artikel

Zonder oorpluggen word ik gek

Geen categorie

Een van de dingen die veranderd is in de loop der tijd, is de aandacht voor gehoorbescherming voor professionele muzikanten. Hans La Faille is al vroeg begonnen met het dragen van pluggen tegen de overmaat van geluid waar hij de hele dag in staat. ‘In een bepaald frequentiegebied niet zo best’, antwoordt hij desondanks op de vraag hoe het is met zijn oren. ‘Dat komt omdat ik, los van de herrie van mijn eigen instrument, altijd in zoveel lawaai heb gezeten. Het middengebied van mijn beide oren werktniet. Maar ik heb er gelukkig in het dagelijks leven niet veel last van, het wordt niet erger en ik hoor ook geen fluittoon. Mensen veronderstellen altijd dat andere bandleden boven het geluid van de drummer uit moeten komen, maar dat is al jaren niet meer waar. Het is nu zo dat drummers versterkt moeten worden omdat ze anders niet meer boven de bas, gitaren en keyboards uit kunnen komen. Toen we net begonnen, met Blues Dimension, hadden we een gitaarversterker en twee zangzuiltjes en dat was het. Maar de versterking van die andere instrumenten heeft een enorme vlucht genomen de afgelopen jaren; ik vind het een drama! ’ Het is Hans La Faille een raadsel waarom geluid van een band zo hard moet zijn. ‘Ik snap daar niets van’, zegt hij. ‘Maak geluid mooi, niet hard. Gitaristen zijn ijdeltuiten. Ze hebben er op de buhne een handje van om zichzelf zogenaamd niet te horen of hun geluid niet te hebben en dat soort gezeur. Maar het gaat erom dat je samen speelt en niet tegen elkaar. Op de buhne hebben we een geluidsman die ervoor zorgt dat geluid goed gemixt wordt en dat het voor ons allemaal wel te doen is met het geluid via de monitor. Bovendien heb ik ook mijn eigen monitor waarmee ik kan doen wat ik wil, plus een geluidsman van onszelf die weet wat iedereen wil. En uit voorzorg heb ik twee schotten tussen de gitaarversterking en de drums. Maar waarom het in de zaal zo verschrikkelijk hard moet met dat geluid over de PA – waar ik gelukkig achter zit en dus nauwelijks last van heb – dat snap ik niet. Er zijn tegenwoordig ook subwoovers die er, door gebruik te maken van een bepaalde frequentie, voor kunnen zorgen dat mensen de bas in hun lijf voelen ook al staat het geluid niet zo keihard. Van mij mag die volumeknop dus naar beneden. En waarom dat niet gebeurt? Festival- en concertgangers worden doof waar je bij staat. Er zal wel een bepaalde psychologie achter schuilen, dat mensen pas in de ban van de muziek kunnen zijn als het hard is. ’ Tijdens het spelen in een zaal draagt La Faille geen oordoppen. ‘Dat kan ik niet met spelen’, zegt hij, ‘dan hoor ik het niet goed en verlies het contact met de anderen. Je raakt met oordoppen wel decibels kwijt, maar ook frequenties van geluid, de voeling met de muziek. Die zijn essentieel bij het anticiperen op elkaar.’ Gehoorproblemen worden vaak gerelateerd aan pop en rock, maar dat is onterecht. ‘Klassieke musici, vooral strijkers, zijn net zo doof, daar is geen houden aan’, stelt La Faille, ‘het is een beroepskwaal.’

 

Geen oorpluggen voor Hans La Faille tijdens een optreden, maar zoveel te meer tijdens de lessen die hij geeft aan de Muziekschool Twente in Enschede. ‘Lesgeven zonder oordoppen, daar moet ik niet aan denken. Ik kan dat niet meer zonder oorpluggen, dan word ik gek. Misschien omdat die ruimte niet zo groot is, ik weet het niet. Maar gehoorbescherming werkt heel goed tijdens lessen omdat je een op een werkt. Ik hoor dan toch goed wat er gebeurt. Ik weet zeker dat ik allang had moeten afhaken als ik dat niet gedaan had. Ik merk in mijn omgeving ook dat dat gebeurt. Ik heb een collegaslagwerker die echt doof is geworden. Gehoorbescherming is geen onzin. ’ La Faille heeft zich nooit een voorloper gevoeld in het gebruik van oorpluggen, hoewel hij ze al zo’n achttien jaar gebruikt. ‘Het was gewoon een egoistische actie omdat ik merkte dat ik moe werd van het lawaai aan m’n hoofd. Ik had dan behoefte aan stilte en kon zelfs de radio niet aan hebben. Dat vond ik niet okee. Ik kaartte het aan en mocht toen op kosten van de Muziekschool oorpluggen op maat laten maken. Er waren ook wel pluggen, lui op booreilanden en stratenmakers hadden ook pluggen. In de muziek was het nog niet gebruikelijk, maar ze konden wel pluggen maken, precies volgens de eisen en wensen die ik had. En diezelfde pluggen zijn er nog steeds. Als je ze eenmaal gebruikt, word je er heel handig mee, ik tik ze er zo in en uit. In het begin werd ik knettergek van het gevoel van die dingen in mijn oor, maar het wordt al snel een tweede natuur en is tot op zekere hoogte echt een zegen.’

