artikel

Onderzoek wijst uit: Verzuim in Papier & Karton wel degelijk te beïnvloeden

Gezond werken

Maar als het goed gaat, kan het altijd nog beter. En het middel bij uitstek om het verzuim verder omlaag te brengen, is het arboconvenant. De P&K-sector heeft zo’n convenant. Sterker nog: de branche was een van de eerste die er een afsloot. De partijen hebben destijds duidelijke afspraken gemaakt over fysieke arbeidsomstandigheden in de bedrijven. Maar zo’n pioniersrol heeft niet alleen voordelen. Naarmate meer arboconvenanten werden afgesloten, is het accent verschoven naar onderwerpen als het terugdringen van verzuim en het bevorderen van reintegratie. Echter, de ‘vroege afsluiters’ – zoals de P&K-sector – hebben deze onderwerpen niet altijd expliciet opgenomen in het convenant.

 

Daarom heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de sector uitgenodigd een zogenaamd arboplusconvenant af te sluiten. Daarin komen de onderwerpen verzuim en reintegratie wel expliciet aan de orde.

 

Voor de partijen zo’n arboplusconvenant afsloten, wilden zij een belangrijke vraag beantwoorden: in hoeverre kan de werkgever het huidige verzuim en de WAO-instroom beinvloeden? Het Verbond Papier & Karton heeft bureau AStri in het voorjaar van 2004 verzocht hier onderzoek naar te verrichten.

 

Allereerst hebben de onderzoekers de hoogte van het verzuim gemeten. De bedrijven die onder het convenant vallen, hebben hierover een vragenlijst ingevuld. De verzuimcijfers die dit heeft opgeleverd, zijn vergeleken met het landelijk gemiddelde en dat van de industriele sector als geheel. De uitkomsten hiervan staan in tabel 1.

 

TABEL 1: LANDELIJKE EN SECTORALE VERZUIMPERCENTAGES 2001, 2002, 2003

 

2001

 

2002

 

2003

 

Landelijk*

 

5,4%

 

5,4%

 

4,8%

 

Industrie*

 

6,5%

 

6,5%

 

5,4%

 

P&K

 

6,8%

 

6,0%

 

5,5%

 

 

* bron: CBS kwartaal statistiek ziekteverzuim

 

Een normaal verzuimpercentage dus – althans voor een industriele sector – maar let op: het gaat hier om een gemiddelde. Veel bedrijven uit de sector scoren aanzienlijk beter. De beste helft van de bedrijven heeft een verzuim van 4,9 procent, terwijl bij het beste kwart het verzuim zelfs op 4,3 procent ligt. Die laatste groep bedrijven zit dus meer dan een procent lager dan de 5,5% van de sector! Dat betekent dat er voor de rest ruimte is voor verbetering. Alle reden dus om een arboplusconvenant af te sluiten, niet omdat het moet, maar omdat het mag en het nog wat kan opleveren ook (zeker gezien de verslechterende internationale concurrentiepositie van de P&K sector). Iedere P&O’er kan namelijk vertellen wat een procent daling van het verzuim het bedrijf oplevert: vaak meerdere miljoenen.

 

Ook de WAO-instroom in de sector ligt al enige jaren rond het (dalend) landelijk gemiddelde. Gezien het aantal grote bedrijven uit de sector met een gedaalde WAO-instroom lijkt een verdere daling mogelijk. Aan de andere kant: de sector kampt met een sterke vergrijzing, en dus moeten bedrijven vooral voorkomen dat instroom in de toekomst weer groter wordt.

 

En dan het antwoord op de eerdere vraag: kunnen de werkgevers in de sector de WAO-instroom beinvloeden? Het antwoord luidt ‘ja’. Veel WAO’ers kampen met min of meer beinvloedbare aandoeningen, met name klachten aan het bewegingsapparaat en psychische aandoeningen. Slechts een klein deel van de diagnoses is niet beinvloedbaar.

 

De oorzaak van de WAO-instroom blijkt voor driekwart van de gevallen zowel in werk als in privesfeer te liggen. Het ligt dus deels in de handen van de werkgever om hieraan iets te doen en deels in de handen van de werknemer. Een goede reden om deze handen ineen te slaan door afspraken te maken in het arboconvenant.

 

Op basis van de aanbevelingen van AStri en de eigen inzichten die leven binnen de sector, hebben de partijen een aantal afspraken op papier gezet. Op 15 december zetten ze daar hun handtekening onder. De papier- en kartonindustrie wil binnen tweeenhalf jaar 15 procent minder ziekteverzuim en 20 procent minder WAO-instroom dan de rest van de industrie. Om dit te bereiken wordt in ieder bedrijf een kort onderzoek gedaan naar de oorzaken van het ziekteverzuim en de mogelijke maatregelen daartegen. Op basis daarvan maken bedrijven zelf een plan om het ziekteverzuim omlaag te brengen. Het ministerie levert gegevens aan over ziekteverzuim in andere Europese landen, zodat bedrijven zich kunnen vergelijken met ondernemingen daar. Verder leren leidinggevenden en personeelsmedewerkers in een basiscursus snel en doeltreffend in te grijpen als medewerkers uitvallen. Ook kunnen ze naar behoefte aanvullende cursussen over diverse onderwerpen volgen (bijvoorbeeld over het voorkomen van werkdruk of klachten aan rug, armen en benen). Vakbonden ondersteunen personeelsvertegenwoordigers om een betere begeleiding van ziekteverzuim tot stand te brengen. Ook bieden ze medewerkers desgewenst een cursus over dit onderwerp aan. Het ministerie en de sociale partners investeren samen bijna 500.000 euro in het convenant. Daarnaast betalen bedrijven voor de helft de cursussen van hun eigen medewerkers; de andere helft wordt betaald uit het Europees Sociaal Fonds.

 

Kijk voor achtergrondinformatie over het convenant op de website van het Verbond Papier en Karton www.verbondpk.nl.

 

Reageer op dit artikel