artikel

Werken wordt stiller

Geen categorie

Maar ook het verkeerd of niet opvolgen van instructies door gehoorschade kan productieverlies of erger opleveren. Volgens De Laat komt slechthorendheid op de tweede plaats als het gaat om problemen op het werk. ‘We willen dit als organisatoren van de Week van het Oor met een drietrapsraket aanpakken. De media storten zich vooral op problemen bij jongeren door te harde MP3-spelers of te harde optredens van dj’s. Maar dat staat dit jaar niet centraal.’

 

De eerste trap in de aanpak van gehoorschade is preventie. De tweede trap is het bevorderen van bewustwording rond de problematiek. En de derde trap is het oplossen van problemen met hulpmiddelen, maar ook met zaken als jobcoaching.

 

De Laat onderzocht 250 musici op gehoorschade. Van hen had een kwart last van een pieptoon. Vergelijkbaar Scandinavisch onderzoek sprak zelfs van veertig procent. Dat betekent niet dat de rest wel goed hoort. Volgens De Laat hoort slechts een kwart van de musici goed. Een soort afscherming van plexiglas brengt geen uitkomst. Het orkestlid met een blaasinstrument krijgt zijn eigen getrompetter net zo hard weer terug. Een nieuwe afscherming moet het geluid meer absorberen. Ook helpt het op een hoger niveau zetten van musici zodat het geluid over de collega’s heengaat.

 

 

Eind vorig jaar brachten de vijf beroepsgroepen in de arbodienstverlening gezamenlijk de multidisciplinaire richtlijn Preventie slechthorendheid uit. Kort door de bocht kan de arbodeskundige samen met de personeelsvertegenwoordiging in achttien stappen een effectief geluidsbeschermingsprogramma opzetten en uitvoeren. Stap 1 brengt het probleem door vijf gerichte vragen in beeld; stap 2 pakt het probleem aan door in elf stappen een arbeidshygienistische strategie uit te zetten en stap 3 evalueert door twee vragen te beantwoorden.

 

De Laat prijst het initiatief, maar heeft er toch het nodige op af te dingen. ‘Ik wil niet al te kritisch zijn, maar waarom hebben ze geen voorbeeld genomen aan de eerste arbocatalogus ‘Versterkt geluid’? Deze catalogus voor de podiumkunsten verwoordt de aanpak en oplossingen beter. De oorzaaken-gevolgvraag wordt beter beantwoord en de manier waarop je oplossingen moet vinden is duidelijker. Bij de multidisciplinaire richtlijn haken de meeste lezers na twee bladzijden af. Ik mis een tekstschrijver die er eens flink overheen gaat. Ze zouden een voorbeeld moeten nemen aan de onlangs benoemde hoogleraar Bas Haring die de vulgarisering van de wetenschap als doel heeft.’

 

Mede-opsteller van de richtlijn en bedrijfsarts Bas Sorgdrager kan zich wel vinden in de kritiek van De Laat. ‘Hij heeft gelijk, maar de richtlijn is bedoeld voor professionals, niet voor leken. Overigens heeft een tekstschrijver van de beroepsverenigingen er nog wel een keer naar gekeken. Het blijft echter voer voor deskundigen. De verkorte en populaire versie staat in Arbo van december vorig jaar. Dat is een destillatie in achttien stappen van de richtlijn en daar ben ik heel tevreden over. Ben je leek of semi-leek: lees Arbo.

 

Er is de nodige kritiek geweest op de maximale toegestane blootstelling van 80 db(A) die de richtlijn hanteert. Volgens de bonden was een maximum van 75 db(A) beter geweest. Ook de Leuvense hoogleraar Bart Vinck pleit al jaren voor een verlaging naar 75 db(A). De Laat vindt het hier echter nog te vroeg voor. ‘Voor het verlagen van de grens naar 75 db(A) is nog te weinig wetenschappelijke ondersteuning. En dan kun je niet zomaar met een nieuwe grenswaarde komen. Dan loop je gegarandeerd tegen kritiek aan. Er lopen wel onderzoeken in Zwitserland en Engeland. Als die afgerond zijn en bewijzen dat 75 db(A) echt het maximum is, heb je genoeg houvast. Het zal nog zo’n twee tot drie jaar duren, maar ik ben er van overtuigd dat we dan de noodzaak van een verlaging met feiten kunnen onderbouwen.’

