artikel

Zwanger aan de slag

Geen categorie

Een veranderd lichaamsgevoel, rugklachten, vermoeidheid, moeite met lopen en misselijkheid zijn inherent aan de zwangerschap. ‘Vrouwen zijn daardoor nog niet ziek, maar vaak wel minder belastbaar’, vertelt Monique van Beukering, bedrijfsarts bij KEMA (Arnhem).

 

‘Bovendien heeft een zwangere vrouw energie en rust nodig om de baby en de placenta te laten groeien. Maar die rust is er niet altijd, want zwangere vrouwen moeten van alles regelen: het overdragen van werk, kinderopvang, beslissen of ze na de bevalling al dan niet fulltime willen blijven werken, overleg met hun werkgever en hun partner.

 

Dat is ook geestelijk vermoeiend.’

 

Een deel van de fysieke zwangerschapsklachten hangt samen met hormonale veranderingen.

 

Voorbeeld is het verslappen van de spierbanden rond bekken en schaambeen. ‘Na de bevalling kan het nog circa zes maanden duren eer de spierbanden weer stevig zijn’, aldus Van Beukering.

 

‘De belasting moet dus voorzichtig worden opgebouwd.’

 

Door hormonale veranderingen hoopt zich tijdens de zwangerschap ook vocht in het lichaam op. Dat gebeurt onder meer in de peesschede. ‘Die is in de pols nogal nauw, waardoor de zenuwen die er doorheen lopen bekneld kunnen raken. Het carpaletunnelsyndroom komt bij zwangere vrouwen dan ook vaker voor’, vertelt Pieter Treffers, emeritus hoogleraar verloskunde en gynaecologie bij het AMC.

 

‘Heeft een zwangere vrouw daar last van en doet ze werk dat de polsen flink belast, dan is de kans daarop groter.’

 

Er moet ernstig rekening worden gehouden met problemen die het werk tijdens de zwangerschap en in de post-partumperiode (vlak na de bevalling) kan opleveren, aldus Treffers. En daarbij gaat het niet alleen om werken met straling of chemische stoffen, maar ook om fysieke belasting.

 

Agaath Koemeester, bedrijfsarts bij ArboNed (Amsterdam), deed tussen 1987 en 1990 onderzoek naar zwangerschap en lichamelijke arbeidsbelasting. In totaal volgde zij 198 gezonde zwangeren: 117 verpleegkundigen en 81 kantoormedewerkers. De verpleegkundigen bevielen gemiddeld drie weken voor zij waren uitgerekend, de kantoormedewerksters niet. ‘Met een bevalling bij 37 weken zit je nog wel in de normale range. Maar elke dag die een kind langer ‘binnen’ kan zitten, is beter. Dan is bijvoorbeeld de lever verder ontwikkeld’, weet Koemeester.

 

‘Bij kinderen die te vroeg worden geboren, zeker als dat voor de 33ste week gebeurt, zijn de longen nog niet rijp.

 

Daardoor kunnen ze vlak na de geboorte zuurstof te kort komen.

 

Naarmate zij ouder worden, blijkt dat bijna de helft van die kinderen in het bijzonder onderwijs terechtkomt’, vertelt Treffers.

 

‘Het voorkomen van vroeggeboorte is dus erg belangrijk.’ Koemeester: ‘Fysieke belasting vervroegt de termijn van de bevalling.

 

Vrouwen hoeven dat niet te accepteren. Zeker niet als het te voorkomen is door aanpassing van het werk.’

 

RICHTLIJN FYSIEKE BELASTING TIJDENS ZWANGERSCHAP

 

Vanaf de twintigste week per dag niet meer dan:

 

tien maal tien kilo tillen;

 

25 keer bukken;

 

twee uur staan;

 

drie uur lopen;

 

vijf maal een trap oplopen (van gemiddeld vijftien treden).

 

Bron: Agaath Koemeester

 

 

In 2001 waren bijna acht van de tien medewerkers in de gezondheids- en welzijnszorg vrouw, zo meldt de Emancipatiemonitor 2002. Ook in de schoonmaak en de horeca werken veel vrouwen.

 

‘De statistieken laten zien dat zwangere vrouwen in fysiek belastende beroepen vanaf de zeventiende week echt meer uitvallen’, aldus Koemeester.

