artikel

Vuil rapen zonder rugpijn

Geen categorie

‘Die vraag over de werkbelasting was een mooie gelegenheid om in een moeite door alle arboknelpunten bij het leeghalen van de prullenbakken op te lossen’, vervolgt Van Mameren. ‘Omdat dit mijn pet te boven ging, heb ik de hulp ingeroepen van een in ergonomie gespecialiseerd bureau: vhp ergonomie uit Den Haag. Zij waren ook betrokken bij het implementeren van de P-90 norm .’ Die houdt in dat je huisvuilbeladers niet overbelast als je het werk inricht volgens deze norm (negentig procent van de populatie is dan beschermd). Aanvankelijk was het de bedoeling een soortgelijke norm te ontwikkelen voor de ‘prullenbakkenbeladers’. ‘Dat was echter niet haalbaar’, zegt Peter van Scheijndel, senior adviseur bij vhp ergonomie. ‘Wel konden we voor deze specifieke situatie in de gemeente Leiden uitspraken doen over de fysieke belasting tijdens dit werk. We keken naar gezondheidsbedreigende situaties en gaven adviezen over het gezond legen van de prullenbakken.’

 

Onderzocht werd hoeveel prullenbakken een medewerker per dag leegt en hoe zwaar hij dan tilt. Het draaide daarbij om het gewicht van de binnenbak met inhoud, de til- en leegtechniek en de ingooihoogte van de ‘prullenbakkenwagen’. De ene afvalbak is de andere niet: ‘Bij de verschillende soorten prullenbakken die in Leiden staan, kon de belasting bij het tillen wel de helft schelen. Dat werd veroorzaakt door het kale gewicht van de binnenbakken.’ De leegprocedure gaat als volgt: de leger tilt de binnenbak uit de afvalbak, loopt twee a drie stappen naar de vuilniswagen, meestal een platte wagen met opbouw, slaat met de bak tegen de rand van de wagen en stort het afval. Hoe hoger die laadbak, hoe zwaarder het werk. Tijdens het veldonderzoek werd ook de hartfrequentie van de mannen gemeten. Van Scheijndel: ‘Naast de mechanische belasting – die ruggen kost – wilden we ook de energetische belasting vaststellen. De belasting waar je moe van wordt. Eenmaal per twee dagen hardlopen is prima; dat heet zelfs trainen. Maar word je elke dag energetisch belast, dan kan dat tot overbelasting leiden.’

 

Vhp ergonomie concludeerde dat voor de prullenbakken van Bammens andere, lichtere binnenbakken nodig waren om dit werk gezond te kunnen blijven doen. Ook de ophanghoogte diende te veranderen. ‘Een kratje bier optillen vanaf de grond is zwaarder dan tillen vanaf heuphoogte.’ Het was daarbij schipperen tussen de ideale hoogte voor de prullenbakkenleger en de bruikbaarheid voor rolstoelgebruikers en kinderen. In samenspraak met de andere leverancier, de firma Grijsen, werd de ophanghoogte van hun Constructo afvalbak aangepast. Ook de dikte van de handgrepen en de plaats van het slot zijn op grond van de praktijkervaringen uit Leiden in de nieuwe versie verbeterd. Verder kon volgens Van Scheijndel de gemeente Leiden in sommige situaties beter overgaan op grotere volumes (minicontainers) zodat de leegfrequentie omlaag gaat. Tot slot deed hij de aanbeveling de inwerkhoogte (het in de vuilniswagen kiepen) aan te passen. Ergens tussen de 84 en 89 centimeter ligt de ideale hoogte.

 

Het stadsdeel dat verantwoordelijk is voor het legen van de prullenbakken in de stad, had de beschikking over een prullenbakkenwagen. Het dagelijks legen van 220 tot 270 bakken was ‘arbotechnisch’ al niet verantwoord. ‘Met de aanschaf van een tweede prullenbakkenwagen is het mogelijk de gewenste uitbreiding van het aantal leegmomenten binnen gezondheidskundige normen te realiseren’, stelt het rapport ‘Aanbeveling aanschaf nieuwe prullenbakkenwagen’ van de Dienst Milieu en Beheer (2004).

