artikel

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN GELDEN OOK BIJ HAASTWERK

Geen categorie

Een man werkt al meer dan vijftien jaar op een sorteercentrum van TNT Post. Tijdens een nachtdienst in september 2007 wil hij de gesorteerde post in een lorrie naar een klaarstaande vrachtwagen brengen. Omdat die vrachtwagen op het punt staat te vertrekken, verzoekt zijn chef hem de kortere route tussen de sorteerkasten door te nemen, iets wat eigenlijk verboden is. De lorries mogen in het sorteercentrum alleen op de zogenoemde snelweg rijden. Op de straten tussen de sorteerkasten is het te gevaarlijk, omdat daar mensen werken. In verband met deze veiligheidsregel weigert de man aan het verzoek te voldoen. Zijn chef wijst hem erop dat hij dit als werkweigering beschouwt. Twee nachten later wordt hem wegens een nieuwe spoedeisende situatie opnieuw gevraagd met de postkarren tussen de kasten te rijden. De man weigert deze opdracht opnieuw en wordt op non-actief gesteld. De werkgever verzoekt eind oktober ontbinding van de arbeidsovereenkomst, daarbij verwijzend naar eerdere problemen.

 

De kantonrechter vindt dat niet elke weigering van een redelijke opdracht een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Vast staat dat de werknemer twee maal een opdracht geweigerd heeft. De tweede keer is dat meermalen gebeurd. Daarmee is er sprake van een hardnekkige weigering. Maar de werknemer beroept zich niet op iets vaags, maar op een door de werkgever zelf opgestelde regel die tot doel heeft de veiligheid van de werknemers te waarborgen. In beginsel is het de verantwoordelijkheid van de werkgever om zijn eigen veiligheidsregels in te vullen, maar die vrijheid is niet onbegrensd. Juist als de werkdruk hoog is en de veiligheid in het gedrang kan komen, moet een werkgever de vastgestelde veiligheidsmaatregelen in acht blijven nemen. Die moeten dan niet afhankelijk worden van de voortgang van een bedrijfs- of productieproces. Nergens stond wanneer wel van de regel mocht worden afgeweken. Dan kan in het algemeen een werknemer niet worden verweten dat hij een opdracht weigert om veiligheidsmaatregelen te negeren wegens haast.

 

De werkgever heeft aangevoerd dat de meeste mensen al naar huis waren. Maar dat gegeven alleen maakt de situatie er niet veiliger op. Het feit dat de leidinggevende voor de lorrie uit zou lopen om mensen uit de buurt te houden, duidt erop dat er wel degelijk sprake was van een potentieel gevaarlijke situatie. Zeker als er onder grote werkdruk moet worden gewerkt, is het naleven van voorschriften van groot belang. Van de werkgever mag worden verwacht dat hij de bedrijfsprocessen zodanig structureert dat die kunnen worden uitgevoerd met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften.

 

Dat betekent dat het ontbindingsverzoek wegens werkweigering wordt afgewezen.

 

Maar de werkgever had, als het eerste verzoek niet zou slagen, subsidiair ontbinding verzocht wegens verandering van omstandigheden. De rechter oordeelt dat de werknemer wellicht wat rechtlijnig is en op zijn strepen staat, maar dat is op zich geen reden om hem een verwijt te maken. Na een onterecht ontslag op staande voet in 2004 zijn er slechts twee incidenten geweest. Dat op zich is niet voldoende om een ontbinding te rechtvaardigen. Maar de werkgever heeft verklaard ‘hoe dan ook’ van de werknemer af te willen. De rechter kan dit niet anders opvatten dan als een diepgaande vertrouwensbreuk. De werkgever krijgt nog de gelegenheid het verzoek in te trekken. Zo niet, dan zal de arbeidsovereenkomst worden ontbonden. Omdat dit in overwegende mate niet de schuld is van de werknemer, krijgt hij in dat geval een forse vergoeding van bijna 96.000 euro.

 

Kantonrechter Utrecht, 6 december 2007, LJN BC0253

 

Reageer op dit artikel