artikel

Wat betekent REACH voor de werkvloer?

Geen categorie

Tot nu toe is de overheid verantwoordelijk voor de veiligheid van de chemische stoffen die op de Europese markt worden gebracht. In 1981 is er een inventarisatie gemaakt van alle stoffen die tot dan toe werden geproduceerd. Daarna besloot de Europese Unie dat alle stoffen die vanaf september 1981 nieuw op de Europese markt komen (in hoeveelheden van 10 kg per jaar of meer), moeten worden getest en aangemeld bij de overheid. De 100.000 ‘bestaande’ stoffen van voor 1981 worden echter nog altijd gebruikt zonder dat daar afdoende informatie van bekend is. Gecombineerd met de bezorgdheid bij het grote publiek over het gebruik van chemische stoffen, heeft dit geleid tot nieuwe Europese stoffenwetgeving in 2001. Dit ontwerp, de zogenaamde ‘white paper’, is uitgegroeid tot de Europese verordening REACH die op 13 december 2006 onder nummer 1907 is aangenomen.

 

Met de inwerkingtreding van REACH verandert de relatie tussen leveranciers en gebruikers drastisch. Dit komt voornamelijk doordat REACH beide categorieen verschillende rollen toebedeelt, maar ook omdat ze afhankelijk worden van elkaars informatie.

 

Gebruikers willen zekerheid hebben dat de stoffen in hun producten tijdig zijn geregistreerd. Zij kunnen het registratieproces vergemakkelijken door de manier waarop ze stoffen gebruiken in hun productieproces te identificeren en aan hun leveranciers te melden. Leveranciers kunnen in dit geval distributeurs zijn, maar ook andere gebruikers en zelfs producenten/importeurs. Verder moeten alle gebruikers de risicobeperkende maatregelen implementeren van het uitgebreide veiligheidsinformatieblad (VIB). Op het veiligheidsinformatieblad, ook wel bekend als ‘Material Safety Data Sheet of MSDS, komen de manieren van gebruik te staan die de producent/importeur ondersteunt voor een bepaalde stof. Het is dus van belang om in een vroeg stadium alle mogelijke vormen van gebruik aan te melden.

 

Distributeurs krijgen een spilfunctie in de informatiestromen van producent/importeur naar de gebruikers en andersom. Hierop moeten zij hun informatiesystemen aanpassen.

 

Producenten/importeurs dienen alle stoffen te registreren die in hoeveelheden van meer dan een ton per jaar op de markt worden gebracht. Maar ze zijn niet verplicht om proactief alle mogelijke manieren waarop een stof kan worden gebruikt te identificeren of te registreren. Gebruikers kunnen hun leveranciers echter wel ondersteuning bieden bij het opstellen van blootstellingsscenario’s. Gebruikers mogen uiteraard ook zelf registreren als ze stoffen in bepaalde toepassingen gebruiken in hoeveelheden van meer dan 1 ton per jaar. Hiervoor moeten ze wel aan pittige criteria voldoen.

 

Omdat REACH alle bedrijfsactiviteiten raakt, dienen niet alleen arbodeskundigen zich met de implementatie van de regels bezig te houden. Veel koplopers hebben zich dat al gerealiseerd en complete REACH-implementatieteams gevormd met inkopers, verkopers, directie, productontwikkeling en natuurlijk de KAM-coordinator.

 

Verschillende brancheverenigingen dringen aan op het aanstellen van een REACH-coordinator, zeker bij stoffengebruikers onder REACH. Hiermee wordt voorkomen dat belangrijke informatie op verschillende plaatsen binnenkomt en niet wordt herkend of bijeengebracht. Omdat REACH gericht is op de veiligheid van de werknemer, consument en milieu ligt het voor de hand om deze taak neer te leggen bij de huidige KAM-verantwoordelijke.