 

Die prullenbakkenwagen, een ‘baby vuilniswagen’, komt binnenkort, met een pers achterin. ‘We hebben nog flink gedelibereerd over de hoogte van de achterkant. Als mensen rechtstreeks moeten lossen in de achterlader, is een heel lage bak het beste. Maar dat mag niet wegens de veiligheidsnormen waar vuilniswagens aan moeten voldoen. Je kunt erin vallen’, legt Van Mameren uit. Onlangs is besloten in alle winkelgebieden en in de buurt van scholen te gaan werken met minicontainers op wielen in een samen met Grijsen ontworpen huis. Die containers worden mechanisch geleegd. Van Mameren somt de voordelen op van deze ‘Column 120 liter’: minder zwerfvuil, de leegfrequentie kan omlaag, rijden met het afval in plaats van ermee te moeten lopen en het mechanisch kiepen van het vuil in de wagen. Voor het handmatig legen wordt dan weer een vuilniswagen met een laag chassis gebruikt.

 

NIEUWE VISVLET OP MAAT

 

Ook de Leidse grachten konden schoner. Veel zwerfvuil belandt in het water en een gracht werkt als een magneet op afgedankte huisraad en fietsen. De stad Leiden bezat een vijftig jaar oude platte schuit waarop twee mannen de grachten schoon visten. ‘In het kader van de actie ‘Leiden ruimt op’ moesten de grachten schoner. Ook hier was de vraag of we dat afkonden met de mensen die we hadden, of dat we anders moesten gaan werken’, vertelt intern arbo-adviseur Leontine van Mameren. En er was onduidelijkheid over de zwaarte van de functie. ‘Het werd beschouwd als fysiek minder zwaar dan de vuilinzameling op de wal, maar er waren ook andere geluiden te horen.’ Vhp ergonomie, het bedrijf van Peter van Scheijndel, werd nogmaals ingeschakeld. Omdat de oude visvlet eindeloos opgelapt was en der dagen zat, werd uitgekeken naar een nieuwe visvlet. Bij de Dienst Water en Riolering (DWR) in Amsterdam deed Leiden inspiratie op. Omdat de grachten in Leiden smaller zijn en de bruggen extreem laag (doorvaarhoogte Koepoortsbrug: 1.10 m), is de Leidse platte schuit veel kleiner en lager gemaakt.

 

Bij Machinefabriek Hemos in Meppel werd in samenspraak met de twee eindgebruikers een nieuwe visvlet ontworpen en gebouwd. Van Scheijndel: ‘De bouwer, Foppe Mosterman, kwam met een aantal innovatieve ideeen. Hij ontwierp naast de schep voor de boeg ook twee uitklapbalken aan weerszijden, zodat het ‘veegbereik’ nu toenam van tweeenhalve naar vijf meter.’ Bovendien kregen die zijscheppen wielen om schadevrij langs kademuren te kunnen manoeuvreren. Voor de bemoeienis van Van Scheijndel viste de ‘visser’ met een riek aan een lange houten steel drijfvuil uit het water. Winkelwagentjes en fietsen werden met de riek of dreghaak handmatig uit de gracht gedregd. ‘Over het algemeen is het gereedschap zwaarder dan de last. Als je een AH-zak uit het water vist met een steel van drie meter komen daar enorme krachten op te staan.’ Het devies: zoveel mogelijk mechanisch vissen en scheppen en absoluut niet meer handmatig dreggen. Voor het dreggen heeft het nieuwe schip nu een grijper.

 

Voorheen stonden de mannen in het ruim tussen het vuil. Er kwam een gangboord. De warmte van de motor wordt gebruikt voor het verwarmen van de schippersruimte. Een (inklapbare) kajuit vond de bemanning niet wenselijk. Wel hebben ze ‘boorplatformkleding’ gekregen om weer en wind te trotseren. Een jaar na de ingebruikname zijn de kinderziektes verholpen en haalt de visvlet jaarlijks, ergonomisch verantwoord, zo’n 80.000 kilo drijfvuil uit de Leidse grachten. ‘De schippers zijn heel blij met hun nieuwe schip en de aandacht die er voor hun werk is’, zegt Leontine van Mameren.

 

 

Reageer op dit artikel