artikel

Werknemers boeten voor beroepsziekten

Geen categorie

Dit jaar start de Polikliniek Mens en Arbeid. Samen met de medische afdeling van het AMC en de VU behandelt het centrum werknemers met een complexe beroepsziekteproblematiek. Spreeuwers: ‘We houden het bewust hoogdrempelig. Het is niet de bedoeling dat hier werknemers binnenlopen die ook door de bedrijfsarts behandeld kunnen worden. Bij de ontwikkeling van deze zorg voor complexe problematiek op het gebied van arbeid en gezondheid werken we samen met de Rijksuniversiteit Groningen. Door de samenwerking met klinische afdelingen beschikken we over een multidisciplinair team met specialisten op het gebied van huid- en longaandoeningen. Je moet dan denken aan de behandeling van werknemers die lijden aan een zeldzame vorm van astma of op het gebied van de audiologie. De astma kan dan door het werk zijn veroorzaakt, maar ook aangeboren zijn. Ons ideaalbeeld is dat er zo’n vijf of zes van deze voorzieningen gekoppeld aan de academische ziekenhuizen in Nederland zijn, waar mensen naar toe verwezen kunnen worden. Nu hebben we alleen nog een kliniek in Groningen en hier in Amsterdam. Wij willen graag een coordinerende rol spelen.’

 

Naast de klinische functie heeft het NCVB ook een taak op het gebied van kennisverspreiding. Daarin werkt het centrum samen met allerlei organisaties, zoals bijvoorbeeld TNO, het Nederlands Hepatitis Centrum en het RIVM.

 

Oude wijn in nieuwe zakken? We hebben toch kenniscentra op dit gebied gehad? Spreeuwers: ‘Laat ik vooropstellen dat het heel belangrijk is dat we deze voorzieningen in Nederland krijgen. We hebben als NCVB drie belangrijke taken: de meldingstaak voor beroepsziekten, verspreiding van aanwezige kennis naar bedrijfsartsen via onze helpdesk en patientenzorg. We hadden inderdaad een netwerk van kenniscentra Medwerk, waar wij ook in participeerden. Dat is helaas in elkaar gestort. De overheid dacht dat het mogelijk was deze kenniscentra te laten voortbestaan met privaat geld. Ze heeft in al haar wijsheid besloten een punt achter de subsidie te zetten. Je kunt niet verwachten dat zoiets binnen vijf jaar draait.’

 

De overheid rekende er op dat private partijen als verzekeraars en werkgevers belang zouden hebben bij deze kenniscentra. Een misrekening?

 

Het antwoord van Spreeuwers is lang, maar verhelderend. ‘De overheid wilde preventie stimuleren door het opzetten van een kennisinfrastructuur en deze ook beter implementeren en bekendmaken. Daarnaast moesten arbodiensten beter samenwerken met de curatieve sector. Wij maakten als NCVB onderdeel uit van het kenniscentrum voor Arbeid en Gezondheid. In tegenstelling tot anderen werden wij echter voor een belangrijk deel gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waardoor we wel konden overleven. Tot zover dus die uitbouw van het kennisnetwerk. Het niet tot wasdom komen van de samenwerking tussen de curatieve sector en arbodiensten heeft een andere oorzaak. De arbodiensten hebben zich voornamelijk gefocust op ziekteverzuim. Ze werden een soort Gakjes. Logisch, want verzuim is sterk gereguleerd en de arbodiensten kunnen dus geld verdienen met het invullen van al die formulieren. Gevolg is wel dat preventie sterk ondersneeuwde. De arboconvenanten zijn een positieve uitzondering. Al ligt daar ook vaak sterk de nadruk op verzuim.’

 

Wie zijn arbokennisnetwerk afbreekt, kan verwachten dat het kennisniveau ook afneemt. Zijn we dus minder ver dan we hadden kunnen zijn als de kenniscentra en Medwerk waren blijven bestaan? Spreeuwers: ‘Dat vind ik een erg moeilijke vraag. Het is erg jammer dat het kennisnetwerk niet meer bestaat en het is ook een behoorlijke aderlating. Aan de andere kant werken we nog wel goed samen met andere deskundigen en hebben we een sterk internationaal en Europees netwerk. Kijk, we willen goede beleidsinformatie geven, weinig bedrijfsongevallen, weinig beroepsziekten en goede reintegratie. Daarvoor moet je goed cijfermateriaal krijgen dat gebruikt kan worden voor het opdoen van arbokennis, die op zijn beurt weer ingezet kan worden voor preventie en behandeling. Nogmaals, de focus is de laatste jaren te veel op verzuim gericht. Ik zie geen verschuiving naar meer of minder preventie met de liberalisering van de arbodienstverleningsmarkt. Natuurlijk zullen er meer vrijgevestigde arbodeskundigen actief worden. Maar een bedrijfsarts blijft verplicht, net als de verplichting beroepsziekten te melden en ook preventief te handelen.’

 

Die meldingen zijn cruciaal voor het NCVB. Spreeuwers ziet drie categorieen bedrijfsartsen. Zij die conscientieus alles melden, zij die af en toe melden en zij die de hele wetgeving aan hun laars lappen. De laatste twee categorieen zijn onder meer bang voor de juridische complicaties, zo gelooft de NCVB-directeur.

