artikel

Tweede-spoortraject genegeerd

Geen categorie

De arbeidsdeskundige had in maart 2006 geadviseerd om een tweede-spoortraject op te starten, omdat haar eigen werk te zwaar is en de werkgever geen geschikter werk heeft. Maar de werkgever zoekt niet naar eventueel ander werk bij een andere werkgever. Het UWV is van mening dat dit wel had gemoeten en legt de werkgever na het aflopen van de wachttijd van twee jaar in augustus 2007 een loonsanctie van 52 weken op.

 

Het beroep van de werkgever wordt door de rechtbank in oktober 2008 gehonoreerd, maar het UWV tekent nu hoger beroep aan. Volgens de uitkeringsinstantie is de rechtbank ten onrechte uitgegaan van een resultaatsverplichting. Verder is het niet de taak van het UWV om te onderzoeken of re-integratie langs het tweede spoor tot een positief resultaat zal leiden. Verder vindt het UWV dat, gezien de bevindingen van de bedrijfsarts en de verzekeringsarts, de werkgever niet had mogen volstaan met inspanningen die alleen gericht waren op re-integratie in het eigen bedrijf.

 

Volgens de Centrale Raad van Beroep heeft de bezwaararbeidsdeskundige er terecht op gewezen dat werknemer en werkgever samen zowel de interne als de externe arbeidsmogelijkheden moeten onderzoeken. De rechtbank heeft ten onrechte overwogen dat het UWV had moeten aantonen dat er een reele kans zou bestaan dat het tweede spoor tot een positief resultaat kon leiden.

 

Het (in dit geval geringe) aantal werkuren en de reistijd is geen reden om af te zien van re-integratie in het tweede spoor. Ook de stelling van de werkgever dat de loonsanctie een bestraffend karakter heeft omdat hij daardoor financieel onevenredig zwaar wordt belast, verwerpt de raad. De sanctie van het UWV blijft gehandhaafd.

 

Reageer op dit artikel