artikel

Sociale Werkplaats drukt verzuim

Gezond werken

Een van de vele SW-bedrijven is Lander (zie kader).

 

Deze onderneming heeft ongeveer veertienhonderd werknemers in dienst, zowel WSW-werkers (Wet sociale werkvoorziening) als WIW-werkers (Wet inschakeling werkzoekenden). Zij werken onder andere in de groenvoorziening, montage, schoonmaak en industrie. De werknemers die de bestuurlijke functies vervullen, vallen onder het ambtenarenapparaat.

 

Eind 2001 maakte de aangescherpte wetgeving het minder makkelijk om de juiste werknemers te vinden. De toelatingseisen werden noodgedwongen dermate streng dat alleen medewerkers met een zeer beperkte capaciteit in aanmerking kwamen voor gesubsidieerde werkvoorziening. Ook het arboconvenant had invloed. Daarin is onder andere bepaald dat de werkdruk en de psychische belasting gereduceerd moeten worden. Dat geldt ook voor de blootstelling aan fysieke belasting, schadelijk geluid en gevaarlijke stoffen. Als gevolg daarvan moest het arbo- en verzuimbeleid op korte termijn worden herzien. De Arbeidsinspectie stelde een aantal eisen naar aanleiding van een RI&E. Voor elk bedrijfsonderdeel moest een plan van aanpak worden geschreven. Bovendien was de keuring van elektrische apparatuur niet geregeld volgens NEN3140.

 

De werkvloer merkte van dit alles in eerste instantie niet veel, want de motor van de arbozorg was de arbocoordinator. Deze was verantwoordelijk voor het opstellen van beleidsstukken aangaande arbo en voor de uitvoerende werkzaamheden, zoals het bestellen van otoplastieken en steunzolen.

 

In de praktijk betekende dit dat de werkzaamheden rond het arbobeleid vrijwel stillagen als de arbocoordinator afwezig was. Op de werkvloer was de betrokkenheid bij het arbobeleid minimaal: het werd allemaal toch wel geregeld. De echte zorg voor het management was niet de RI&E of het arboconvenant, maar het gevaar van uitval van de arbocoordinator. Uiteindelijk werd dan ook de conclusie getrokken dat op deze voet doorgaan uiteindelijk zou leiden tot een onwerkbare situatie.

 

Daarom werd een structurele oplossing gezocht en de wens uitgesproken om het arbobeleid grondig te herzien.

 

ArboNed werd gevraagd om advies. Ze had al eerder activiteiten voor Lander uitgevoerd, zoals de RI&E voor alle bedrijfsonderdelen, een RSI-project en een PAGO. De bedrijfsarts was drie keer per week vijf uur aanwezig voor een spreekuur op locatie. Hierdoor wist hij al goed wat er speelde. ArboNed detacheerde een vaste adviseur bij het SW-bedrijf voor twee dagen in de week, gedurende een half jaar. Al snel bleek dat het kernprobleem van de arbozorg lag in het feit dat er geen implementatie had plaatsgevonden in de organisatie. Leidinggevenden voelden zich niet verantwoordelijk. Daardoor bleven rapportages en plannen van aanpak in de la liggen. De inhoud van de functie van arbocoordinator bestond voornamelijk uit uitvoerend werk, van coordineren was geen sprake.

 

In samenwerking met de bedrijfsarts kwam de adviseur tot het volgende. In een beleidsnotitie moest de gewenste structuur van de arbozorg worden vastgelegd. Het draagvlak daarvoor moest worden gecreeerd bij het management in de vorm van een intentieverklaring. Het nieuwe beleid moest worden geimplementeerd in de organisatie.

 

De beleidsnotitie die werd opgesteld, bevatte twee speerpunten.

 

Om een nieuwe organisatiestructuur te doen slagen is het belangrijk een draagvlak te creeren bij het management. In een vergadering van het managementteam heeft de adviseur de beleidsnotitie besproken en toegelicht. In diezelfde vergadering is de notitie geaccordeerd door het gehele managementteam.