 

‘De groep die doorwerkt, heeft veel klachten als vermoeidheid, harde buiken en pijn in de onderrug. Verpleegkundigen halen het zwangerschapsverlof niet eens, die vallen bijna allemaal eerder uit.’

 

Aan risico’s van lichamelijke belasting wordt vaak te laat aandacht besteed. ‘Rond de dertigste week van de zwangerschap vallen veel vrouwen uit, terwijl dat best te voorkomen is’, aldus Koemeester. ‘En dat is belangrijk, want als zij verzuimen is dat vaak niet een weekje, maar eerder maanden. Bedrijfsartsen zouden daarom rond de zeventiende week een gesprek moeten hebben met de zwangere werkneemster.

 

Redden zij het dan al nauwelijks meer, dan kun je maar beter snel iets voor ze doen. In feite moet het werk voor de twintigste week zijn aangepast.’

 

De vrouw heeft er recht op om door te blijven werken, al dan niet met aanpassingen in de arbeid.

 

Toch zijn veel vrouwen daar niet van op de hoogte, aldus Wim Otto, arts en beleidsmedewerker bij het UWV. ‘Bovendien kijken werkgevers vaak niet goed en creatief genoeg of werkaanpassingen mogelijk zijn.’ Otto wijt dit deels aan de Vangnetregeling (artikel 29A van de Ziektewet).

 

Daarvan gaat geen stimulans uit om het werk aan te passen, omdat de vrouw die als gevolg van zwangerschap arbeidsongeschikt is, recht heeft op een uitkering ter hoogte van het volledige loon. Ziekmelden is vaak makkelijker – en goedkoper – dan maatregelen nemen.

 

Grote organisaties zouden standaard een aantal lichtere functies, zoals die van secretarieel medewerker of telefonist, vrij kunnen houden voor zwangere werkneemsters.

 

‘Nu moet men daar vaak eerst drie maanden over delibereren. Dan is de vrouw in kwestie al lang bevallen’, aldus Koemeester. ‘In ziekenhuizen zijn zulke werkplekken wel te realiseren, in andere sectoren is dat soms lastiger.’ Maar ook met technische en ergonomische middelen is volgens haar veel te bereiken. ‘Het is echt onzin dat mensen moeten sjouwen en sjorren’, zegt Koemeester.

 

‘Als we een hele boot uit zee kunnen tillen zonder dat er een hand aan te pas komt, dan moeten ook de kleinere tilproblemen op te lossen zijn.’

 

Eind jaren tachtig deed Koemeester onderzoek in opdracht van het ministerie van SZW.

 

Het rapport dat daaruit voortkwam, Zwangerschap, postpartum periode en lichamelijke arbeidsbelasting, was maatgevend voor de verlenging van het zwangerschapsverlof van twaalf naar zestien weken en de totstandkoming van een richtlijn voor fysieke belasting (zie kader).

 

‘Jammer genoeg is die richtlijn niet in het AI-blad opgenomen, terwijl die wel houvast had kunnen bieden’, zegt Koemeester.

 

‘De richtlijn geeft heel duidelijk aan wanneer je echt fout zit, bijvoorbeeld als een zwangere werkneemster in haar 22ste week nog vijf uur per dag staat en de rest van de dag loopt.’

 

Bedrijven moeten zich voorbereiden op zwangere werkneemsters, maar dat is nog niet altijd goed geregeld, aldus Van Beukering. Ook de bekendheid met regelingen voor zwangere en pas bevallen werkneemsters kan beter. ‘Een deel daarvan wordt in de praktijk nauwelijks toegepast of is helemaal niet bekend’, zegt Boukje Cuelenaere, beleidsonderzoeker en adjunctdirecteur van bureau AStri (Leiden). ‘Neem de regeling uit artikel 4.5 van de Arbeidstijdenwet die de zwangere vrouw recht geeft op extra pauzes tot een achtste van de werktijd. Hoeveel vrouwen kennen die regeling?

 

En hoeveel maken er gebruik van? In feite zou de werkgever de werkneemster op haar rechten moeten wijzen. Maar dat gebeurt vaker niet dan wel’, aldus Cuelenaere. ‘Er is niet eens een brochure voor zwangere en pas bevallen vrouwen waarin alle wettelijke regels rond arbeid op een rijtje staan. Ik ben daar een groot voorstander van. En zo’n brochure moet niet alleen bij werkgevers liggen, maar ook bij de verloskundige.’

