artikel

Wel misstap, geen schuld

Geen categorie

De werknemer wijst op art. 3.11 jo. 3.26 Arbobesluit waarin staat dat vloeren van arbeidsplaatsen zoveel mogelijk vrij van oneffenheden en gevaarlijke hellingen moeten zijn. Daarom was er een veiligheidsrisico. De werkgever heeft zijn zorgplicht geschonden door geen voorzorgen te treffen.

 

De werkgever vindt dat veiligheidsmaatregelen of -instructies het ongeluk niet hadden kunnen voorkomen. De werknemer heeft zich gewoon verstapt. Het zicht van de stukadoor was immers beperkt omdat hij de kuip voor zich uitdroeg.

 

Het hof stelt de werkgever in het gelijk. Natuurlijk is de werkgever op grond van art. 7:658 Burgerlijk Wetboek in beginsel aansprakelijk. Zijn werknemer voerde de werkzaamheden immers uit in een nieuwbouwwoning. Maar er was bij het verlaten van de woning geen sprake van een kuil of een ander obstakel waarvoor extra veiligheidsmaatregelen nodig zijn, maar van een niveauverschil. Daarop zou een ervaren stukadoor in redelijkheid bedacht moeten zijn. Dit soort hoogteverschillen zijn op een bouwplaats gebruikelijk en het is algemeen bekend dat men uit moet kijken waar men zijn voeten neerzet. De zorgplicht van een werkgever voor een veilige werkplek gaat niet zover dat hij ook voorzorgsmaatregelen, zoals een risico-inventarisatie of ophoging van de bouwondergrond, had moeten treffen. Hij hoefde in dit geval ook geen specifieke instructies te geven. Daarom vindt het hof dat de werkgever in redelijkheid geen maatregelen had kunnen nemen om het – overigens zeer te betreuren – ongeval te voorkomen. Het vonnis van de kantonrechter wordt vernietigd en de vordering van de werknemer wordt afgewezen.

 

Centraal staat de vraag of de werkgever ter plaatse voorzorgsmaatregelen had moeten nemen om dit ongeval te voorkomen. Volgens het gerechtshof is dat niet het geval omdat het vrij algemeen bekend is dat men bij nieuwbouwprojecten bedacht moet zijn op hoogteverschillen. Dat hoeft niet uit een RI&E te blijken of nader geinstrueerd te worden.

 

Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 14 juni 2005, LJN AT9926

 

Reageer op dit artikel