 

De directeur heeft de toenmalige sectormanagers opdracht gegeven om geschikte kandidaten voor te dragen als arbocontactpersonen en aandachtsvelders. ArboNed heeft adviseurs gezocht om de aandachtsvelders aan te sturen. De directie heeft een tweede arbocoordinator aangesteld.

 

De bedrijfsarts had als professional al een goede vertrouwensrelatie met het management. Hij heeft herhaaldelijk het belang van een geintegreerd arbo- en verzuimbeleid uitgesproken op alle niveaus binnen het bedrijf.

 

De organisatiestructuur is merkbaar veranderd.

 

De aandachtsvelders werken onder begeleiding van de arbocoordinatoren. Het implementeren van het arbobeleid in de gehele organisatie heeft de structuur van de arbozorg minder kwetsbaar gemaakt.

 

Een bijkomend voordeel is dat er minder extern advies wordt ingewonnen: de organisatie kan steeds meer zelf. Alle toxische stoffen, het beleid daaromtrent en de gekeurde handgereedschappen worden in een computersysteem gezet. In het personeelsblad wordt aandacht besteed aan arbo-onderwerpen.

 

De organisatie heeft nu een goedlopend arbo- en verzuimbeleid en tevreden medewerkers. Het ziekteverzuim is de afgelopen drie jaar gedaald van bijna vijftien procent naar ruim elf procent. Ook het percentage werknemers dat 52 weken of langer arbeidsongeschikt is, is afgenomen: van 2,65 procent in 1999 naar 0,8 procent nu.

 

LANDER WERK & INTEGRATIE

 

Lander Werk & Integratie is een bedrijf voor gesubsidieerde werkgelegenheid met vestigingen in Tiel, Zaltbommel en Geldermalsen. De onderneming heeft ongeveer veertienhonderd werknemers in dienst, die werken in het kader van de WSW (Wet sociale werkvoorziening) of de WIW (Wet inschakeling werkzoekenden). Voor mensen met een arbeidshandicap of een moeilijke toegang tot de arbeidsmarkt is een betaalde baan van groot belang om (weer) volwaardig te kunnen meedraaien in de samenleving. Daarom streeft Lander ernaar om medewerkers met een SW-dienstverband buiten de eigen bedrijven aan het werk te helpen. Bijvoorbeeld via stages, leer-/werktrajecten of begeleid werken. Ook werken veel werknemers op detacheringsbasis bij reguliere bedrijven en instellingen. Vaak leidt zo’n detachering tot een regulier dienstverband.

 

SAMENVATTING

 

Zoals de hele sector had Sociale Werkvoorziening Lander uit de Betuwe te kampen met een hoog ziekteverzuim onder de werknemers. Dat hoge verzuim werd grotendeels veroorzaakt door de geringe belastbaarheid van de werknemers in combinatie met de steeds commercielere koers die SW-bedrijven noodgedwongen moeten varen. Om het verzuim te drukken schakelde Lander haar arbodienst in voor advies. Vervolgens nam het bedrijf het bestaande arbobeleid danig op de schop. Lander stelde twee arbocoordinatoren aan die zich specifiek met beleid en beleidscoordinatie bezig hielden. Ter ondersteuning introduceerde het de functie van ‘aandachtsvelder’ voor specifieke arbo-onderwerpen, zoals toxische stoffen en BHV. Verder kwamen er op elke locatie zogenaamde arbocontactpersonen, die zich vooral bezig gingen houden met eenvoudige uitvoerende taken, zoals het bestellen van benodigdheden als veiligheidsschoenen en steunzolen. Na invoering van het nieuwe beleid daalde het ziekteverzuim van bijna vijftien procent naar ruim elf procent. Ook nam het percentage werknemers dat 52 weken of langer arbeidsongeschikt is fors af: van 2,65 procent in 1999 naar 0,8 procent in 2003.

 

 

Reageer op dit artikel