artikel

Wat is een goede armlegger?

Geen categorie

Een goede armlegger moet voldoen aan een aantal criteria.

 

1. De armlegger moet het werken met gespreide armen ondersteunen en mogelijk maken.

 

Reden: het naar binnen draaien van de onderarmen is maar beperkt mogelijk (zie afbeelding 1). Toch moeten de onderarmen tijdens typen op een standaard plat toetsenbord maximaal naar binnen gedraaid worden, met name bij blind typen. De gewrichten van de onderarm/elleboog bevinden zich daardoor niet langer in de ruststand, maar de kapsels van de gewrichten zijn ‘gespannen’. Dit is een belastende situatie die zo veel mogelijk vermeden moet worden.

 

Wanneer de armen iets gespreid worden, kan de onderarm verder naar binnen draaien (zie afbeelding 2). Om extreem naar binnen draaien van de onderarm te voorkomen is deze gespreide armpositie dus aan te bevelen. Het is daarbij echter wel essentieel om de armen goed te ondersteunen (zie afbeelding 3); het spreiden van de arm vraagt immers een statische spierspanning van nek- en schouderspieren.

 

Een andere oplossing is om gebruik te maken van een toetsenbord met een ‘dakvorm’: een zogenaamd gesplitst toetsenbord. Deze oplossing is alleen toepasbaar wanneer de gebruiker het blind typen goed beheerst.

 

2. De armlegger moet de arm ondersteunen ter plaatse van het zwaartepunt van de arm, niet onder de elleboogpunt.

 

Reden: het zwaartepunt van de arm bevindt zich ter hoogte van het voorste eenderde deel van de onderarm, en dus niet onder de elleboog zelf, zoals vaak wordt gedacht. Wanneer de arm ter hoogte van het zwaartepunt ondersteund wordt, blijven alle gewrichten (schouder en elleboog) zo veel mogelijk in de ruststand (zie afbeelding 4b). Dit is dus de meest ontspannen positie voor de kapsels van de gewrichten.

 

Een ander bezwaar bij het ondersteunen van de elleboogpunt (in vaktermen het ‘Olecranon’) is dat dit deel van de arm erg bottig is, waardoor langdurige druk van de armlegger al snel oncomfortabel wordt (zie afbeelding 4a). De onderarm is ‘zachter’ en daardoor veel geschikter voor langdurige ondersteuning.

 

Een zachte bekleding van de armlegger is zeer aan te bevelen, om afknelling of oncomfortabele druk op de onderarm te voorkomen (zie afbeelding 4b).

 

Het werken met het toetsenbord en met de muis vraagt een fijne coordinatie van de spieren van onderarm en hand. Een voorwaarde daarvoor is stabiliteit van de romp en de schouders. Daarom is het belangrijk dat de wervelkolom en schouders goed worden ondersteund.

 

Voor het ondersteunen van de arm wordt vaak een polssteun gebruikt. Veel beeldschermwerkers zien zo’n polssteun als een ergonomische verbetering.

 

Maar een belangrijk nadeel van de polssteun is dat de pols en niet de onderarm gesteund wordt. Dit beperkt de vrije beweging van de onderarm en kan al snel leiden tot onnatuurlijke bewegingen vanuit de pols. Voor het ondersteunen van de arm is een goede armlegger veel geschikter dan een polssteun.

 

3. De armleggers functioneren als het verlengde van het bureaublad Reden: bij afbeelding 5a en b bewegen de armleggers mee naar voren en naar achteren, wanneer voorover of achterover gekanteld wordt. Hierdoor ontstaat bij achterover kantelen een ‘gat’ tussen de voorzijde van de armlegger en het werkblad.

 

Daardoor moet de gebruiker reiken naar het toetsenbord (zie 5b) en wordt de armhouding ongunstiger.

 

Wanneer de armleggers niet meebewegen, functioneren ze als het verlengde van het bureaublad (foto 6a en b). Ook tijdens het bewegen blijven de handen bij het toetsenbord en worden de armen goed ondersteund. Verder is het belangrijk korte armleggers te gebruiken, zodat de gebruiker voldoende kan aanschuiven aan het bureau.