 

RECHTEN & REGELINGEN

 

De werkgever organiseert het werk zo dat het geen gevaren met zich meebrengt voor de veiligheid en gezondheid, de zwangerschap of de lactatie.

 

Is dit redelijkerwijs niet mogelijk? blootstelling aan gevaren wordt voorkomen door een tijdelijke aanpassing van het werk, arbeids- en rusttijden.

 

Is dit redelijkerwijs niet mogelijk? de werkneemster krijgt tijdelijk andere arbeid. Let wel: een zwangere vrouw kan niet gedwongen worden om ander werk te accepteren. Als zij weigert, staan daar geen sancties op.

 

Is dit redelijkerwijs niet mogelijk ? de werkneemster wordt tijdelijk vrijgesteld van het verrichten van arbeid. Het UWV beoordeelt de situatie en kan besluiten het loon volledig door te betalen (Ziektewet, artikel 29A.) Tijdens de zwangerschap heeft de werkneemster recht op:

 

extra rustpauzes tot maximaal een achtste van de werktijd per dienst (met doorbetaling van loon);

 

arbeid in een bestendig en regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon;

 

vrijstelling van nachtdiensten;

 

het ondergaan van noodzakelijke zwangerschapsonderzoeken tijdens de arbeidstijd (met doorbetaling van loon);

 

een rustige, afgezonderde en geschikte ruimte (om te pauzeren/rusten) die van binnenuit afsluitbaar is, uitgerust met een rustbank of een (opvouwbaar) bed. Na de bevalling heeft de werkneemster tot zes maanden recht op:

 

extra rustpauzes tot maximaal een achtste van de werktijd per dienst (met doorbetaling van loon);

 

arbeid in een bestendig en regelmatig arbeids- en rusttijdenpatroon;

 

vrijstelling van nachtdiensten;

 

een rustige, afgezonderde en geschikte ruimte (om te rusten, zogen of af te kolven) die van binnenuit afsluitbaar is, uitgerust met een rustbank of een (opvouwbaar) bed.

 

Na de bevalling heeft de werkneemster tot negen maanden recht op:

 

het onderbreken van het werk tot maximaal een vierde van de arbeidstijd per dienst om het kind te zogen of borstvoeding af te kolven (met doorbetaling van loon);

 

een rustige, afgezonderde en geschikte ruimte die van binnenuit afsluitbaar is. Is zo’n ruimte niet beschikbaar, dan moet de werkgever de werkneemster in de gelegenheid stellen om thuis te voeden of te kolven (met doorbetaling van loon).

 

Bron: AI-blad 12, Zwangerschap en Arbeid, Den Haag, 2000

 

 

In AI-blad 12, Zwangerschap en arbeid (2000), schrijft het ministerie van SZW dat zwangerschapsbeleid

 

‘aanbeveling verdient’ om te voorkomen ‘dat een zwangere vrouw zelf het volledige initiatief moet nemen om informeel iets met haar werkgever of collega’s te regelen, wat haar te veel afhankelijk maakt van willekeur en gunsten’.

 

Cuelenaere: ‘Zwangere vrouwen willen serieus worden genomen en niet als een zwak, ziek en misselijk typje worden gezien.

 

Het laatste dat je tegen je baas wilt zeggen is dat je bepaalde taken niet meer wilt uitoefenen.

 

In zo’n geval is het natuurlijk beter als er een protocol is, zodat je alles heel zakelijk kunt regelen.’

 

Volgens Koemeester heeft de idee dat zwangerschap geen individueel probleem van de vrouw is, de laatste jaren aan terrein gewonnen. ‘Maar er zijn nog genoeg werkgevers die nooit begrip zullen hebben voor een zwangere vrouw. Vooral bij schoonmaak- en horecabedrijven is het vaak nog ‘ieder voor zich’.

 

Er is dus anticiperend beleid nodig.’ Dat zou mooi in het kader van de Wet Verbetering Poortwachter passen, denkt Koemeester. ‘En ook arboconvenanten zijn een prima middel om richtlijnen ter vermindering van de fysieke belasting voor zwangere vrouwen te effectueren. Heel concreet:

 

maximaal zoveel per dag tillen, bukken, lopen en staan. Op die manier kun je werkgevers collectief aanspreken.’

 

Reageer op dit artikel