artikel

Werk en alcohol: fout stel

Geen categorie

Een politieman krijgt ontslag omdat hij begin december 1995 is aangehouden wegens rijden in zijn auto onder invloed van alcohol. Die auto was ook niet WA-verzekerd. Volgens de korpschef heeft hij daarmee het aanzien van de politie geschaad. De agent vecht het ontslag tot de hoogste instantie aan.

 

Hij vindt dat de korpschef eerst had moeten nagaan of het plichtsverzuim te maken had met ziekte of gebrek. Voor een nader medisch onderzoek was immers voldoende aanleiding omdat hij wegens alcoholverslaving klinisch werd behandeld. Bij het ontslag heeft meegespeeld dat er eerder een reeks van incidenten was waarbij alcoholmisbruik een rol speelde. Desondanks werd geen nader medisch onderzoek ingesteld. Dat vindt de politieman in strijd met de zorgvuldigheid die vereist is op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Maar de Centrale raad van beroep gaat niet mee met het betoog van de agent. De aanwezigheid van een verslaving is op zich geen verontschuldigende factor voor het onder invloed van die verslaving gepleegde plichtsverzuim. Dat is alleen anders als die verslaving het gevolg is van een psychisch defect waardoor iemand zijn drinkgedrag niet meer in vrijheid kan bepalen. Maar daarvan is hier geen sprake. De politieman heeft ook betoogd dat hij na de klinische behandeling in 1992 volledig genezen was verklaard en dat hij niet zozeer een alcoholist was maar een probleemdrinker. Tijdens zijn aanhouding had hij geen problemen meer en dronk nog slechts af en toe. Ten slotte merkt de raad op dat de politieman pas tijdens de rechtszaak op het belang van een medisch onderzoek heeft gewezen. De raad ziet daarom niet in dat de korpschef voorafgaand aan het ontslag een medisch onderzoek in had moeten stellen. Het beroep wordt afgewezen.

 

(Centrale Raad van Beroep, 21 september 2000, LJN ZB9097)

 

Een medewerker van een gemeentelijke begraafplaats is al herhaalde malen aangesproken op het bezit en het gebruik van alcohol onder werktijd. Na een schriftelijke berisping wordt gesteld dat een volgende maal ontslag zal volgen. Een paar maanden later wordt in zijn kledingkast een met jenever gevulde limonadefles gevonden en volgt er ontslag.

 

De werknemer vecht zijn ontslag aan. Hij vindt de straf onterecht omdat hij tijdens het onderzoek niet op zijn zwijgrecht is gewezen. De Centrale raad van beroep stelt dat ontslag wegens plichtsverzuim een zware straf is, maar dat het geen strafvervolging is, zodat beroep op het zwijgrecht niet opgaat. De werknemer is diverse malen duidelijk gemaakt dat het gebruik of het bezit van alcohol niet is toegestaan. Dat de fles al langer in de kast stond en dat hij die ‘vergeten’ was, vindt de raad volkomen ongeloofwaardig. Bij een eerdere inspectie werd de fles immers niet aangetroffen. Verder heeft de werknemer gelogen over de inhoud en gezegd dat er water in zat. De werknemer beweerde ook dat zijn drankgedrag kwam door het pesten van collega’s. Maar daar was al eerder uitgebreid aandacht aan besteed: er zijn afspraken gemaakt en de werknemer is verwezen naar het bedrijfsmaatschappelijk werk en de bedrijfsarts. Begeleiding op kosten van de gemeente in verband met een mogelijk drankprobleem wees de werknemer uitdrukkelijk af, omdat daar volgens hem geen sprake was. Helder was dat de werknemer de laatste keer uitdrukkelijk is gewezen op de mogelijkheid van ontslag. En als herhaaldelijk gewaarschuwd man had hij daar rekening mee moeten houden. Het ontslag is terecht gegeven.

 

(Centrale Raad van Beroep, 3 juli 2008, LJN BD7237)

 

Reageer op dit artikel