 

Het is aan te bevelen om zo snel mogelijk actie te ondernemen. Hierdoor ontstaat de ruimte om de werkdruk te spreiden en om eventuele problemen in een vroeg stadium te ontdekken en op te lossen. Bedrijven krijgen zo ook meer tijd voor het nemen van strategische beslissingen, bijvoorbeeld op het gebied van concurrentiegevoelige recepturen.

 

Als het om REACH gaat, stellen veel bedrijven zich echter nog altijd terughoudend op. Producenten en importeurs zijn immers de eindverantwoordelijken en zullen dus ook wel alle REACH-gerelateerde problemen oplossen, zo is de gedachte.

 

Dat is geen verstandige houding. Het is namelijk maar de vraag of de producenten en importeurs daadwerkelijk alle kolen uit het vuur zullen halen. Ze zijn bijvoorbeeld niet verplicht om proactief te zoeken naar informatie over het gebruik van stoffen. En wat als leveranciers besluiten om het gebruik van een stof niet meer te ondersteunen? Welke leverancier levert dan de beste REACH-dienstverlening?

 

VOORBEREIDINGEN

 

Bedrijven kunnen verschillende stappen nemen om zich optimaal op de gevolgen van REACH voor te bereiden.

 

Identificeer de rol(len) van het bedrijf. Let op: per bedrijf zijn er meerdere rollen mogelijk! Meer over rolidentificatie is te vinden op www.reach-helpdesk.nl.

 

Breng de gevolgen in kaart van het mogelijk verdwijnen van een stof of preparaat uit het productieproces, omdat de producent dit vanwege autorisatie of economische redenen niet meer op de markt wil brengen. Zijn er alternatieven? Komen de specificaties, maar ook prijs en eigenschappen overeen met de huidige stof? Wat zijn de gevolgen hiervan voor alle betrokken afdelingen? Stel vervolgens een Plan van Aanpak op.

 

Het is van belang om allereerst alle processen goed in kaart te hebben. Op welke punten zijn welke stoffen cruciaal? Waar kunnen er gemakkelijk wijzigingen worden aangebracht en waar absoluut niet?

 

Maak een bedrijfskundige en economische afweging. Licht het productenpakket door, zodat snel zichtbaar wordt welke producten van commercieel levensbelang zijn en waar mogelijk nieuwe kansen liggen om de concurrentie voor te blijven.

 

Zorg ervoor dat de stoffenboekhouding op orde is. Is alle benodigde informatie van de leveranciers in huis en up-to-date? Vraag dit na bij de leveranciers.

 

Hiermee start dan meteen de communicatie met de leveranciers. Vraag hen naar hun dienstverlening op het gebied van REACH. Ga na welke informatie (manieren van gebruik) al aan leveranciers kan worden verstrekt en welke, bijvoorbeeld om concurrentieredenen, liever niet.

 

Neem in het Plan van Aanpak op of, en zo ja voor welke stoffen, het bedrijf een preregistratie gaat indienen bij het chemicalienagentschap. Dit zijn vaak strategische beslissingen, die de directie zal moeten nemen.

 

Omdat bedrijven vrij veel werk moeten verzetten, is het niet onverstandig om de hiervoor benodigde kennis en menskracht te inventariseren.

 

REACH-CHECKLIST

 

 

Hokjes uit wingdings set gebruikt

 

? De rol/rollen onder REACH van de organisatie is/zijn bekend.

 

? Alle betrokkenen binnen de organisatie zijn op de hoogte.

 

? Alle processen zijn in kaart gebracht.

 

? Kritische producten en processen zijn geidentificeerd.

 

? Stoffenboekhouding is compleet.

 

? Communicatie met leveranciers is gestart.

 

? De strategische beslissing om al dan niet te preregistreren is genomen.

 

? De verantwoordelijke voor de invoering van REACH weet waar hij ondersteuning kan krijgen.

 

 

MEER INFO: Kijk voor meer informatie onder andere op de site van de RPS-groep, www.rpsgroep.nl. De VNCI en brancheverenigingen bieden ook veel informatie. Raadpleeg voor vragen over de wetgeving de REACH-helpdesk van de overheid.

