artikel

Wet verbeterd; poortwachter niet

Geen categorie

Toch blijven er knelpunten. De peiling toont aan dat er behoefte is aan helderheid op een aantal gebieden. Zo kunnen arbodiensten ‘dreigend langdurig verzuim’ heel uiteenlopend interpreteren. De ene dienst vat een verzuim van langer dan een week al op als ‘dreigend langdurig’, de andere spreekt hierover pas bij een verzuim van minstens acht maanden. Wanneer is dan een probleemanalyse aan de orde? Sommige diensten maken, omdat de duur van het verzuim moeilijk te voorspellen is, per definitie na zes weken een probleemanalyse’, wat veel tijd kost.

 

Ook over de plannen van aanpak zou meer helderheid op zijn plaats zijn. In welke gevallen is zo’n plan nu vereist en wanneer niet? SZW stelt dat een plan van aanpak niet nodig is als direct al wordt vastgesteld dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden zijn. Maar de ervaringen bij de arbodiensten laten zien dat het UWV een dossier zonder plan van aanpak of probleemanalyse als incompleet beschouwt. Daar ligt de crux van het verhaal. Want als het UWV een WAO-aanvraag afwijst, gebeurt dat in de helft van de gevallen omdat er ‘onvoldoende’ reintegratie-inspanningen zijn verricht. Wat zijn de criteria hiervoor? Daar mag geen misverstand over bestaan, maar in de praktijk bestaat dat wel. Arbodiensten klagen dat ze bijna geen regulier overleg kunnen voeren met het UWV over reintegratiedossiers. Ze vinden dat het UWV slecht bereikbaar is, gebrekkig communiceert en bureaucratisch opereert. Kortgeleden namen de beroepsverenigingen van bedrijfsartsen (NVAB) en verzekeringsartsen (NVVG) het initiatief om een gemeenschappelijk referentiekader te ontwikkelen over ‘best practices’ bij verzuimbegeleiding. Dit initiatief is toe te juichen. Het referentiekader zal tot meer duidelijkheid leiden over de UWV-kwalificatie van ‘voldoende reintegratie-inspanningen’. Er is nog een laatste knelpunt. Het terugdringen van het verzuim vergt extra administratieve taken van arbodiensten. Nagenoeg alle arbodiensten constateren een toename op dit vlak. Zou een WAO-verminderde instroom ook mogelijk zijn zonder groeiende administratie? Dat is onduidelijk, want het succes van de Wvp is nu eenmaal geboekt inclusief procedurele voorschriften en toetsings- en sanctiekaders.

 

De TNO-onderzoekers gingen ook uitgebreid in op de ervaringen met preventie-activiteiten. Bij de vorige peiling, in 2001, gaf een groot aantal diensten aan meer te kunnen en willen doen aan preventie. Bij deze peiling is nagegaan of de diensten dat voornemen ook hebben uitgevoerd. De arbodiensten blijken de nodige acties te hebben ondernomen om preventie te stimuleren. Zo geeft 64 procent aan het afgelopen jaar actiever bezig te zijn geweest met de acquisitie op dit gebied. 47 procent heeft intern specialisaties doorgevoerd. Er zijn nieuwe producten ontwikkeld en preventiedeskundigen en accountmanagers aangetrokken. Vooral de externe en middelgrote diensten toonden zich actief. 63 procent van de diensten constateert dat werkgevers zich bij preventie vooral laten leiden door de vraag of ze er per saldo geld mee verdienen of moeten bijleggen. Volgens 55 procent van de diensten spelen daarnaast wettelijke verplichtingen een grote rol. Ten slotte is het volgens de helft van de diensten van belang of de werkgever een brede opvatting heeft over HRM-beleid en welke expertise zij als arbodienst te bieden hebben.

 

Reageer op dit artikel