artikel

Wil je erover praten?

Geen categorie

En helaas is dit ook wat een van de gasten een ex-treinmachinist – maar liefst negen keer heeft meegemaakt. Na die negende keer, zeven jaar geleden, ging hij niet meer aan het werk. Hij verhuisde zelfs naar Zeeland, omdat je daar weinig spoor vindt en nog minder spoorwegovergangen. Nu pas durft hij het aan om naar het videoscherm te kijken.

 

Na de eerste zelfmoord was de opvang bedroevend, vertelt hij. Hij moest onmiddellijk de trein weer in en zijn baas trok geen tijd voor hem uit.

 

Eenmalige hulp bij traumatische gebeurtenissen niet raadzaam Ondertussen smoorden zijn lotgenoten hun angst en verdriet in harde grappen: ‘Ik heb er vandaag weer een van het roken afgeholpen’. Maar volgens de machinist heeft de NS dat nu veel beter geregeld. De collega die een paar uur daarvoor de vader en zijn twee zoontjes heeft doodgereden, krijgt nu onmiddellijk professionele hulp aangeboden.

 

Een duidelijke verbetering dus. Want wij weten allemaal dat je alleen met dit soort pijnlijke ervaringen om kunt gaan door erover te praten. Iedere emotie die je niet hebt geuit, zakt naar je onderbewuste, en gaat daar liggen rotten. Vroeg of laat komen de trauma’s dan vanzelf bovenborrelen. Dat is wat wij hebben geleerd.

 

En dat moeten wij ook snel mogelijk weer vergeten. De pas gepromoveerde psycholoog Marit Sijbrandij veegt het bovenstaande hersenspinsel resoluut van tafel.’Het uiten van pijnlijke emoties kan tot meer pijnlijke emoties leiden. Directe opvang na een traumatische gebeurtenis sorteert maar zelden effect. Je kunt veel beter wachten tot mensen echt klachten gaan ontwikkelen’.

 

Moet de NS dus terug naar de jaren zeventig, toen de opvang bestond uit een sterke kop koffie en een paar slechte grappen? Nee, absoluut niet, zegt Sijbrandij. ‘Het is juist heel belangrijk dat de werkgever interesse toont in iemand die dit heeft meegemaakt. Maar houd het bij begrip, een luisterend oor en praktische hulp.’Wat kan ik voor je doen? Zal ik je naar huis brengen? Zullen we je een tijdje vrij roosteren?’ En natuurlijk moetje na een week of twee weken weer informeren hoe het gaat met de klachten. Daarmee laat je zien dat jij het ook erg vindt. En dat dit soort gebeurtenissen niet bij het werk horen’.

 

Sijbrandij richt haar pijlen dan ook niet op normale menselijke belangstelling, maar op de zogenoemde debriefing, een eenmalige eerstehulp-therapie direct na een ramp of zelfmoord. Een lid van een opvangteam zorgt ervoor dat het slachtoffer het traumatische voorval herbeleeft en zijn emoties de vrije loop laat. Ook geeft hij uitleg over de klachten die eventueel kunnen opduiken.

 

Het levert allemaal niets op en dat wisten psychologen al een tijdje.’Maar’, zegt Sijbrandij, ‘het was nog niet duidelijk aan welk onderdeel dat lag: aan het ventileren van die emoties of aan die uitleg. Dat is wat ik heb onderzocht en het bleek vooral te liggen aan dat uiten van die emoties. Dat kan voor slachtoffers met veel spanningsklachten zelfs schadelijk zijn. Door mensen de gebeurtenis eenmalig opnieuw te laten beleven, zouden zij een secundair trauma kunnen oplopen’.

 

Let wel: de klemtoon van de laatste zin ligt op ‘eenmalig’. Want Sijbrandij zegt niets ten nadele van de psychotherapeuten en hun cognitieve gedragstherapie. ‘Ja, ook die laten je zo’n gebeurtenis herbeleven, maar dan meerdere malen. Dan zie je inderdaad dat de angst uitdooft, juist door die herhaling en door de gestructureerde manier waarop dat bij een professionele psychotherapeut gebeurt’.

 

Moeten dus alle machinisten na een akelig incident direct naar de psychotherapeut? Sijbrandij betwijfelt het.’Kijk, het is normaal datje een tijdje last hebt van nare beelden van het voorval. Schrikreacties, concentratieproblemen, het hoort erbij. Maar de meeste slachtoffers herstellen uitstekend zonder enige behandeling. Die krijgen veel begrip van hun baas, veelliefde van hun partner of ze worden opgevangen door vrienden. Na een paar weken zie je dat de eerste spanningsklachten duidelijk zijn afgenomen’.

 

De alarmklokken gaan pas luiden als de slachtoffers niet meer met hun klachten kunnen leven, of als ze zelf zeggen dat ze een ander mens zijn geworden. Neem de machinist bij de talkshow. Hij had na iedere zelfmoord het gevoel dat hij veertien dagen niet had geslapen alle energie vloeide uit hem weg. En als hij dan eindelijk op bed lag, kon hij niet in slaap komen vanwege angst en schuldgevoel.

 

Voor mensen als hij heeft Sijbrandij een lijst getest met vier vragen. Hiermee kan ze voor 89 procent van de deelnemers voorspellen of ze twee maanden later een posttraumatische stressstoornis ontwikkelen.

 

Volgens haar kunnen de slachtoffers in de gevarenzone al binnen een maand in therapie.

 

‘Vier of vijf gesprekken, dat is vaak alles wat er nodig is. In ons onderzoek zagen we dat die mensen na zes maanden net zo weinig klachten hebben ontwikkeld als diegenen bij wie er geen posttraumatische stressstoornis dreigde’.

 

Sijbrandij’s proefschrift zal soms met gefronste wenkbrauwen zijn doorgebladerd. Niet door wetenschappers, maar door ondernemers, en dan vooral door degenen die hun brood verdienen in de traumaverwerking. ‘Dat is een levendige handel; geeft Sijbrandij toe. ‘Direct na een ramp of ongeluk zie je die bedrijfjes in actie komen om psychische hulp te bieden. Veel daarvan hebben debriefing inmiddels uit hun protocollen verwijderd, maar anderen maken er nog steeds gebruik van. Hoewel ze kunnen weten dat het niet werkt’.

 

Uitkijken dus voor de werkgevers die met deze zakenlieden in zee gaan. Sijbrandij maant hen goed te controleren wat ze precies inhuren. ‘Ga er niet vanuit datje alles goed hebt geregeld omdat je zo’n bedrijfje hebt aangetrokken.

 

Vraag goed door. “Maken jullie gebruik van debriefing? Voldoet jullie manier van werken aan de richtlijn die in Engeland wordt gebruikt?'”

 

Tot slot terug naar de machinist bij Pauw en Witteman. Het gaat nu – zeven jaar na de laatste zelfmoord – wat beter met hem. Langzamerhand komt zelfs zijn liefde voor treinen weer opborrelen. Regelmatig kijkt hij naar het Duitse Bahn TV, waar de kijker wordt getrakteerd op beelden vanuit een machinistencabine. Dat is veilig, zegt hij zelf. ‘Dan weet ik tenminste zeker dat er niemand onder springt’.

 

Marit Sijbrandij werkt als psycholoog bij AMC de Meren, de organisatie voor geestelijke gezondheidszorg in Amsterdam. Meer informatie over haar proefschrift ‘Early Interventions after Psychological Trauma’s’ is te verkrijgen via het Topzorgprogramma Psycho trauma van AMC de Meren, tel. 020-5662322.

 

Reageer op dit artikel