 

Eens in het jaar komen diverse ‘oorwetenschappers’ bij elkaar om de ‘state of the art’ te bespreken. Ook daar ‘botst’ De Laat met Vinck. De laatste geldt al jaren als warm pleitbezorger van de Oto Akoestische Emissie (OAE) meting in plaats van de traditionele audiometrie. Volgens Vinck wordt de audiometrie sinds de Tweede Wereldoorlog gebruikt. Raymond Carhart, een Amerikaanse legerarts, kreeg te maken met veel doofheid door granaatinslagen. Hij verzon een soort morse, pieptoontjes die je hoort of niet. De OAE-meting is beter, vindt de Belg. Deze test meet exact hoeveel van de 10.500 trilhaarcelletjes die we in ons oor hebben beschadigd zijn, in welke zone ze zitten en welke frequenties daardoor niet meer te horen zijn. De test wordt inmiddels landelijk gebruikt om het gehoor van pasgeboren baby’s te meten. Ook De Laat maakt er melding van in zijn lezingen. Is hij ook om? ‘Nee hoor, ik maak er slechts zijdelings melding van in mijn lezing. Ik zie deze test echt nog als iets voor de toekomst. Voor baby’s is het een goed instrument. Omdat het dan om groen (goed horen) of rood (slecht horen) gaat. Maar de OAE-meting is nog onvoldoende wetenschappelijk uitontwikkeld. De test zegt nog onvoldoende op individueel niveau.’

 

Ondertussen staat de wetenschap niet stil. De Laat verhaalt graag over experimenten met stamcelonderzoek bij dieren. Ook op zijn eigen Leids Universitair Medisch Centrum. Uit de wetenschappelijke literatuur is zelfs een voorbeeld bekend van een ‘genezen’ cavia. Door genetisch materiaal te manipuleren, herstelden haarcellen bij het beestje. Toch omkleedt de Leidse audioloog deze anekdote met de nodige voorzichtigheid. Zo ging het om een uniek experiment en betrof het een beest. ‘Met mensen zijn we niet zover. Ik vind ook dat we ons voorlopig niet aan menselijk stamcelonderzoek moeten wagen. Daarom vertel ik er ook altijd bij dat dit soort onderzoeken hooguit voor onze achterkleinkinderen van nut zijn. Voorlopig zijn kapotte haarcellen nog echt kapot en niet te herstellen. Ook niet over vijf jaar. Hoe de vlag er over vijftien jaar bij hangt, weten we niet. Maar ik wil voorkomen dat mensen denken ‘Ach, wat maakt het uit, binnenkort is gehoorschade te genezen’.’

 

Ook binnen de audiologie is de psychologie onontbeerlijk, zo blijkt. Van de zeventig-plussers die een gehoorapparaat nodig hebben, draagt slechts tien procent er ook een.

 

En ook de jongeren willen er maar niet aan dat ze echt aanzienlijke schade opgelopen hebben als ze met piepende oren de disco uitkomen. De Laat: ‘We zijn als Leids Universitair Centrum met TNO en het AMC bezig met een onderzoek naar het waarom van de blootstelling aan hard geluid door jongeren. We willen precies in kaart brengen waaraan ze zich blootstellen. Maar ook onderzoeken waar dat onderbuikgevoel bij harde muziek vandaan komt. Daar zit ook een heel duidelijke gedragscomponent in.’

 

GEHOORBESCHERMING OP BEVEL

 

Op de luchtmachtbasis Eindhoven is het niet-dragen van gehoorbescherming geen optie. De bevelstructuur en hierarchie maken dat niemand het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen kan weigeren, in tegenstelling tot de medewerkers van grafische bedrijven. Wel veert het publiek bij de lezing van De Laat op als hij zegt dat een setje otoplastieken toch minstens een keer per twee jaar moet worden vervangen. Een cliche wordt bevestigd. De overwegend mannelijke beroepspopulatie heeft een broertje dood aan het reinigen van de beschermingssetjes. Een enkeling klopt bij de leidinggevende aan voor een nieuwe fles reinigingsvloeistof.

 

 

Reageer op dit artikel