artikel

Werk en zorg, of werk zonder zorgen?

Geen categorie

Deze conclusie – en het experiment met de ING-medewerkers – is terug te vinden in het proefschrift van Van Steenbergen ‘Work-Family Facilitation: a Positive Psychological Perspective on Role Combination’. De titel zegt het al: de promovenda concentreerde zich nu eens niet op de risico’s van de dubbele rol, maar juist op de voordelen. Volgens haar leidt de combinatie niet altijd tot conflict, maar gebeurt het veel vaker dat werknemers er energie van krijgen. Of, in de bewoordingen van het proefschrift: de ene rol kan de ander faciliteren. En wel op vier manieren:

 

– Energiegerelateerde facilitatie. Mensen ervaren zo’n flow tijdens het uitoefenen van

 

hun functie dat ze opgeladen thuiskomen. Of omgekeerd: hun gezinsleven geeft hun juist extra energie voor op het werk.

 

– Tijdsgerelateerde facilitatie. Wie om vijf uur de kinderen op moet halen, zal het werk beter

 

plannen en ook scherpere grenzen stellen. Ook dit werkt naar twee kanten. Door hun baan pakken mensen de thuissituatie ook gestructureerder aan. Omdat ze werken, doen ze opeens veel meer dingen die ze leuk vinden.

 

– Gedragsgerelateerde facilitatie. Mensen nemen zitting in sportclubs, trainen jeugdelftallen, geven huiswerkbegeleiding. Allemaal leerzame ervaringen, en de nieuwe vaardigheden maken hen tot betere werknemers. Van Steenbergen wijst verder op de managers die na de geboorte van hun baby’s opeens een spiegel krijgen voorgehouden. ‘Die mensen zien plotseling: he, het werkt averechts als ik dingen opleg of doordram.’

 

– Psychologische facilitatie. Als mensen meerdere rollen vervullen, kunnen ze zaken gemakkelijker relativeren, stelt Van Steenbergen. ‘Je hebt een conflict gehad op je werk, maar nu ben je thuis, in een heel andere rol – en dat schept afstand. Bovendien ben je minder kwetsbaar. Als jij je altijd helemaal op je werk hebt gestort en een promotie gaat aan je neus voorbij, kan alles instorten. Maar als je werkt, kinderen hebt, lid bent van een sportclub of kerkgenootschap, heb je iets om op terug te vallen.’

 

Een mooi theoretisch kader. Maar klopt het ook? Van Steenbergen onderzocht in de afgelopen vier jaar in totaal 20.000 medewerkers van ING, waarvan 1700 medewerkers intensief.

 

Ze keek naar hun gezondheid, naar de Body Mass Index, het cholesterolniveau, het uithoudingsvermogen.

 

De resultaten spraken voor zich: hoe meer facilitatie, hoe beter de score.

 

En hoe meer conflict, hoe beroerder de uitslag werd. Uiteraard uitte dit zich in een lager, respectievelijk hoger ziekteverzuim.

 

Facilitatie dus. Maar hoe kan een werkgever die bevorderen? Niet simpel en alleen door stressmakers te verwijderen, benadrukt Van Steenbergen. ‘Stel iemand werkt in een macho-omgeving. Niemand is geinteresseerd in de verhalen over thuis, en als er een kind ziek is, wordt daar geen rekening mee gehouden.

 

Zulke werknemers lopen een verhoogd risico op burn-out. Dat kunnen werkgevers repareren door zich flexibeler op te stellen. Maar dat betekent nog niet dat de werknemers lekker in hun vel komen te zitten en dat ze facilitatie ondervinden. Daar is meer voor nodig.’

 

Daarom moeten werkgevers hun pallet verbreden. Ze kunnen formele middelen inzetten als kinderopvang en ouderschapsverlof.

 

Maar daarnaast is het ook zaak aandacht te besteden aan de informele kant. Welke steun krijgt een medewerker van de omgeving? En vooral: van de leidinggevende? Dat laatste is het belangrijkst, vindt Van Steenbergen: ‘Als je niet eens weet welke medewerkers kinderen hebben, zegt dat veel over de cultuur. Vraag daarom minstens een keer per jaar hoe het staat met de combinatie werk-prive. En experimenteer met nieuwe vormen. Hebben ouders moeite met het maandagochtendritueel thuis:

 

kinderen uit bed krijgen, naar school brengen, zelf rustig ontbijten? Misschien kun je de werktijden zo aanpassen dat ze pas om 10.00 uur hoeven te beginnen.’

 

Lees dit stuk nog een keer over, maar dan door de ogen van een ouderwetse baas. Zo een die productie wil draaien en anders niet.

 

Zo een die zo weinig mogelijk vrouwen heeft aangenomen, omdat die te veel praten over de kinderen. Zo een die net heeft gehoord dat een van die weinigen nu in verwachting is – en die nu de kaken op elkaar klemt om niets verkeerds te zeggen. Denkt Van Steenbergen dat zij ook hem (het is een hij) kan overtuigen met haar theorieen?

 

De promovenda geeft toe: het is lastig als je goedingewerkte medewerkers maandenlang moet missen. Maar toch ziet ze meer voor- dan nadelen. ‘Allereerst krijgt de gemiddelde vrouw nog geen twee kinderen, dus op een totaal dienstverband valt dat reuze mee. Bedenk verder dat vrouwen de combinatie van werk en prive over het algemeen zien als positieve keuze en hier juist veel uithalen. En bedenk ook dat vrouwen met kinderen minder mentale klachten ontwikkelen dan vrouwen zonder.’

 

Maar voor de echt ouderwetse baas is er maar een argument dat hem over de streep kan trekken:

 

ING-medewerkers die werk en prive goed wisten te combineren, slaagden er ook in om meer te verkopen.

 

Reageer op dit artikel