artikel

Een schouderklopje en een gezonde leefstijl

Gezond werken

Auteurs: Karin Proper, Joke Zuijdervliet en Allard van der Beek

 

Nederland vergrijst en ontgroent in snel tempo, waardoor arbeidskrachten steeds schaarser zullen worden. Daarom wil de regering dat werknemers straks tot hun 65e doorwerken. Als het niet langer wordt. Hoe kunnen werknemers worden geprikkeld om langer door te werken? Welke randvoorwaarden zijn daarvoor nodig? De Afdeling Sociale Geneeskunde van het EMGO-Instituut van het VU Medisch Centrum en arbodienst ArboNed hebben gezamenlijk een onderzoek gedaan naar factoren die een rol spelen bij het duurzaam inzetbaar houden van oudere werknemers. Dit onderzoek steunde op drie pijlers. Allereerst pluisden de onderzoekers de literatuur door van de afgelopen twintig jaar op prikkels om langer door te werken. Verder spraken zij dertig werknemers in individuele en groepsinterviews. Tot slot hielden de onderzoekers een workshop met werkgevers en bedrijfsartsen, waaraan circa twintig artsen en vijf werkgevers deelnamen.

 

Uit het literatuuronderzoek kwamen zeven clusters van determinanten naar voren: competenties en vaardigheden, gezondheid, beloning en waardering, combinatie prive en werk, imago oudere werknemer, sociaal, en plezier in het werk. Deze factoren kwamen ook terug in de interviews, al werden ze vaak net iets anders benoemd. Opvallend was dat de geinterviewden geregeld over de beloning begonnen. Hoewel vrijwel niemand de financien als voornaamste reden opgaf, zeiden velen dat geld zeker een rol speelde bij de beslissing om langer door te werken. Het schouderklopje van de baas en weten dat je wordt gewaardeerd, werden wel expliciet meerdere malen als belangrijke factoren genoemd. Verder was iedereen het eens over het belang van collegialiteit. De leeftijd van de geinterviewde bleek nauwelijks uit te maken voor de prikkels die hij noemde.

 

Uit de workshops met bedrijfsartsen en werkgevers kwam naar voren dat het bevorderen van een goede balans tussen de (werk)belasting en vooral de belastbaarheid een belangrijke stimulans vormt voor een duurzame inzetbaarheid. Geregeld viel de afkorting ‘BRAVO’, die staat voor (meer) Bewegen, (stoppen met) Roken, (matig gebruik van) Alcohol, (gezonde) Voeding en (voldoende) Ontspanning. Deelnemers vonden de belastbaarheid een primaire verantwoordelijkheid van de werknemer, maar zagen een belangrijke taak voor werkgevers en bedrijfsartsen weggelegd. </P>

<P>Op basis van deze inventarisatie kunnen we concluderen dat zowel werknemers als werkgevers als arbodiensten een steentje moeten en kunnen bijdragen om werknemers langer optimaal inzetbaar te houden.

Reageer op dit artikel