 

Dankzij een project waarin een groep artsen werd begeleid, kon het NCVB het aantal meldingen met de factor vijf verhogen. Dit is zo belangrijk omdat nu nog maar een educated guess gemaakt kan worden van het aantal gevallen van beroepsziekten dat ons land jaarlijks te verwerken krijgt. Spreeuwers: ‘Het is en blijft koffiedik kijken, maar per jaar worden zesduizend nieuwe gevallen gemeld. We denken dat we dit zeker met een factor tien moeten vermenigvuldigen om tot het ware aantal te komen. We schatten dat we tussen de 50.000 en 100.000 nieuwe beroepszieken per jaar hebben. Dat kost de samenleving miljarden euro’s.’

 

Tijd om de successen van het NCVB eens op een rijtje te zetten. Het aantal gevallen van Organisch Psycho Syndroom neemt af. Ook het aantal meldingen van RSI en latexallergieen slinkt. Toch gaat het Spreeuwers te ver dit louter alleen aan het bestaan van zijn centrum te wijten. ‘Ik denk wel dat de chronisch toxische encefalopathie (CTE) of OPS-daling te danken is aan het ontstaan van het Solventteam en natuurlijk de invoering van de vervangingsplicht voor oplosmiddelen. Dat het aantal RSI-gevallen daalt, is moeilijker te verklaren. Natuurlijk hebben we de nodige effort gepleegd en stappen mensen eerder naar de arts als ze RSI vermoeden. Maar RSI kan ook gedaald zijn omdat het ziekteverzuim de laatste jaren daalt. Daardoor kan het zijn dat we minder meldingen binnenkrijgen. En veel RSI-klachten gaan uiteindelijk vanzelf over.’

 

Spreeuwers is minder te spreken over het aantal psychosociaal gebonden beroepsziekten als burnout en stress door werk. ‘Dat blijft stijgen. De druk blijft hoog. Mensen in het spitsuur van het leven hebben het erg zwaar. Grote druk op het werk en in het prive-leven. Daar speelt bullying, ofwel pesten op het werk ook een grote rol in. Dan is het logisch dat het soms verkeerd gaat en ze bijvoorbeeld een depressie krijgen. Helaas gaat er veel geld naar de achterkant van het proces naar het behandelen van mensen die afvallen. Zo heeft de Nederlandse Vereniging voor Arbeids en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) een speciaal protocol voor dit soort zaken. Heel goed, maar ik zou toch ook graag zien dat er wat meer naar de bron gekeken zou worden.’

 

Een tweede trend in beroepsziekten ziet Spreeuwers in de opkomst van infectieziekten. Afgelopen jaar hebben we te maken gehad met een uitbraak van de vogelpest en SARS. ‘Bij uitstek beroepsziekten. Zo zijn kippenruimers geinfecteerd en is een dierenarts overleden. Voor de rest zijn het vooral zakenreizigers en werkers in de zorg die hiermee worden geconfronteerd. Juist omdat deze ziekten zo onvoorspelbaar zijn, is de factor arbeid een uitstekend aangrijppunt voor preventie en interventie. We moeten ook eens goed kijken naar de eventuele rol van arbodiensten bij een outbreak en vaccinatie.’

 

Bullying, werkdruk, maar ook posttraumatische stress en infectieziekten in een open economie worden volgens de NCVB-directeur de beroepsziekten van de toekomst. Daarnaast moet er meer aandacht komen voor de gevolgen van beroepsuitoefening voor de reproductie. In Rotterdam is de eerste preconceptiekliniek onlangs geopend. ‘We laten vrouwen redelijk lang doorwerken. Tot drie maanden voor de bevalling. Je zou eens goed moeten onderzoeken wat de lichamelijke en psychische gevolgen daarvan voor de ongeboren vrucht zijn. Hoeveel kinderen hebben een te laag geboortegewicht en heeft dat zijn oorzaak in arbeidsfactoren? Heeft stress op het werk invloed? Dat soort vragen moet in de toekomst worden beantwoord.’

 

Het NCVB blijft dus ook de komende tien jaar de ontwikkelingen nauwgezet volgen. Spreeuwers: ‘Er duiken steeds weer nieuwe allergieen en infecties op. Zo zagen we een toename van een nieuw soort astma bij zwembadmedewerkers en huidartsen waar we mee samenwerken. Ook constateerden we in de metaal een toename van huidaandoeningen door het gebruik van nieuwe conserveermiddelen.’ Werknemers mogen zelf niet de dupe worden van beroepsziekten, aldus Spreeuwers. ‘Door de nieuwe wetgeving komt een verpleegkundige die door verkeerd tillen en onzorgvuldig werkgeverschap vijftig procent van haar werk niet meer kan doen op bijstandsniveau. Dat hoort niet.

 

Alle beschaafde landen hebben een verzekering tegen de gevolgen van beroepsziekten. Wij niet. Arbeidsongeschikten dalen af naar bijstandsniveau. Dat zou eigenlijk niet mogen. Een door het bedrijfsleven betaalde verzekering kan voorkomen dat mensen met een beroepsziekte buiten hun schuld in financiele problemen komen. Een claimcultuur is een negatieve ontwikkeling voor werkgevers en werknemers, al is het in de huidige situatie goed voorstelbaar dat mensen zich wenden tot het Bureau Beroepsziekten van het FNV. Je ziet het aan die asbestellende. Sommige mensen krijgen postuum nog een uitkering. We hebben beroepsziekten jarenlang onder het tapijt geveegd. Ik pleit voor fatsoenlijke preventie en compensatie voor schade die berokkend wordt aan werknemers door het beroep dat ze uitoefenen. Het kabinet dacht dat werknemers vanzelf de rekening bij de werkgever neerleggen als ze dat is dus niet zo. Ze boeten er nu zelf voor.’

 

Reageer op dit artikel