 

La Faille mag zich dan geen voorloper gevoeld hebben in het pluggebruik, hij was het wel; bij de afdeling slagwerk in Enschede was hij de eerste en ook in de popmuziek werden pluggen pas veel later gemeengoed. ‘Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met gehoorbescherming. Als je te laat bent, is de schade al aangericht. Ik zeg het ook tegen mijn leerlingen. Degenen die al lang les hebben, extra talent hebben en het conservatorium overwegen, volgen mijn advies ook zeker op. Er zijn er wel die roepen: ‘Ik heb er geen last van!’ Dan zeg ik: ‘Nee, nu nog niet’, maar de meesten nemen het gewoon van me aan. ’ Gehoorbescherming komt vaak ter sprake tijdens de lessen, zegt La Faille. ‘En ze zien mij natuurlijk ook met die dingen. Op maat gemaakt zijn ze trouwens best duur, je bent zo 250 euro kwijt. Maar voor amateur-drummers zijn er redelijke alternatieven te vinden bij de drogist.’ Hij zegt het gebruik van gehoorbescherming van dezelfde orde te vinden als het gebruik van autogordels. ‘Je kunt niet zonder. Nooit, niks, never. Als ik mijn pluggen vergeet, dan ga ik naar huis. Ja, dat meen ik. Dan gaan de lessen niet door. Je wilt ’t niet weten hoe hard het dan is in zo’n lokaal. ’ Gehoorbescherming werd van het begin af aan als een serieus onderwerp beschouwd onder professionele musici. ‘Ik herinner me er niets van dat er raar tegenaan gekeken werd en er werd ook niet lacherig over gedaan’, zegt La Faille. ‘Iemand als Kaz Lux, de frontman van de fameuze rockband Brainbox is inmiddels vrijwel doof. Misschien had hij aanleg voor doofheid, maar later dacht hij wel: ‘Had ik het maar geweten’ en dat is toch jammer.’

 

Drummen is voor Hans La Faille z’n lust en leven, of hij nu op de buhne staat met professionals of in een leslokaal zit met leerlingen. Of thuis in Zwolle, waar buurjongen Tom tussen vijf en zes zijn drumlessen oefent. ‘Hij woont hier midden in de straat. Als ik het raam open heb, hoor ik hem spelen. Dan hoor ik wat hij goed doet en wat niet. Ik ga er dan ook heen om aanwijzingen te geven. Dan vertel ik hem bijvoorbeeld wat hij met paradiddles kan doen. Hij is zo ver dat hij dat snapt en ik vind het erg leuk als ik hem daar dan de volgende dag op hoor oefenen. ’ Zijn eigen drumstel hoeft La Faille niet meer te dragen als hij ergens moet spelen; Cuby heeft zes ‘mannetjes ’ in dienst die de truck besturen en de apparatuur tot op de centimeter nauwkeurig klaarzetten. Op de logistiek in het theater zijn arbo-regels van toepassing. ‘Ze dragen schoenen met stalen neuzen en hebben een helm op als ze in het theater met licht werken. Bij ons is wel eens een jongen weggegaan omdat hij vond dat we ons niet aan de arbo-regels hielden.’

 

Aan het einde van het jaar houdt Hans La Faille het lesgeven in Enschede voor gezien. ‘Dan krijgt iedereen een zoen van me en hou ik ermee op. Ik ga met deeltijd pensioen en ik ga doen wat ik leuk vind: spelen. Een beetje meer jazz als het kan, en wat meer doen met De Zwolse Muziekfabriek. En een schip kopen, om ’s zomers lekker mee te varen. Als ik nog vijftien jaar heel mooi recht overeind blijf staan, wil ik daar graag van genieten.’

 

OVER HANS LA FAILLE

 

Hans La Faille, de drummer van Cuby and the Blizzards, houdt niet van blues. ‘Het is een misvatting dat wij blues spelen’, zegt hij. ‘Tweederde van de stukken van Cuby zijn wel bluesgetint, maar geven je een enorme vrijheid. Ik ben een ontzettende jazz-fan, ik houd ook van R&B en hip hop en ik kan mijn ei kwijt in wat we doen.’ La Faille begon in de jaren zestig met drummen in de Zwolse Jailhouse Jazzband. Hij sloot zich aan bij Blues Dimension en scoorde met die formatie in 1966 een top 40 hit met Get ready. Na Blues Dimension volgden de succesjaren van Cuby and the Blizzards. Na het uiteenvallen van Cuby in 1973 ging hij drummen bij Sweet d’Buster, met zijn muzikale maatje Herman Deinum als bassist. ‘Sweet d’Buster was mijn favoriete groep, voor Nederlandse begrippen destijds een supergroep. De creatieve mix van blues en funk sprak mij erg aan’, meldt hij op de website van Cuby. La Faille deed zijn opleiding slagwerk aan de conservatoria in Zwolle en Hilversum. Zelf ging hij later, naast zijn actieve bestaan als muzikant, lesgeven aan het conservatorium en aan de Twentse Muziekschool. Na Sweet d’Buster speelde La Faille nog in de Apeldoornse Bluesgroep Flavium en op freelance basis met jazzcombo Wim Overgauw, Herman Brood en Jan Akkerman. Sinds 1996 drumt hij weer bij Cuby-nieuwe-stijl. De formatie rondom zanger Harry Muskee gooit nog steeds hoge ogen op de podia en trekt een paar maal per week een volle zaal. Ook jongere generaties zingen ‘Almost cut my hair’ luidkeels mee, tot verbazing van La Faille en zijn speelmaatjes. ‘Vroeger speelden we vijf, zes keer per week. Daar moet ik niet meer aan denken. We spelen nu van september tot half december en van maart tot half juni. En we werken aan een nieuwe cd, met Daniel Lohues.’ Op dit moment participeert La Faille in De Zwolse Muziekfabriek. Samen met componist Rik Elings en zanger Bert Vrieling bracht hij een twintigtal Zwolse beroepsmusici uit verschillende muzikale disciplines bijeen. De Zwolse Muziekfabriek combineert alle mogelijke muziekstijlen zoals klassiek, pop en jazz, en verzorgt hiermee verrassende optredens voor een breed publiek.

 

 

Reageer op dit artikel