artikel

WERKGEVER OP HET MATJE

Geen categorie

Werknemer Jansen werkt sinds eind 1991 als technisch medewerker in een chemische wasserij. In dat bedrijf wordt industriele bedrijfskleding gewassen. In september 2001 glijdt Jansen tijdens zijn werk uit in een plas water op een bordes. Dat bordes is een zoldertje in de bedrijfshal, waarop verschillende vloeistoftanks staan. Hij draagt op dat moment de door de werkgever voorgeschreven veiligheidsschoenen. Door het ongeval is zijn rechterhand zodanig verwond dat hij de rest van zijn leven arbeidsgehandicapt zal zijn. De werkgever is tegen aansprakelijkheid verzekerd en Jansen vordert schadevergoeding. Zowel de kantonrechter als het gerechtshof wijzen de vordering af. Volgens het hof is Jansen op de heenweg naar de klus al door de plas water gelopen en pas op de terugweg uitgegleden. Hij wist dus voordat hij viel dat daar een plas water lag. Het hof is van oordeel dat het algemeen bekend is dat er een verhoogd risico op uitglijden bestaat als je door een plas water loopt. Het enkele feit dat daar een plas water lag, betekent volgens het hof nog niet dat de werkgever niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. De werkgever hoefde volgens het hof daar niet nog eens extra voor te waarschuwen. Jansen is het met dit oordeel niet eens en stapt naar de Hoge Raad.

 

De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 7:658 lid 1 Burgerlijk Wetboek – het zogenoemde zorgplichtartikel – een hoog veiligheidsniveau van de werkruimte, werktuigen en gereedschappen is vereist. Ook moet het werk goed worden georganiseerd en zal de werkgever toezicht moeten houden op behoorlijke naleving van de gegeven instructies, en op behoorlijk onderhoud van werkruimten en materialen. Dat betekent dat de werkgever moet voorkomen dat een werknemer zoals Jansen door zijn werk schade lijdt als gevolg van een val door gladheid, ontstaan door waterplassen die in een wasserij nu eenmaal niet zijn te voorkomen. Het alleen ter beschikking stellen van veiligheidsschoenen, mede bedoeld om uitglijden te voorkomen, betekent nog niet dat andere maatregelen niet meer nodig waren. Zeker nu door de werknemer is aangevoerd dat het neerleggen van rubberen matten mogelijk was en ook effectief zou zijn geweest. Het hoger beroep slaagt. Omdat de Hoge Raad zich normaal gesproken niet met de feiten bezighoudt, wordt de zaak terugverwezen naar een ander gerechtshof om opnieuw recht te spreken. Maar nu met de visie van de Hoge Raad als belangrijke leidraad.

 

Van een werkgever mag worden verwacht dat hij onderzoekt of preventieve maatregelen mogelijk zijn of dat er op een andere manier veiliger gewerkt kan worden. Als dat niet kan zal hij effectief voor het gevaar moeten waarschuwen. In dit geval stelt de werkgever veiligheidsschoenen ter beschikking aan zijn personeel. Maar hij moet wel nagaan of met die schoenen ook het beoogde doel wordt bereikt: het reduceren van ongevallen. De Hoge Raad is van oordeel dat de werknemer er in dit geval op mocht vertrouwen dat de schoenen slipvast waren in een plas water. Dat was niet zo. Daarom had de werkgever ter plaatse nog extra maatregelen kunnen en moeten nemen. Omdat dat niet is gedaan, heeft de werkgever niet aan zijn zorgverplichting voldaan.

 

Hoge Raad, 11 april 2008, LJN BC9225

 

Reageer op dit artikel