 

HARDE FEITEN

 

De invoering van REACH maakt degene die een stof op de Europese markt brengt – via productie of import – in hoeveelheden van meer dan 1 ton per jaar eindverantwoordelijk voor het veilig gebruik van die stof. De overheid krijgt de rol van procesmanager en vergunningverlener. De Europese Unie gaat het Europees Chemicalien Agentschap (EChA) opzetten. Dit komt in Helsinki en moet in juni 2008 operationeel zijn. Dit agentschap wordt verantwoordelijk voor het beheer van de registratiegegevens en voor de eerste evaluatie om te zien of de registratiedossiers compleet zijn.

 

Pre-registratie

 

Vanaf juni 2008 krijgen bedrijven gedurende zes maanden de mogelijkheid om stoffen die ze op de markt willen blijven brengen, te preregistreren bij het EChA. Stoffen die niet van tevoren zijn geregistreerd, moeten per 1 juni 2008 zijn aangemeld in Helsinki (door degene die ze op de markt brengt). Preregistratie heeft dus als voordeel dat de registratie mag worden uitgesteld. De preregistratie is ingesteld om samenwerking tussen bedrijven en vooral het uitwisselen van gegevens te vergemakkelijken. Zo kan er per stof een registratie plaatsvinden en hoeft dus niet iedereen die een stof op de Europese markt brengt afzonderlijk te registreren. Een ander voordeel is dat hierdoor onnodige dierproeven worden voorkomen, omdat proefdiergegevens verplicht moeten worden uitgewisseld.

 

Uitwisseling van informatie zal via een elektronisch substance information exchange forum (SIEF) plaatsvinden. Iedere onderneming die een stof preregistreert, wordt in december 2008 automatisch lid van een SIEF. Het is uiteraard van belang om hier ook daadwerkelijk informatie uit te wisselen vanwege het eerste artikel van REACH: ‘geen informatie, geen markt’!

 

Registratie, evaluatie en autorisatie

 

De verschillende preregistratiepartijen zijn al dan niet tot samenwerkingsverbanden – consortia – gekomen en dus kan een registratiedossier worden opgesteld. Een registratiedossier dient de volgende informatie te bevatten:

 

gegevens van degene die de stof op de markt brengt in Europa;

 

een technisch dossier (voor alle stoffen >1 ton per jaar);

 

een chemisch veiligheidsrapport (voor stoffen >10 ton per jaar).

 

Hoe groter de volumes van de stof, hoe uitgebreider deze informatie moet zijn. Meer details over wat er allemaal in deze registratiedossiers dient te worden opgenomen is te vinden in annex 1 van de REACH-verordening (1907/2006/EC).

 

De deadlines voor registratie van gepreregistreerde stoffen zijn als volgt: » December 2010 voor stoffen:

 

van zeer ernstige zorg (o.a. stoffen met kankerverwekkende eigenschappen of stoffen die zeer moeilijk afbreekbaar zijn);

 

die >1000 ton/jaar op de Europese markt worden gebracht.

 

Juni 2013: stoffen die >100 ton/jaar op de Europese markt worden gebracht. » Juni 2018: stoffen die >1 ton/jaar op de Europese markt worden gebracht.

 

Als de registratiedossiers compleet zijn, worden ze verdeeld onder de verschillende lidstaten en geevalueerd op inhoudelijke juistheid.

 

HARDE FEITEN

 

 

De Europese Commissie kan het gebruik van de stoffen die als van Zeer Ernstige Zorg te boek staan (of komen te staan) autoriseren, als deze veilig kunnen worden gebruikt of een zodanig sociaal-economisch voordeel opleveren, dat een verbod grote maatschappelijke bezwaren oproept. Wel moet er voor iedere geautoriseerde stof een substitutieplan worden overgelegd, waarin een ontwikkelingstraject voor alternatieven wordt aangegeven.

 

Reageer op dit artikel