artikel

Verbranding en brandveiligheid

Geen categorie

Afhankelijk van de diepte van de brandwond spreken we over een eerste-, tweede- of derdegraadsbrandwond. Bij een eerstegraadsverbranding is de huid niet beschadigd. We spreken daarom nog van een verbranding, niet van een brandwond. Alleen de opperhuid is aangetast. Deze oppervlakkige verbranding geneest binnen een aantal dagen. Een typisch voorbeeld van een eerstegraadsverbranding is verbranding door de zon. Kenmerken: de huid is rood, droog en pijnlijk.

 

Bij een tweedegraadsbrandwondis de huid beschadigd tot aan de lederhuid. Hete vloeistoffen zoals thee en koffie veroorzaken vaak tweedegraadsbrandwonden. Kenmerken: de huid is rood, nat en erg pijnlijk, vaak met blaren. Bij een derdegraads brandwond is de huid aangetast tot aan het onderhuidse. Vaak zijn de zenuwen en haarzakjes aangetast. Vuur is vaak de oorzaak van diepe brandwonden. Kenmerken: de huid voelt droog aan en de wond doet bijna geen pijn omdat de zenuwen zijn aangetast. De huid slaat vaak wit of zwart uit.

 

Ondanks alle voorzichtigheid verbrandt een collega zich. Wat doe je? Als iemand in brand staat is het zaak meteen te proberen de vlammen te doven. Dit kan door iemand over de grond te rollen of door een deken te gebruiken. Iemand die in brand staat, raakt snel in paniek. De reflex is om te gaan rennen. Niet doen, want daardoor worden de vlammen alleen maar groter. Dus onthoud: niet hollen, maar rollen! Het meteen koelen van de wond is heel erg belangrijk. Daardoor neem je de warmte uit de huid, zodat die niet verder beschadigt. Dus onthoud: eerst water, de rest komt later! Het beste is om te koelen met lauw, zacht stromend water uit de kraan. Is er geen kraanwater voorhanden, dan is koelen met bijvoorbeeld slootwater ook mogelijk. Koel circa tien minuten. Pas daarbij op dat degene die verbrand is het niet te koud krijgt. Voorkom onderkoeling. Laat kleren liever zitten tijdens het koelen. Door het uittrekken van kleding kan er grotere schade aan de huid ontstaan. Dus gewoon met kleren aan koelen Smeer vooral niets op de wond. In zalf zitten vaak bacterien die de wond juist infecteren. Bovendien moet een dokter alle zalf weer verwijderen om te kijken hoe groot en diep de brandwond is. Dit kan erg pijnlijk zijn. Smeer dus niets op de wond en bedek deze met een schoon verbandje of doek.

 

Ziet de huid er kapot (bijv. blaren) of doet de wond geen pijn (derdegraadsbrandwond), bel dan altijd een dokter. Als iemand erg verbrand is, geef dan geen eten of drinken. Misschien moet diegene opgenomen worden in het ziekenhuis en is een narcose noodzakelijk.

 

Voorkomen blijft beter dan genezen. De algemene brandveiligheid van een gebouw is dus van groot belang. Een aantal belangrijke aspecten van die brandveiligheid passeren hierna de revue.

 

Bij brand is het belangrijk de vluchtmogelijkheden van uw werkomgeving goed te kennen.

 

Zorg dat iedereen de juiste vluchtweg weet te vinden. Zorg dat de vluchtroute vrij is van obstakels (fietsen, bromfietsen, materiaal) en controleer dit regelmatig. Deze obstakels zijn een belemmering voor de vluchtenden en voor het hulpverlenende personeel.

 

Een vluchtweg naar een hoger gelegen verdieping is af te raden. De hete verbrandingsgassen die bij een brand vrijkomen, zijn lichter dan lucht en zullen opstijgen naar de hogere verdiepingen. Die opstijgende verbrandingsgassen zijn mede door het gebruik van kunststoffen zeer giftig. De meeste brandslachtoffers komen om het leven door rookverstikking.

 

Waarschuw bij brand direct de bedrijfsbrandweer via het alarmnummer. Probeer bij een nog kleine brand zelf de brand te blussen of te beperken. Zie ook het kader ‘Blustoestellen’.

 

Branden waarbij elektrische apparaten zijn betrokken vereisen extra aandacht. Bij brand in een elektrisch apparaat moet u eerst de stekker uit het stopcontact halen. Gebruik nooit water voordat de stekker eruit is.

 

Tijdige ontdekking van brand voorkomt slachtoffers. Rookmelders kunnen – indien correct toegepast en goed onderhouden – een belangrijke bijdrage leveren aan het ontdekken van brand. Rook bestaat uit heel kleine vaste deeltjes. Komen die in de melder, dan reageert het apparaat met een luid alarmsignaal. Dit geeft mensen de tijd om zich in veiligheid te brengen. Gebruik liefst rookmelders die onafhankelijk van het lichtnet werken.

 

De melders moeten zijn voorzien van een testknopje en een ‘batterij leeg’-signaal.

 

Let erop dat het alarmsignaal door een dichte deur heendringt.

 

BLUSTOESTELLEN

 

Er zijn allerlei soorten brandblussers in de handel. De belangrijkste verschillen zitten in de blusstoffen waar de apparaten mee gevuld zijn. Let bij (aanschaf van) een blustoestel op de volgende punten:

 

Welk materiaal is het meest brandgevaarlijk? Dit bepaalt het type brandblusser: droog/nat/chemisch.

 

– Pas het aantal blustoestellen aan op de bedrijfsbehoefte.

 

– Zorg dat het blustoestel is voorzien van een keurmerk.

 

– Koop een blustoestel van minimaal 5 kg (liefst groter).

 

– Plaats het blustoestel altijd zichtbaar en zorg ervoor dat het goed uitneembaar is.

 

– Lees aandachtig de instructie en instrueer ook het personeel.

 

– Laat het blustoestel periodiek (ten minste een keer per jaar) keuren door de leverancier.

 

– Laat het blustoestel na gebruik direct hervullen en keuren, ook al is de blusser nog niet leeg.

 

– Stel een blustoestel zo dicht mogelijk bij de brandhaard in werking.

 

– Houd een blustoestel bij gebruik zo veel mogelijk rechtop.

 

– Richt de blusstraal op de brandhaard en blus stootsgewijs.

 

– Houd rekening met de beperkte spuitduur (40-70 seconden) van het blustoestel.

 

 

Reageer op dit artikel