij.

 

Aparte ruimten voor bereiding en behandeling zijn er meestal niet. Ook is een speciale veiligheidskast voor de bereiding voor de gemiddelde dierenarts vaak veel te duur. Dierenartsen verbieden om te werken met cytostatica gaat hem te ver, maar: ‘Ze moeten wel investeren in veiligheid.’

 

Peter van Balen is hoofd van de interne arbodienst van het Nederlands Kanker Instituut/Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis.

 

Het ziekenhuis is gespecialiseerd in de behandeling van kankerpatienten en er wordt veel onderzoek naar kanker gedaan.

 

‘In ziekenhuizen is sinds begin jaren negentig, toen de eerste richtlijn voor het werken met cytostatica in ziekenhuizen het licht zag, structureel aandacht voor veilig werken met die stoffen’, aldus Van Balen. ‘Voor die tijd maakten verpleegkundigen bij wijze van spreke de cytostatica klaar op het nachtkastje van de patient.’ De eerste verandering was dat deskundige en getrainde apothekersassistenten zich daar voortaan in aparte ruimten mee bezig gingen houden.

 

Ook kwamen er veiligheidsprotocollen voor alle handelingen met cytostatica en gingen artsen en verpleegkundigen beschermende kleding en handschoenen dragen. Bovendien werden de technieken voor de toediening van cytostatica verbeterd, zodat het risico dat verpleegkundigen ermee in aanraking komen, werd verkleind.

 

Van Balen vindt aandacht voor de veiligheid belangrijk. Maar hij vindt ook dat je niet moet overdrijven.

 

‘Je moet verpleegkundigen niet in maanpakken hijsen of zo. Dat kun je ze niet aandoen.

 

Bovendien is het niet nodig. Voor de meeste handelingen tijdens de toediening volstaat het gebruik van handschoenen.’

 

Vaak zijn heel eenvoudige maatregelen die nauwelijks extra geld of inspanning kosten voldoende om de veiligheid van verpleegkundigen en artsen te garanderen, zegt Van Balen. Hij geeft een voorbeeld. ‘Als patienten net met cytostatica zijn behandeld, moet je oppassen dat je als je ze wast niet aan cytostatica wordt blootgesteld. Je kunt patienten dan wassen met wegwerpwashandjes en handschoenen aan, dat is niet zo ingewikkeld. Maar je kunt patienten ook simpelweg een of twee dagen niet douchen.

 

Dat kost al helemaal geen moeite.’

 

Volgens Van Balen loopt Nederland voorop als het gaat om onderzoek naar de risico’s van blootstelling aan cytostatica. ‘De meeste andere landen zijn nog lang niet zo ver. De risico’s zijn hier aardig in kaart gebracht.’

 

De onwetendheid in veel andere landen leidt soms tot merkwaardige indianenverhalen, vertelt Van Balen. Onlangs was hij op een internationaal congres.

 

Daar beweerde een Amerikaanse toxicologe dat, omdat er op een verpleegafdeling in een ziekenhuis cytostatica naast een koffiekan had gelegen, andere patienten via de koffie cytostatica binnen hadden gekregen. ‘Ze vertelde dat vanuit de oprechte overtuiging dat in Amerika het probleem vaak nog onvoldoende door verpleegkundigen wordt onderkend. Maar er moet toch echt wel wat gebeuren voordat koffie besmet raakt. Moleculen springen niet zomaar over.’

 

Zelf denkt hij niet dat in Nederland mensen die met cytostatica werken veel meer risico lopen om kanker te krijgen. ‘De blootstellingsniveaus zijn hier inmiddels zo laag, dat je eigenlijk niet meer van een verhoogd risico kunt spreken. Dat ligt wel anders voor effecten op de voortplanting.

 

Chemische stoffen als cytostatica werken heel direct in op een zwangerschapsproces, ook als je er al voor de conceptie aan bent blootgesteld.’

 

Reageer op dit artikel