artikel

Wat kost veiligheid?

Geen categorie

De basis van ORM, of kortweg ‘Risicomodel’, ligt in negenduizend ongevallen, die tussen 1998 en 2004 door de Arbeidsinspectie zijn onderzocht. Deze ongevallen zijn verdeeld over 35 thema’s. Voorbeelden zijn: vallen van hoogte, geraakt worden door een vallend voorwerp, gegrepen worden door bewegende delen van machines. Elk ongeval is daarna uitvoerig geanalyseerd met behulp van het zogenoemde vlinderdasmodel (figuur 1). Binnen iedere vlinderdas zijn de managementfactoren van het incident ingedeeld volgens de I-risk methode[1] .

 

Figuur 1. Vlinderdasmodel Centraal in het vlinderdasmodel staat het incident, bijvoorbeeld ‘ gegrepen worden door een machine’. Aan de linkerkant staan alle mogelijke oorzaken die tot het incident kunnen leiden. Aan de rechterkant staan alle mogelijke gevolgen. In het vlinderdasmodel kunnen ook de beschermende maatregelen worden opgenomen.

 

 

Deze hanteert acht beinvloedbare elementen (managementelementen):

 

– procedures

 

– materiaal

 

– ergonomie

 

– beschikbaarheid personeel

 

– competentie personeel

 

– communicatie

 

– cultuur en motivatie

 

– conflicthantering (bijvoorbeeld veilig werken versus productie).

 

Bij het voorbeeld ‘gegrepen worden door een machine’ kan een mogelijke oorzaak zijn geweest dat er geen goed materiaal (afscherming) aanwezig was. De acht managementelementen kunnen ieder falen op een of meer van de vier factoren: beschikbaar stellen, gebruiken, onderhouden en monitoren. In het voorbeeld: de afscherming van de machine kan nooit aanwezig zijn geweest, of wel aanwezig maar niet gebruikt, enzovoorts. Op deze manier is de informatie van alle ongevallen verdeeld over 35 vlinderdassen opgeslagen in een grote database, ook wel aangeduid met de naam Storybuilder.

 

Uit de database blijkt dat niet ieder element uit het managementsysteem altijd even belangrijk is. Ongelukken met handgereedschap zijn bijvoorbeeld in 32 procent van de gevallen (deels) te wijten aan de ergonomie van het gereedschap (figuur 2). Met het Risicomodel kan een bedrijf uitrekenen wat de verwachte risicoreductie is als specifieke maatregelen worden ingevoerd, en wat de kosten van die maatregelen zijn. Het bedrijf kan hiermee kiezen voor de meest kosteneffectieve set. Stel dat in een bedrijf de meeste risico’s voortkomen uit het werken met handgereedschap. Dan kan dit bedrijf waarschijnlijk beter investeren in gebruikersvriendelijk gereedschap dan het bedrag besteden aan communicatie over de risico’s.

 

 

Voor een kwantitatief risicomodel is echter meer nodig dan ongevalanalyse. Ook is informatie nodig over blootstelling aan gevaren. Daarom voerde Consument en Veiligheid een onderzoek uit waarmee voor veelvoorkomende beroepen en activiteiten de gemiddelde blootstelling aan gevaren is gemeten[1] . De combinatie van blootstelling en het optreden van ongevallen levert een inschatting van de risico’s van een activiteit op. Vervolgens zijn de kosten geschat van veelgebruikte preventieve (en repressieve) maatregelen. Hiermee is de meest kosteneffectieve set maatregelen aangegeven voor een bepaalde arbeidssituatie.

 

De grote hoeveelheid data is in het Risicomodel systematisch opgeslagen en daarmee toegankelijk. De toepassingsmogelijkheden zijn in principe eindeloos omdat allerlei dwarsverbanden tussen de gegevens kunnen worden gelegd.

 

‘Storybuilder’ kan helpen met het vinden van de rode draad achter ongevallen. Zeker bij bedrijven die slechts enkele ongevallen per jaar meemaken, is het moeilijk om achterliggende oorzaken te vinden. De arbodeskundige kan vergelijkbare incidenten opzoeken. Hij krijgt dan suggesties welke mogelijke oorzaken er in het systeem te vinden zijn. Ook kunnen de eigen ongevallen in Storybuilder ingevoerd worden om achterliggende oorzaken te analyseren.

 

Het Risicomodel maakt duidelijk wat de meest kosteneffectieve set veiligheidsmaatregelen is voor een bedrijf. Daarnaast kan de eigen veiligheidssituatie vergeleken worden met het Nederlandse gewmiddelde. Het Risicomodel is vooral geschikt voor gebruik door grotere organisaties, zoals bedrijven met een eigen KAM-afdeling, brancheorganisaties, arbodiensten, verzekeraars en overheden. Grotere bedrijven kunnen hun eigen situatie analyseren. Arbodiensten of brancheorganisaties kunnen het instrument gebruiken om hun inzicht in de kosteneffectiviteit van maatregelen aan te scherpen.

 

De Arbeidsinspectie maakt bij het opstellen van inspectieprogramma’s gebruik van de gegevens uit Storybuilder. De analyse levert lijsten op met de meest voorkomende ongevallen in een bepaalde sector, en lijsten met de meest voorkomende onderliggende oorzaken. Deze worden gebruikt bij het bepalen van de aandachtspunten voor de inspectieprojecten. Op dit moment bevat Storybuilder alleen informatie over ongevallen: acute situaties waarbij (bijna) letsel is opgelopen. Situaties die op de lange termijn schade toebrengen aan de gezondheid zijn niet meegenomen.

 

In de loop van 2008 worden Storybuilder en het Risicomodel gebruikersvriendelijk gemaakt. Op de website www.arbonieuwestijl.nl staan ontwikkelingen en de eerste analyserapporten gebaseerd op Storybuilder.

 

Voor meer informatie: ing. Joy Oh, ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, directie Arbeidsomstandigheden, joh@minszw.nl.

 

Reageer op dit artikel