 

4. De armleggers hebben een goede breedte-instelling Reden: beeldschermwerk gaat vaak gepaard met een asymmetrische houding van de armen, met name tijdens het gebruik van de muis (zie afbeel-

 

ding 7b). Daarom is een goede breedte-instelling van de armlegger belangrijk, zodat de arm ook in deze asymmetrische houding kan worden ondersteund.

 

Daarnaast kan het gebruik van een minitoetsenbord bijdragen aan een betere armpositie. De arm hoeft dan minder ver naar buiten gedraaid te worden omdat het numerieke deel ontbreekt.

 

De breedte-instelling van de armlegger is daarnaast ook van belang in verband met de verschillen in schouderbreedte tussen gebruikers. Als het goed is, moeten zowel mensen met een grote, als ook mensen met een kleine schouderbreedte met de bureaustoel kunnen werken (zie afbeelding 8).

 

5. De armleggers hebben een hoogte-insteltraject van 20 tot 30 cm

 

Er wordt verschillend gedacht over het ideale hoogte-insteltraject van armleggers. In de NEN EN 1335 wordt uitgegaan van 20 tot 25 cm, in het AI-blad nr. 2 van 20 tot 33 cm.

 

In het voorgaande hebben we geconcludeerd dat de arm tijdens beeldschermwerk niet tegen het lichaam gehouden moet worden (zie afbeelding 1 en 2), maar een beetje gespreid. Dit heeft ook consequenties voor het ontwerp van de armlegger, die in dit geval namelijk een hoger insteltraject moet hebben dan de NEN aangeeft. Over het algemeen voldoet 20 tot 30 cm.

 

De ideale hoogte voor de armlegger kan worden bepaald door bij afhangende armen de vingertop-

 

pen op de schouders te leggen; de elleboogpunt is nu de ideale armleggerhoogte. Deze hoogte wordt dus niet bepaald door de hoogte van de elleboog wanneer deze negentig graden gebogen wordt waarbij de armen afhangen naast het lichaam, zoals vaak wel beweerd wordt.

 

Concluderend kunnen we het volgende stellen.

 

1. Computerwerk vraagt om een statische houding van de armen. Daarom is het verstandig om de armen te ondersteunen waardoor statische spierspanning wordt verminderd.

 

2. Een licht gespreide houding van de armen is aan te bevelen om overmatig naar binnen draaien van de onderarmen te voorkomen.

 

3. Het voorste eenderde deel van de onderarm moet worden ondersteund en niet de elleboogpunt of pols.

 

4. Armleggers die tijdens het kantelen van de bureaustoel NIET meebewegen, zijn te verkiezen boven armleggers die dit wel doen.

 

5. Goede armleggers moeten asymmetrisch werk (bijvoorbeeld werken met de muis) ondersteunen door een goede breedte-instelling.

 

6. Het ideale hoogte-insteltraject bedraagt 20-30 cm.

 

SAMENVATTING

 

De armleggers van een bureaustoel verminderen bij beeldschermwerk de belasting voor nek en schouders, en voor knieen en heupen bij het opstaan. Ook verbeteren ze de houding. Een goede armlegger in combinatie met de juiste zit- en bureauhoogte kan bijdragen aan een juiste houding en een optimale kijkhoek ten opzichte van het beeldscherm. Een goede armlegger moet het werken met gespreide armen ondersteunen en mogelijk maken. De arm moet daarbij worden ondersteund ter plaatse van het zwaartepunt van de arm en niet onder de elleboogpunt. Een goede armlegger is veel geschikter dan een polssteun. Het is belangrijk korte armleggers te gebruiken, zodat de gebruiker voldoende kan aanschuiven aan het bureau. De breedte-instelling van de armlegger is van belang in verband met de verschillen in schouderbreedte tussen gebruikers. De ideale hoogte voor de armlegger kan worden bepaald door bij afhangende armen de vingertoppen op de schouders te leggen; de elleboogpunt is nu de ideale armleggerhoogte.

 

 

Reageer op dit artikel